Home

Nederland had door betere voorbereiding eerder kunnen beginnen met coronavaccinatie, zegt oud-RIVM-directeur

Tijdens de coronacrisis is te lang gedacht dat de coronavaccins konden worden toegediend door huisartsen. Toen dat niet bleek te kunnen, vertraagde dat het opstarten en begon Nederland als laatste van alle EU-landen met prikken.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Dat zei oud-programmadirecteur vaccinatie van het RIVM Jaap van Delden maandagochtend tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. Van Delden was verantwoordelijk voor het opzetten van de campagne, maar zag, toen hij aan die missie begon, dat er in de voorbereiding maar van één scenario was uitgegaan. Lang werd gehoopt dat Nederland gebruik kon maken van de wijze waarop huisartsen het griepvaccin jaarlijks toedienen.

Dat was volgens Van Delden op zich een logische gedachte. Er kon dan gebruik worden gemaakt van een ‘fijnmazige structuur’. Aanvankelijk werd zelfs gedacht dat Nederland daarmee ‘mazzel’ had ten opzichte van andere landen.

Maar de werkwijze stuitte uiteindelijk op allerlei praktische obstakels. Zo moesten de coronavaccins bij een uitzonderlijk lage temperatuur van min 70 graden Celsius bewaard worden. Huisartsen hadden simpelweg niet de beschikking over zulke vriezers en er ontstonden allerlei logistieke problemen.

Alsnog van tafel

Vrij laat in het proces moest het scenario daarom alsnog van tafel; een plan B lag er op dat moment niet. Iedereen moest ‘heel snel de omslag’ maken naar een opzet die niet was voorbereid. In plaats van de huisartsen moesten de vaccins worden toegediend door de GGD’en, op grote vaccinatielocaties.

Nederland ging daardoor over op de weg die door andere Europese landen al vanaf het begin was ingezet, zei Van Delden. Achteraf noemt hij dat een ‘zwakte’ die leidde tot vertraging. ‘We moesten later starten, omdat we er niet eerder klaar voor waren, niet omdat het een voordeel heeft om later te starten’, verduidelijkte Van Delden. ‘We hadden eind december kunnen starten, net als andere landen.’ Nederland begon op 6 januari 2021.

Het effect van een iets vroeger begin moet volgens Van Delden niet worden overdreven. Hij benadrukte tegenover de commissie dat er in het begin maar ‘enkele tienduizenden’ doses per week werden geprikt, later kwam de campagne pas op stoom en ging het om honderdduizenden tot meer dan een miljoen vaccins.

In dat verband wees Van Delden ook op het belang van het geld dat in Den Haag werd vrijgemaakt, en een aantal keer bijna werd wegbezuinigd, voor pandemische paraatheid. Met het geld is ook een speciale afdeling bij het RIVM gefinancierd. ‘Als dat had bestaan had ik wel een betere start gehad. Daar was ongetwijfeld nagedacht over meerdere scenario’s.’

Geen rommeltje

Hoewel Van Delden het fout vond dat er geen ander scenario was uitgedacht, vindt hij terugblikkend dat het RIVM en de andere organisaties goed zijn omgegaan met de situatie. Een vroeger begin was gezien de omstandigheden niet goed geweest, omdat dat het doel van de campagne, een hoge vaccinatiegraad, mogelijk in de weg zou zitten. ‘Daarvoor is het belangrijk dat het geen rommeltje is’, aldus Van Delden. Als er al in december zou worden geprikt, zou volgens de GGD’en de administratie nog niet op orde zijn. ‘Laten we het goed doen, in korte tijd, maar voldoende voorbereid. Dat helpt in het vertrouwen.’

Zowel van buitenaf als intern voelde Van Delden druk om de vaccinatiecampagne zo snel mogelijk door te laten gaan. Hetzelfde gold voor het behalen van een hoge vaccinatiegraad. Hij was soms ‘gefrustreerd’ door de vele overleggen die bijvoorbeeld gevoerd moesten worden met de huisartsenvereniging. Hij wees op het ‘tijdverlies’ dat dit kan opleveren tijdens een crisis en het risico van ‘een soort vetorecht’ dat snelle besluiten in de weg kan zitten.

Ook zag Van Delden dat er veel werd gelobbyd om voorrang voor verschillende groepen bij het vaccineren. Hij had daarover gesprekken met oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. Daarin bleef altijd het advies van de Gezondheidsraad om eerst kwetsbaren en zorgpersoneel te vaccineren leidend. ‘Ik heb nooit het verzoek gekregen: zou je eens kunnen uitzoeken of je alle docenten als eersten kunt doen.’

De oud-programmadirecteur had dat ook ‘onwenselijk’ gevonden, omdat het de campagne complexer had gemaakt. ‘Als je tempo wilt maken, dan houd je het graag simpel. Hoe minder subgroepjes, des te soepeler de operatie verloopt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next