De terugkeer van de Amerikaanse president Donald Trump in het Witte Huis heeft onder Europese landen een race naar militaire zelfstandigheid ontketend. En hoewel steeds meer geld wordt uitgegeven aan defensie, blijft het voor Europa lastig onafhankelijk te zijn van de VS.
Europa moet zijn eigen boontjes doppen. Dat was de strekking van Trumps toespraak op de NAVO-top in Den Haag, deze zomer precies een jaar geleden. Deze week ontmoeten de leiders van de 32 lidstaten elkaar in het Turkse Ankara.
De woorden van de Amerikaanse president zijn in de meeste Europese hoofdsteden wel ingedaald. Mocht Trumps toespraak geen indruk hebben gemaakt, dan waren er nog aanhoudende dreigementen vanuit Washington. Zo dreigde de VS om Groenland - onderdeel van een NAVO-bondgenoot - met militair geweld over te nemen én met het terugschroeven van Amerikaanse steun aan Oekraïne, zegt defensie-expert Sabine Mengelberg (Nederlandse Defensie Academie).
NAVO-landen hadden in Den Haag afgesproken dat in 2035 minimaal 3,5 procent van hun bbp aan defensie moet worden besteed. De meeste Europese landen zitten daar nog ver onder. Nederland hoort met 2,2 procent bij de middenmoot van het bondgenootschap als het gaat om defensie-uitgaven.
Toch is de groei die Europese landen nu doormaken "ongekend", zegt defensie-expert Laurien Crump (Radboud Universiteit). Ze investeren de komende jaren honderden miljarden euro's extra in defensie. "Een spectaculaire groei", zegt Crump. Maar meer geld uitgeven alleen lost het probleem van Amerikaanse afhankelijkheid niet op.
Clingendael schreef onlangs in een rapport dat Europa voor veel wapensystemen nog altijd erg afhankelijk is van andere grootmachten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanschaf van Amerikaanse luchtafweerraketten (Patriots) en gevechtsvliegtuigen, maar ook voor de grondstoffen om militair materieel te maken. Daarvoor is Europa erg afhankelijk van China.
Bovendien gaat de afhankelijkheid van de VS veel verder dan alleen de aanschaf van materieel. Neem de Nederlandse F-35's: het Nederlandse ministerie van Defensie heeft fors geïnvesteerd in de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en heeft er straks 57.
Maar de toestellen zijn niet te bedienen zonder toestemming van de Amerikanen, die de software van de straaljagers beheren. "We zouden ze nog niet eens mogen afnemen met een stofdoekje", merkt NU.nl-buitenlandverslaggever Matthijs le Loux op.
Om daar iets tegenover te zetten moet Europa zijn eigen defensie-industrie op orde krijgen. "Het grote probleem van de EU is dat het op dit vlak nog altijd vooral 27 eilandjes zijn", zegt Mengelberg. Anders dan bijvoorbeeld in de VS, waar de president veel macht heeft om knopen door te hakken, is de EU enorm bureaucratisch en gefragmenteerd door nationale belangen.
"Enerzijds voelen lidstaten een zekere noodzaak", zegt Mengelberg. "Anderzijds spelen er economische krachten. Nationale regeringen willen vooral hun eigen industrieën beschermen." Een toonaangevende Europese denktank becijferde vorig jaar dat lidstaten gemiddeld meer dan driekwart van hun defensie-aanbestedingen in het binnenland doen, om eigen industrieën te beschermen.
Iedere lidstaat investeert nu bijvoorbeeld in zijn eigen drone-start-ups, in plaats van dat één land zich erin specialiseert en andere lidstaten die drones massaal inkopen. Onlangs klapte een groot miljardeninitiatief voor een Europees gevechtsvliegtuig, omdat betrokkenen uit de Franse en Duitse defensie-industrieën het niet met elkaar eens werden.
Door die inefficiëntie gaan enorm veel van de uitgetrokken miljarden verloren. De EU heeft een gezamenlijk inkoopsysteem nodig om de defensie-industrie efficiënter in te richten. Maar dat vereist dat nationale lidstaten een deel van hun soevereiniteit opgeven. "En dat ligt altijd extreem gevoelig", zegt Mengelberg.
Naast botsende belangen op het gebied van economie en industrie worstelt de EU met politieke versplintering. Het vertrek van Viktor Orbán als premier van Hongarije heeft de EU eensgezinder doen staan ten opzichte van Oekraïne, maar voor grote besluiten is unanimiteit nodig. De opkomst van pro-Russische partijen in bijvoorbeeld Duitsland (AfD) en Nederland (FVD) maken de strategische toekomst van de EU onzeker, zegt Crump.
Toch moeten Europese landen samenwerken om een vuist te maken op het wereldtoneel. De oplossing daarvoor ligt buiten Brussel: het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk bedachten bijvoorbeeld de 'coalitie van bereidwilligen', een initiatief met meerdere westerse landen om Oekraïne te steunen. Een ander voorbeeld is de jaarlijkse JEF-top, waarbij ook premier Rob Jetten dit jaar aanschoof.
Zulke gelegenheidscoalities zijn volgens Mengelberg heel belangrijk om de Europese defensiegroei vaart mee te geven. "Het gaat dan om bepaalde landen die vergelijkbare belangen hebben en elkaar politiek en militair kunnen versterken." Zo omzeilen ze de 'gezapige' EU en komen ze sneller tot concrete programma's.
Het is volgens Mengelberg niet vreemd dat succesvolle en daadkrachtige samenwerking vaak buiten de EU plaatsvindt. "De EU is eigenlijk gebouwd op allerlei coalities van bereidwilligen", zegt ze. "Aan de euro doen ook niet alle lidstaten mee. Landen beginnen vaak een initiatief om iets van de grond te krijgen. En als dat dan succesvol is, sluiten anderen zich daarbij aan."
Tot slot is het zaak dat Europese landen zich wapenen tegen de oorlog van morgen. Niet tegen die van gisteren. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor Oekraïne, dat laat zien hoe belangrijk drones en raketten zijn in moderne oorlogsvoering. Nederlandse start-ups op het gebied van drones werken nauw samen met de Oekraïners, waarbij ze de lessen van het slagveld leren.
Europa heeft nog een lange weg te gaan. Het Nederlandse kabinet publiceerde een steunpakket van 500 miljoen euro aan Oekraïne op de dag dat Nederland zijn veiligheidsstrategie bekendmaakte. De helft van dat bedrag wordt uitgegeven aan Amerikaanse wapens. "Dat onderstreept de afhankelijkheid van de VS", zegt Crump.
Maar Mengelberg vindt dat de focus niet alleen moet liggen op hard power. "We moeten ons verdedigen in een wereld die verandert", zegt ze. "Europa onderscheidt zich juist ook als soft power door druk uit te oefenen via diplomatie en het aangaan van bondgenootschappen via handel. De oorlog in Iran laat zien dat je oorlogen niet wint met alleen militaire middelen."
Source: Nu.nl algemeen