In haar woonplaats Bologna is maandagavond de schrijfster Frida Vogels overleden, op 96-jarige leeftijd. Ze werd begin jaren negentig bekend met haar driedelige levenswerk De harde kern, een boek vol zwaarmoedige zelfanalyse, dwars tegen de tijdgeest in.
schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Ze verstond de kunst haar verschijning schaars te houden. Niemand wist hoe Frida Vogels eruitzag, of hoe haar stem klonk. Jarenlang bleef de auteur die in 1992 op haar 62ste debuteerde met haar levenswerk De harde kern (drie boeken, twee met proza, een met poëzie) een mysterie. Er werd gefluisterd dat ze een teruggetrokken bestaan leidde. Ze keerde haar publiek de rug toe, en dat werkte: De harde kern werd een literaire sensatie.
Voor het tweede deel van De harde kern kreeg ze de Libris Literatuurprijs 1994, maar die kwam ze niet ophalen in het Amstel Hotel in Amsterdam. Ze bleef in Bologna waar ze met haar echtgenoot woonde. De pers kreeg geen foto’s van haar. Via haar uitgeverij Van Oorschot liet ze weten dat haar werk zijn weg wel zou vinden ‘naar de lezers voor wie het bestemd is’, en dat ze ‘eventueel’ ooit één interview zou geven ‘om aan de inmiddels ontstane belangstelling’ tegemoet te komen.
Die belangstelling was er meteen al. Misschien wel omdat dit autobiografische werk totaal niet paste in de tijd, de jubeljaren negentig. Essayist Rudy Kousbroek noemde het in 1993 ‘het meest onmodieuze boek in de moderne Nederlandse literatuur’. Veel critici vonden het een meesterwerk, compromisloos en volslagen authentiek, maar de woorden ‘humorloos’, ‘dor’, ‘een gevangenis’ en ‘navelstaarderij’ vielen ook. Je was een fan of je werd er doodmoe van – in die twee groepen viel het publiek uiteen.
De eerste twee delen van De harde kern vormen een roman, maar je krijgt de indruk dat die dicht op de werkelijkheid zit: de lezer volgt het bestaan van een geïsoleerd levende, geremde vrouw. In kaal proza beschrijft zij, droog noterend, haar verleden en heden: haar ongelukkige jeugd, haar moeizame huwelijk, de pijnlijke familierelaties, de broze vriendschappen.
Ze analyseert haar leven en haar karakter tot op het bot, zonder mededogen of relativering, dodelijk ernstig en eerlijk. Ze acht haar leven goeddeels mislukt. De enige zin, benadrukt ze, ligt in het afleggen van verantwoording over dat nauwelijks geleefde leven in haar boeken. In haar werk volgen we ook de totstandkoming van dat werk, wat een wonderlijk Droste-effect oplevert.
Ongekend willen blijven en tegelijk je leven tot in de kleinste details schaamteloos vastleggen en dat publiceren, níet willen meedoen aan de maatschappij maar wel vinden dat je verantwoording schuldig bent, wel begrepen maar niet gezien willen worden – al die tegenstrijdigheden werkten prikkelend voor veel lezers. Alsof zij een geheime band hadden met die verborgen vrouw, die ze beter leken te leren kennen dan de mensen in hun eigen omgeving. Dat het fictie was, werd bijzaak.
Dat effect werd sterker toen, vanaf 2005, Vogels dagboeken verschenen, die ze vanaf de jaren vijftig bijhield. Tot nu toe zijn het er elf; afgesproken werd dat na Vogels dood de overige vijf gepubliceerd zouden worden.
In de dagboeken treden allerlei personages op uit De harde kern, nu als echte mensen. Haar huwelijk met Enzo, ook wel Ennio, die sprekend op het personage Stefano lijkt, is gecompliceerd en seksloos, ze begrijpen elkaar niet goed, hij is haar niet trouw. Toch blijven ze bij elkaar. Ook de twee boeken die buiten de dagboeken verschenen, Tante Lucietta (2011) en De vader van Artenio (2020), gaan over mensen uit haar omgeving, een tante van haar man en haar schoonvader.
Frida Vogels bleek al voor haar debuut in de literatuur voor te komen, als personage in de roman Bij nader inzien van J.J. Voskuil en in Het Bureau, de reeks in zeven delen die Voskuil tussen 1996 en 2000 publiceerde en waarin hij zijn leven en zijn geestdodende werk als volkskundige al even gedetailleerd beschrijft als Vogels dat in haar werk doet.
Bij nader inzien, Voskuils 1.200 pagina’s tellende autobiografische roman uit 1963 over een groep studievrienden, werd in 1985 herontdekt. In 1991 werd het boek door Frans Weisz verfilmd.
Frida Vogels stond model voor het personage Henriette in die roman, een stug, contactgestoord meisje, dat ‘geen bek open deed’. Plotseling stopt ze met haar studie en gaat ze naar Parijs – net als Frida Vogels. De vrienden, die als pubers de oorlog hebben meegemaakt, dwepen met hun literaire helden Ter Braak, De Perron en Stendhal, schrijvers bij wie ‘persoonlijkheid tonen’ voorop stond.
Ze ‘verdommen’ (hun lievelingswoord, net als ‘mieters’ en ‘intelligent’) te capituleren voor de burgermaatschappij. Ze nemen elkaar op hoge toon moreel de maat: integriteit, moed en trouw zijn vereist, en voortdurend ‘rekenschap geven’ van je gedrag. Het is dezelfde sfeer als in De harde kern. Voskuil treedt daarin op als het personage Jacob; ook in Vogels dagboeken figureren hij en zijn vrouw; de vriendschap verloopt niet altijd rimpelloos.
Dat ene interview zou er komen, in de Volkskrant, en het zou het enige blijven. In 2008 bezocht de krant de toen 78-jarige schrijfster in Bologna. In dat interview maakt ze geenszins een contactgestoorde indruk. Rustig spreekt ze over haar leven, dat geheel in dienst stond van het schrijven.
Ze vertelt dat ze veertig jaar lang werkte aan De harde kern, tot ze het eindelijk publicabel vond. Tussendoor vertaalde ze, om den brode, werk van Italiaanse schrijvers als Primo Levi, Giacomo Debenedetti en Cesare Pavese. Stoppen met dat ene, noodzakelijke boek was beslist nooit een optie geweest: ‘Dan zou ik mijzelf hebben weggegooid.’
Op haar 94ste besloot Vogels dat het klaar was. Met het in 2024 verschenen In den vreemde – Kronieken publiceerde ze, zoals ze zelf zei, ‘de sluitsteen voor haar oeuvre’. Er komen veel bekenden uit eerdere boeken in voor, vrienden en familie, zoals haar man Ennio, haar broer Kees, haar ouders. Hun karakters, en de ontmoetingen met hen, fileert ze eindeloos, met een vlijmscherp mesje. Vogels bleef een heel oeuvre lang precies dezelfde.
Source: Volkskrant