De tentoonstelling Fiep Westendorp is gewijd aan het oeuvre en maakproces van de Jip en Janneke-illustrator. En wat blijkt? Westendorps werk is nog zoveel mooier en mysterieuzer in het echt dan op de reproductie in de geliefde kinderboeken.
is schrijver en kunstjournalist
De tentoonstelling Fiep Westendorp is gewijd aan het oeuvre en maakproces van de Jip en Janneke-illustrator. En wat blijkt? Westendorps werk is nog zoveel mooier en mysterieuzer in het echt dan op de reproductie in de geliefde kinderboeken.
is schrijver en kunstjournalist
Daar is de blauwe golf. Ruim drie keer zo groot als Jip en Janneke, die er in rode zwemkleding verschrikt onder staan, terwijl het bruisende water hoog in de lucht omslaat en op het punt staat met razend geweld weer naar beneden te storten.
Het plaatje is zó bekend, zó in het geheugen gestanst: de x-beentjes van Janneke, Jip die zich met uitgestrekte armpjes schrap zet, huiverend en verrukt tegelijk, het dreigende schuimen van het water – je kon het destijds, als kind, voelen.
Het origineel van deze tekening uit 1978 is nu te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam, op de tentoonstelling Fiep Westendorp, gewijd aan het oeuvre en maakproces van illustrator Fiep Westendorp (1916-2004).
En wat blijkt? De golf is in het echt nog zoveel mooier en mysterieuzer dan op de reproductie in het kinderboek van vroeger. Hij borrelt en glinstert, hij lééft. Je kunt er een foto van maken, maar eenmaal thuis is het magische effect weer weg; je ziet het alleen wanneer je er met je neus bovenop staat.
Dat geldt voor meer Fiep-tekeningen hier in het Rijks, afkomstig uit de collectie van de Fiep Westendorp Foundation. Het blauw van de blauwe badkamer waarin Otje zich schoonboent, is nog hemelser; de outfit van mevrouw Helderder is nog stralender (welke modeontwerper vertaalt haar jurk bovendien naar prêt-à-porter?). En wie had ooit gedacht dat de epische borstelkapsels van de Stampertjes tot stand kwamen doordat Fiep (we mogen inmiddels vast allemaal ‘Fiep’ zeggen) een veeg van haar kwast gewoon kaarsrecht afkapte met iets van een liniaal en witte verf?
Dat is de grote aantrekkingskracht van deze chronologisch ingerichte tentoonstelling. Dat je met eigen ogen ziet hoe Westendorp een tekening opbouwde en hoe haar vroege vondsten (grote hoofden, pruillippen, wipneuzen, de algehele vrolijke chaos in even nauwgezette als sierlijke lijnen) evolueerden tot volwaardige illustratieve elementen, die haar hele oeuvre lang bleven opduiken.
En: hoe ongelooflijk virtuoos ze was. Er hangen schetsboekbladen uit de tijd dat ze als student op de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam zat (rond 1937), met allerlei getekende mensen erop. Daar lopen ze in een rijtje voorbij: mannen op weg naar werk, met tassen onder hun arm, de een ambitieus, de volgende geheel in zichzelf gekeerd – allemaal zo geestig en raak, en het gevolg van heel nauwkeurige waarneming.
Westendorp observeerde inderdaad graag, schrijft ook kunstcriticus Hans den Hartog Jager in de bijbehorende publicatie, die een fijne aanvulling is op de expositie. In Amsterdam in de jaren vijftig begaf ze zich in de vooruitstrevende, feministische kringen rond Het Parool, met onder anderen de schrijvers Mies Bouhuys, Harriët Freezer, en Annie M.G. Schmidt natuurlijk. Ze vergaderden met wijn en Franse kaas. ‘De andere deelnemers herinneren zich haar vooral als de vrouw die stilletjes op de achtergrond het tafereel zat gade te slaan.’
Hoera voor die stille observator. Haar scherpe blik betaalde zich uit in talloze tekeningen voor de ‘vrouwenpagina’ van de krant – ‘Voor de Vrouw (maar voor haar niet alléén…)’ – die wederom opvallen door hun grappige en onmiddellijk herkenbare doeltreffendheid. De verzameling vrouwen met mannenberoepen of de vrouw die al haar innerlijke kritische stemmen met zich meedraagt in een grote paarse hoed (Kompleksen maken de vrouw, 1968) – breng die a.j.b. subiet als poster uit.
Nog even over die glinsterende golf uit Jip en Janneke. Westendorp heeft hiermee, schrijft Den Hartog Jager, waarschijnlijk stiekem verwezen naar de beroemde houtsnede De grote golf van Kanagawa van de Japanse kunstenaar Katsushika Hokusai van rond 1830. Want kijk: de kleine golf links van Jip en Janneke heeft precies de vorm en de ligging van de berg Fuji op het werk van Hokusai.
Het zijn details die je als kind uiteraard nooit hebt geregistreerd en nu als volwassen kijker waardeert. Ze geven extra sjeu aan een tentoonstelling die sowieso al leuk is en waarvan het enige minpunt is dat ze slechts twee zalen duurt.
Onvergetelijke silhouetten
Dat Jip en Janneke zwarte silhouetfiguurtjes moesten worden, wist Fiep Westendorp vanaf het moment dat ze werd gevraagd om de nieuwe serie van Annie M.G. Schmidt op de Parool-kinderpagina te illustreren. Het was een ongebruikelijke keuze, en ook geen makkelijke; silhouetfiguren zijn nooit en face te zien, maar altijd en profil en zonder al te veel gezichtsuitdrukkingen.
Toch lukte het Westendorp om twee onvergetelijke personages te creëren, met witte oogjes en wit-met-zwarte kleren. Ook de ontwikkeling van kleuters met veel te lange, haast volwassen kinderlijven naar kinderfiguurtjes met korte, mollige lijfjes met grote hoofden en wipneusjes is op de tentoonstelling in het Rijksmuseum mooi te volgen.
Illustratie
★★★★★
Rijksmuseum Amsterdam. T/m 13 september.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant