Home

Staatssecretaris liet zich leiden door ‘mediahype’ bij overnameverbod Solvinity, meent Solvinity

DigiD-beheerder Solvinity claimt in de rechtszaal dat het verkoopverbod van de overheid het voortbestaan van het bedrijf in gevaar brengt. Dat verbod moet volgens Solvinity daarom snel van tafel. ‘De staatssecretaris heeft zich laten meeslepen door de commotie in de media.’

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

De door Solvinity gesignaleerde ‘commotie in de media’ heeft er in elk geval toe geleid dat de zittingszaal die de rechtbank voor het kort geding reserveerde, veel te klein blijkt. Het juridische steekspel trekt maandagochtend meer belangstelling dan verwacht. De zitting begint met ruim een half uur vertraging in een snel vrijgemaakte grotere zaal.

Solvinity legt zich niet neer bij het besluit van staatssecretaris Willemijn Aerdts van Economische Zaken om de verkoop van Solvinity aan het Amerikaanse Kyndryl te verbieden. Het van oorsprong Nederlandse ICT-bedrijf is samen met zijn meerderheidsaandeelhouder, het Britse investeringsfonds Vitruvian Partners, naar de rechter gestapt.

Aerdts nam haar besluit eind mei ‘ter bescherming van het publieke belang’, schreef ze in een Kamerbrief. Solvinity beheert uiterst gevoelige persoonsgegevens van onder andere de Belastingdienst, zorginstellingen en het ministerie van Justitie. Die zouden niet veilig zijn in handen van Kyndryl, omdat de Amerikaanse overheid de gegevensbestanden van Amerikaanse bedrijven kan opeisen, ook als het om buitenlandse databestanden gaat.

Serieuze signalen

Aerdts schreef in haar Kamerbrief dat ze niet langer kon wachten met haar besluit, omdat ze ‘serieuze’ signalen kreeg dat Kyndryl op het punt stond de overname te voltooien. Daarna zou een verbod mosterd na de maaltijd zijn, want het terugdraaien van de overname is niet mogelijk.

In de rechtbank bestrijden de advocaten van Solvinity dat er zoveel haast bij was. Solvinity zou het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), dat onderzoekt of fusies en overnames strijdig zijn met het publieke belang, namelijk hebben beloofd de overname een aantal weken uit te stellen. Daarmee toonde Solvinity zich zeer schappelijk, aldus de advocaten, want volgens het overnamecontract tussen Kyndryl en de huidige eigenaren had de overname uiterlijk begin maart voltrokken moeten zijn.

Volgens de advocaten was Solvinity ten tijde van Aerdts’ besluit nog volop met het BTI in overleg over voorzorgsmaatregelen die het risico van Amerikaanse datadiefstal konden beperken. Maar Aerdts’ advocaten houden vol dat de voltooiing van de transactie een kwestie van dagen was, dat die informatie betrouwbaar was en dat Aerdts daarom geen andere keuze had dan (op advies van het BTI) meteen een verbod in te stellen.

Vaag

Aerdts bleef in de Kamerbrief vaag over de precieze motivatie voor haar veto. Een advocaat van Solvinity zei maandag dat de staat zich beroept op ‘één enkele grond’, namelijk dat Kyndryl onder de Amerikaanse wetgeving valt. Daarmee lijkt de pleiter te bevestigen dat de Amerikaanse nationaliteit van de overnamekandidaat de doorslaggevende reden was achter het verbod.

Een groot deel van de zitting gaat over het al dan niet spoedeisende belang van de zaak, altijd een cruciaal aspect in een kort geding. Als de voorzieningenrechter vindt dat Solvinity geen spoedeisend belang heeft bij een vonnis, doet hij geen uitspraak en blijft het verbod dus van kracht.

De advocaten van Solvinity onderbouwen hun spoedeisend belang met de bewering dat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Solvinity zou als gevolg van de ‘mediahype’ moeite hebben om personeel vast te houden en te werven, en om nieuwe opdrachten binnen te halen. De advocaten van de staat pareren dit door erop te wijzen dat Solvinity zich toch zelf bereid had getoond de overname uit te stellen voor besprekingen met het BTI.

Solvinity voert ook nog aan dat Kyndryl momenteel al ‘omvangrijke diensten’ aan het ministerie van Defensie levert. ‘Kyndryl is actief tot in de haarvaten van de Nederlandse krijgsmacht.’ Beetje gek dus om datzelfde bedrijf ineens tot kwade genius te bestempelen nu het diensten wil leveren aan andere ministeries, impliceren de verdedigers van Solvinity.

Eindelijk wakker

De advocaat van de stichting Firewall, die als belanghebbende derde partij ook zijn zegje mag doen, reageert daarop met de opmerking dat de overheid bij Solvinity eindelijk wakker is geschoten. Als een lakse verkeersagent tien automobilisten door rood laat rijden, betekent dat niet dat hij de elfde ook moet doorlaten.

Het argument dat Solvinity tot zondebok wordt gemaakt, terwijl Nederlandse overheden tegelijkertijd op grote schaal zakendoen met Amerikaanse software- en ICT-bedrijven als Cisco, Oracle en Microsoft, gaat daarom niet op, betogen de advocaten die het overnameverbod verdedigen.

De advocaten van Solvinity werpen de overheid ook nog voor de voeten dat zij begin 2025 zelf de kans kreeg Solvinity te kopen, maar daarvoor bedankte. Omdat de overheid het aanbod afwees, moesten de eigenaren wel een andere koper zoeken. Kyndryl was de enige die interesse toonde.

Dat de overheid de kans om Solvinity te kopen liet passeren, is echter niet zo vreemd. De overheid koopt eigenlijk alleen in noodsituaties bedrijven op, bijvoorbeeld ABN Amro en SNS Reaal tijdens de bankencrisis van 2008-2010. Begin 2025 zat Donald Trump bovendien pas net in het Witte Huis en werden de Verenigde Staten nog als bevriende natie beschouwd. Van de risico’s van Amerikaanse overnames was het kabinet zich toen nog niet bewust.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next