D66-minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel is dinsdag met zeventien Nederlandse bedrijven begonnen aan de eerste handelsmissie op ministerieel niveau naar China sinds 2018. De missie wordt bemoeilijkt door politieke conflicten.
is correspondent China voor de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
‘Ons doel is de bilaterale handelsrelatie verder te versterken’, liet minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) kort voor vertrek naar Beijing weten. ‘Het bespreken van zorgpunten hoort daarbij.’
Aan de meereizende bedrijven is af te zien dat zorgpunten de hoofdmoot van Sjoerdsma’s bezoek vormen: ruim een derde van die bedrijven ondervindt directe gevolgen van de politieke spanningen die de handel met China sinds enkele jaren domineren.
De problemen lopen sterk uiteen. Sommige meegereisde bedrijven worden geraakt door Chinese importheffingen en ander nadelig beleid van Beijing, terwijl chipbedrijven als ASML juist kampen met druk uit Washington. Het bedrijf Nexperia schittert door afwezigheid op deze handelsmissie. Over dat chipbedrijf botsten de Nederlandse en Chinese overheid eind vorig jaar hard.
De Nederlandse handelsdelegatie is ditmaal opvallend klein. ‘Zeventien bedrijven is weinig’, zegt sinoloog Boudewijn Poldermans, die vanaf 1983 talloze handelsmissies naar China meemaakte. ‘Voorheen waren dat er vijftig tot zestig.’
Bij eerdere grote handelsmissies werd volgens Poldermans nog voornamelijk op nieuwe zakendeals gejaagd. Zo leverde de laatste grote handelsmissie, in 2018, voor bijna een kwart miljard euro aan orders op. Nu zien veel meegereisde bedrijven hun omzet in China juist dalen.
Zo werden zuivelbedrijf FrieslandCampina en vleesgigant Vion vorig jaar geraakt door extra Chinese heffingen op Europese zuivel en varkensvlees. Die tarieven zijn flink: 42,7 procent voor FrieslandCampina, en 19,8 procent voor Vion. FrieslandCampina’s best verkopende producten in China, melkpoeder en babyvoeding, zijn wel van heffingen vrijgesteld.
De Chinese heffingen worden algemeen gezien als vergelding voor de Europese importheffingen die in 2024 werden ingevoerd. Brussel deed dat omdat Chinese autofabrikanten volgens de Europese Commissie dankzij staatsteun oneerlijk concurreren. De Europese auto-industrie dreigt daardoor te worden weggevaagd. De EU wil voor oktober zien dat Beijing de problemen aanpakt, anders dreigen handelsmaatregelen.
Beijing erkent echter zelfs het probleem van ‘overcapaciteit’ niet, zoals Brussel de gesubsidieerde vloed van Chinese goederen typeert. ‘Overcapaciteit of onderaanbod? Dat kunnen de consumenten zelf bepalen’, zei een woordvoerder van China’s ministerie van Buitenlandse Zaken maandag, er fijntjes op wijzend dat Europeanen momenteel staan te springen om meer Chinese airconditioners.
De opmerking past in de retoriek van Beijing, die de EU neerzet als een slechte verliezer die de concurrentiestrijd met China op de vrije markt niet aankan en daarom protectionistisch beleid voert: ‘Laat die nulsomspel mentaliteit varen’, aldus de woordvoerder, ‘en werk samen met China om de taart van win-win samenwerking te vergroten.’
Ook Philips reist mee met Sjoerdsma. Volgens China-analist Sense Hofstede in Brussel lijdt dat bedrijf juist onder het ‘protectionisme’ van China’s beleid. China is goed voor ongeveer een tiende van Philips’ omzet, maar vooral de verkoop van medische apparatuur staat er onder druk.
Chinese aanbestedingsregels geven apparaten van Chinese makelij voorrang, concludeerde de Europese Commissie. Die regels passen in Beijings streven om op het gebied van hoogwaardige technologie zo onafhankelijk mogelijk te worden.
Volgens Hofstede toont dat de ‘schaamteloze dubbele standaard’ van Beijing: ‘China bevoordeelt in eigen land de eigen industrie, maar gaat heel hard klagen als wij er problemen mee hebben dat Chinese bedrijven onze industrie wegvagen.’
En dan reist er nog een Nederlands bedrijf mee, dat meer wil verkopen aan China, maar het niet mag: ASML. Door Nederlandse exportbeperkingen, die onder Amerikaanse druk tot stand kwamen, kan het bedrijf niet zijn meest geavanceerde chipmachines aan Chinese klanten leveren.
De Amerikaanse ‘Match Act’ kan die beperkingen verder aanscherpen. Als dat wetsvoorstel wordt aangenomen, kunnen de Verenigde Staten ASML rechtstreeks verbieden om aan China te leveren – of zelfs maar oude machines van onderhoud te voorzien.
Dat zou een grote klap zijn voor ASML. Het bedrijf behaalde in 2025 bijna 30 procent van zijn omzet in China. Ook de andere meereizende chipbedrijven NXP, ASM en Nearfield Instruments zullen worden geraakt door de Amerikaanse maatregel.
Toch zal Beijing de beperkingen waarschijnlijk niet volledig aan Nederland toerekenen, denkt China-onderzoeker Sanne van der Lugt van Leiden Asia Centre. Chinese onderhandelaars weten volgens haar hoeveel druk Washington op Den Haag uitoefent. Sjoerdsma en ASML kunnen dan ook niet veel meer doen dan de Chinezen ‘duidelijkheid bieden’ over waar de Nederlandse speelruimte ophoudt.
Grote afwezige in de Nederlandse handelsdelegatie is Nexperia. Dat bedrijf veroorzaakte eind vorig jaar het grootste conflict tussen China en Nederland sinds jaren. De Nederlandse overheid greep vorig jaar uit zorgen over de nationale veiligheid in bij de chipmaker, die eigendom is van het Chinese Wingtech. Later werd die ingreep opgeschort, maar de strijd over de zeggenschap duurt voort.
Al voor vertrek van de handelsdelegatie was duidelijk dat Sjoerdsma het conflict tijdens dit bezoek aan China niet kan oplossen. De onafhankelijke Ondernemingskamer onderzoekt wanbeleid bij Nexperia, en daarom zegt Den Haag niet te willen ingrijpen.
Source: Volkskrant