Familiebedrijf Gulpener komt in handen van een Japanse multinational. In de Limburgse plaats Gulpen gaat die overname gepaard met de vrees dat de plaatselijke trots op den duur verdwijnt. ‘In Japan zit natuurlijk een directeur die hier nog nooit is geweest.’
Eerst was er Gulpener, daarna kwam pas Gulpen. Die stelling legt Geert Driessen op tafel op een terras aan het marktplein van het Zuid-Limburgse dorp, waar deze namiddag wielertoeristen neerstrijken voor vlaai, oudere echtparen zwijgend ijscoupes eten en Driessen en zijn gezelschap zijn begonnen aan het bier.
De stelling veroorzaakt consternatie. Zijn vrouw, een bevriend stel en de serveerster vallen over hem heen. Dat klopt toch helemaal niet? ‘Volgens mij was er toch echt eerst een kerk’, zegt zijn vrouw. Oké, feitelijk zit hij er misschien naast, geeft horecaondernemer Driessen, die in een buurtschap buiten Gulpen woont, al snel toe. ‘Maar het voelt gewoon zo.’
In werkelijkheid opende brouwer Laurens Smeets inderdaad pas in 1825 – achthonderd jaar na de eerste vermelding van het dorp – zijn brouwerij. In de twee eeuwen daarna groeide Gulpener uit tot een gevestigd familiebedrijf, trots op zijn lokale binding en onafhankelijkheid van de grote bierconcerns. ‘De vrije brouwer’, staat er op elk flesje.
Die onafhankelijkheid lijkt sinds vorige week echter voorbij. Toen maakte Gulpener bekend dat het zou worden overgenomen door biergigant Grolsch, op zijn beurt weer onderdeel van het Japanse drankenconcern Asahi. Zo gaat een van de laatste middelgrote familiebrouwerijen van Nederland op in een multinational.
‘Ik had het ze zo gegund’, zegt Connie Knoop terwijl ze ernstig over het terras tuurt van De Zwarte Ruiter, de herberg op het marktplein die ze met haar man bestiert. ‘Acht generaties heeft de familie achter Gulpener het uitgehouden. Ik had zo gehoopt dat ze de negende, de tiende zouden halen.’
De Zwarte Ruiter was lang hét Gulpener-café, totdat de brouwer in 2016 zijn eigen horecagelegenheid opende. Binnen herinneren zorgvuldig opgehangen zwart-witfoto’s van brouwers en een biertransport met paard en wagen aan tweehonderd jaar biergeschiedenis. Direct achter het pand van de herberg, dat Knoop en haar man van Gulpener huren, begint het brouwerijterrein.
Het ging volgens Knoop eigenlijk juist ontzettend goed met Gulpener. Zorgvuldig formulerend somt ze de wapenfeiten van haar huurbaas op. De vernieuwde brouwerij, het ‘duurzaamste brouwhuis van Europa’, dat in 2020 werd geopend. Het Château Neubourg-pils, dat drie jaar op rij de titel ‘Beste pils van Nederland’ won. En dan het ‘geweldige’ 25-mijl-concept: alle bieringrediënten komen uit een zone van 40 kilometer (25 mijl) rond Gulpen.
Het is jammer, maar Gulpener kon niet anders, denkt Knoop. ‘De emotie in het dorp is: wij zijn niet te koop. Maar je moet dat moment dat je noodlijdend bent voor zijn.’
Dat was inderdaad de legitimatie die Gulpener-directeur Jan Paul Rutten gaf voor de overname: de biermarkt krimpt en een overname, nu Gulpener nog goede cijfers heeft, is de enige manier om het merk te behouden.
Dat verhaal hebben veel inwoners van Gulpen eerder gehoord. In de naast het busstation gelegen Friture An en Piet, waar gepensioneerde brouwers pilsjes drinken, op het terras van De Zwarte Ruiter, op de bankjes rond het marktplein waar oudere dorpsbewoners samendrommen – overal valt hetzelfde woord: Wijlre.
In dat dorp, 2 kilometer verderop, stond de pils-brouwerij van Brand. In 1989 kocht Heineken dat merk, met de belofte dat die brouwerij zou blijven. Toch werd de pils-brouwerij in 2022 gesloten. 48 banen gingen verloren; in Wijlre staat nu alleen nog een ‘microbrouwerij’ voor kleine speciaalbieren. Gulpen zou zomaar hetzelfde lot kunnen wachten.
Dat zou behoorlijk ingrijpend zijn, gezien de verwevenheid van Gulpener met het dorp, meent de 83-jarige meneer Austen, die onder de luifels van De Zwarte Ruiter ijsthee drinkt en nog op school zat met de vader van Jan Paul Rutten. De heemkundevereniging waar Austen actief voor is, mag haar archief stallen in het Gulpener-kantoor. ‘Daar hoeven we niets voor te betalen.’
De 26-jarige Youri Bindels, vandaag uit eten met drie vrienden, wijst op een andere traditie: de Gulpener Bierfeesten. Drie zomerse dagen lang muziek en feest. Even is Gulpen dan het centrum van Zuid-Limburg. Gulpener is de hoofdsponsor.
Bovendien werken veel ‘jongens uit het dorp’ in de brouwerij, zegt hij, als brouwer of ‘aan de commerciële kant’. ‘Bij hen is dit natuurlijk hard aangekomen.’
Of er in Gulpen over 25 jaar nog een brouwerij staat, durft horecaondernemer Driessen niet te zeggen. ‘Het zou kunnen, want de brouwerij leeft. Maar ik weet ook dat er in Japan een directeur zit die hier misschien nog nooit is geweest. En als die het elders goedkoper kan maken, dan zal hij dat willen doen.’
In het winkelcentrum, verder weg van de terrassen, heeft nog niet iedereen van de overname gehoord. Mevrouw Ritzen bijvoorbeeld, die uit een nabijgelegen dorp is komen fietsen voor boodschappen. ‘Ach, ik ben in Wijlre opgegroeid, en daar vonden de mensen de overname eerst ook erg. Maar het went, en we wonen er nog steeds prachtig. Als je ziet hoeveel er gedronken wordt op de terrassen, weet ik niet of het zo’n erge ontwikkeling is.’
Ook herbergeigenaar Knoop heeft het geobserveerd: sinds de coronapandemie drinken mensen minder pils. ‘Toch geloof ik echt dat het Gulpener-bier blijft bestaan. Misschien ben ik daar naïef in, maar ik kan me niet voorstellen dat dat nieuwe brouwhuis hier wordt opgeheven. Dan moeten we alleen wel een beetje bier blijven drinken met zijn allen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant