Vrouwelijke buschauffeurs waren een zeldzaamheid eind jaren tachtig. Wilma Wolfs voelde zich juist op haar gemak achter het stuur, ook al werd ze elke morgen met ‘goedemorgen meneer’ begroet door passagiers.
Wilma Wolfs was nog maar net begonnen als buschauffeur bij Oad toen zich een spoedklus aandiende. De basketballers van Hatrans uit Haaksbergen moesten voor een uitwedstrijd naar Groningen, maar hun vaste chauffeur was uitgevallen. Of zij die rit kon overnemen? Bij het instappen keek een van de Amerikaanse spelers verbaasd op. ‘Is dit serieus?’, vroeg hij. ‘Gaat een vrouw ons rijden?’
Eind jaren tachtig was Wolfs de eerste vrouwelijke buschauffeur bij Oad, toen ook nog aanbieder van lijndiensten. Passagiers waren zó gewend aan een man achter het stuur dat ze bijna dagelijks werd begroet met: ‘Goedemorgen, meneer.’ Een groepje scholieren maakte expres angstige geluiden zodra ze een kruispunt naderde.
Het kon haar weinig schelen, zegt haar vader Jan Wolfs. ‘Ze maakte er meestal een grapje over, in de trant van: ik zal jullie wel eens laten zien hoe goed ik kan rijden. Het paste totaal niet bij haar karakter om zich aangesproken te voelen.’
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Eigenlijk had Wolfs gestudeerd voor kleuterjuf, maar tijdens de opleiding bleek haar stem te zwaar om kinderliedjes mee te zingen. Ook werkte ze nog even in een boekhandel in Goor, om uiteindelijk via mannelijke vrienden – veel van hen reden ook op de bus – het chauffeursvak in te rollen.
Dat netwerk kwam goed van pas toen ze haar rijbewijs moest halen, want vooral de technische kant lag haar minder. In de avonduren gaven de mannen haar bijles. ‘En ze was slim hè’, zegt haar vader. ‘Tijdens haar examen kreeg ze een vraag over een technisch probleem. Ze wees een beetje vaag richting de motor en blufte: ‘Ik zie het al, daar zit het.’’
Dat ze een vrouw was in een mannenwereld hield vooral de buitenwacht bezig. Zelf voelde ze zich helemaal op haar gemak tussen haar collega’s. Ze genoot van de sfeer tijdens pauzes in de kantine en deed vrolijk mee met de grappen, óók als die over haar eigen richtingsgevoel gingen.
Daartegenover stond een eigenschap die boven alles uitstak: haar oog voor de medemens. Zo kreeg ze eens een passagier met een psychose in de bus, die voor flinke onrust zorgde. In plaats van hem uit de bus te zetten, regelde ze hulp. Zat ze op de discobus, dan deed ze niet moeilijk over een paar aangeschoten jongeren die stiekem een sigaret opstaken. En toen ze onderweg een drachtig schaap in problemen zag, zette ze zonder aarzelen de bus aan de kant om het dier te helpen.
Ook reed ze eens met een omweg langs de kinderopvang, toen ze een knuffel was vergeten mee te geven aan zoon Rik, een van haar twee kinderen. ‘Dan kwamen mensen maar wat later op hun werk.’
Hoewel buschauffeur geen langgekoesterde droom was, werd het wel haar passie. ‘Ze hield het stuur graag in handen, letterlijk en figuurlijk’, zegt de jongste van het gezin, Misha. Haar opa Jan vult aan: ‘En Wilma vond het prachtig dat ze verantwoordelijk was voor zo’n grote machine. Die besturen gaf haar een trots gevoel.’
Ze bleef rijden tot 2021, toen Oad al een paar jaar in een ander bedrijf was opgegaan en vrouwelijke buschauffeurs helemaal geen bijzonderheid meer waren. Fysieke klachten dwongen haar te stoppen. De diagnose borstkanker, tien dagen voordat haar tweede man aan kanker overleed, betekende de genadeklap.
Wilma Wolfs overleed op 61-jarige leeftijd. Na haar overlijden vond Misha een krantenartikel terug waarin ze vertelde over die eerste rit met de basketballers van Hatrans. Nadat ze de ploeg veilig had teruggebracht naar Haaksbergen, kwam die ene Amerikaanse speler speciaal nog even naar haar toe, vertelde ze. ‘Hij zei dat ik keurig gereden had.’
Source: Volkskrant