Home

Onvermoeibaar veelzijdig met een liefde voor het menselijke

Ze werd gezien als de koningin van het lichte genre, maar Marjan Berk liet zich niet in een hokje drukken. Volkomen autonoom en wars van heersende normen durfde ze thema’s aan te snijden die anderen meden. Berk overleed zondag, op 93-jarige leeftijd.

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Lang voordat de op zondag 5 juli overleden Marjan Berk boeken en columns schreef, kenden Nederlandse kinderen haar als het eigengereide meisje Geesje Zoet. Zij was een personage uit de populaire tv-kinderserie Oebele die werd uitgezonden tussen 1969 en 1971. Geesje is een hyperzelfstandig kind, een soort Pippi. Ze woont niet meer bij haar moeder en zusjes en niet bij haar vervelende vader. Ze bewoont een oude bakkerij, met een kip en een spookje. Ze hoeft niet naar school, ze kookt en tuiniert en ze bekommert zich om wie dat nodig heeft. Ze sluit vriendschap met mensen die gek worden gevonden. Op een zeker moment trouwt Geesje, met de klunzige Paulus, maar zij houdt de regie.

Niet voor niets liet Berk Geesje Zoet terugkeren in kinderboeken die ze publiceerde tussen 1994 en 1998. Berk wás Geesje: volkomen autonoom, vrolijk, geen zeurpiet, wars van heersende normen en tegelijk zorgzaam én op zoek naar echte liefde. Die eigenschappen zijn herkenbaar in alles wat Berk deed in haar lange leven: eerst acteren en cabaret, daarna hoorspelen, musicals en televisieseries schrijven – 66 afleveringen van Vrouwenvleugel – en romans en non-fictie voor kinderen en volwassenen. Daarnaast schreef ze duizenden columns, in onder andere AD, Margriet en de Gaykrant.

Oudste in het gezin

Berk werd op 11 juli 1932 geboren in Zeist, als oudste in een gezin met twee kinderen. Haar jeugd, waarover ze vaak zou schrijven, was niet gelukkig. Haar ouders maakten veel ruzie en gingen uit elkaar toen ze 5 was. Met haar vader had ze weinig contact; ze was vaak bij haar grootouders, een gezin waarin veel gelachen en gemusiceerd werd; zo’n gezin wilde ze zelf later ook. Toen haar moeder ernstig ziek werd, moest Berk van het gymnasium af. Na haar moeders dood in 1951 begon ze een opleiding tot verpleegkundige, die ze afmaakte, maar eigenlijk wilde ze naar de toneelschool, wat een paar jaar later ook gebeurde. Die opleiding maakte ze niet af, omdat ze zwanger werd.

Dit klinkt als een parade van gemiste kansen, maar zo was het niet. Berk bleef keihard werken en maakte snel carrière, tussen het krijgen van vijf kinderen door, en ook toen ze tot twee keer toe, na twee scheidingen, alleenstaande moeder werd.

Ze werkte bij Wim Kan, bij het cabaretgezelschap Lurelei, bij het toneel, de radio en tv. Uiteindelijk vond ze dat schrijven het beste bij haar paste.

Misschien leidde die veelzijdigheid ertoe dat ze nergens helemaal mee werd vereenzelvigd en dat daardoor over het hoofd werd gezien hoe goed ze was in haar werk. In 1981 debuteerde ze als schrijver met Berends binnenwereld, een jeugdboek over een tobbende puber zoals Berk er zelf thuis een paar had, én met Nooit meer slank, een ronduit feministisch boek over het onhaalbare schoonheidsideaal, over vreetbuiten en hongerkuren, over eigenwaarde eigenlijk. Het boek heeft niets aan actualiteit en waarheid ingeboet.

Scherpe analyse

Ook de boeken die ze daarna schreef, vaak wortelend in haar eigen leven als drukke werkende moeder, en later als gescheiden vrouw, werden veel gelezen en erg gewaardeerd, net als haar columns. Berks proza was altijd, hoe pijnlijk de situaties die ze beschreef ook waren, leesbaar, herkenbaar en droogkomisch. Intussen ging haar werk wel over rouw, gemis, verlaten worden, de aandacht die kinderen verdienen, over ouder worden, discriminatie, onrecht en uitsluiting.

Ondanks de montere toon waren haar analyses vaak scherp, haar inzichten wijs. Toch werd zij in de literatuur lang beschouwd als een acteur die ook autobiografisch schreef, een BN’er met een column, en toen ze niet meer acteerde, bleef ze het stempel houden van een schrijver van het ‘lichte’ genre.

Voor feministen van de tweede golf was zij een oudere, heel erg getrouwde vrouw die schreef hoe gelukkig het moederschap haar maakte en die niet van klagen hield – daarmee maakte je in de jaren tachtig van de vorige eeuw geen vriendinnen in feministische kring. Berk op haar beurt verweet feministen dat ze indertijd de werkende moeders niet steunden. ‘Ik vind de tweede golf een nepgolf. Arrogant’, zei ze in een interview in de Volkskrant in juli 2023. Voor haar was feminisme geen ideologie maar noodzaak, om zich staande te houden.

In een interview in Het Parool in november 2025 gaf ze vrouwen met klem mee: ‘Zorg dat je hetzelfde verdient als mannen. Dat vind ik essentieel. Anders blijft het halfslachtig, je moet laten zien dat het je menens is.’

Occohofje

Zelf bleef ze na haar 65ste doorschrijven, omdat ze nu eenmaal als schrijver naar de wereld keek, maar ook om den brode: een pensioen had ze niet opgebouwd en alimentatie wilde ze niet. In 2007 haalde Berk het nieuws omdat ze één miljoen euro had gewonnen in de Lotto. Het geld was snel op; het merendeel gaf ze weg.

Op 7 december 2022 nam ze afscheid bij het AD, met haar 90 jaar de oudste columnist van het land. Ze bedankte de krant voor ‘veertig jaar opwinding, vrolijkheid, weemoed, spanning, slecht humeur, stomme verbazing en puur geluk’. Ze was niet bitter omdat ze na veertig jaar aan de dijk werd gezet; ze schreef haar columns voortaan wel op Facebook.

Al spoedig meldde zich Mokum Magazine: of ze columns wilde schrijven? En er moest nog één boek komen: Hofdames – verhalen uit een eigenzinnig Amsterdams hofje, dat in november 2025, op haar 93ste, verscheen. Haar 52ste boek. Het gaat over het historische Occohofje waar Berk sinds 2016 woonde, generaties lang een hofje voor oudere vrouwen; Berk werd meteen bloednieuwsgierig naar al die levens. Een echte schrijver valt nooit stil.

3x:

In 1994 werd ‘haar’ Vrouwenvleugel bekroond met de Gouden Televizier-Ring.

In 2007 won ze een miljoen de loterij. Ze kocht: een piano, en een knalrode Saab Turbo. Én ze schreef er het boek Rijk! over. Op de achterflap staat Berk, geflankeerd door Robert ten Brink met een gigantische cheque in zijn handen.

Haar laatste woorden in haar allerlaatste AD-column: ‘Het waren heerlijke jaren. En als ik u tegenkom, dan zal ik zwaaien!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next