Home

Opinie: De Nederlandse stikstofcrisis begint in de Rotterdamse haven

Nederland gebruikt veel landbouwgrond in het buitenland om de eigen veestapel te voeden. Met al dat geïmporteerde veevoer en met kunstmest komt ook veel stikstof ons land binnen. Laten we dat dus zwaarder belasten, als we het stikstofprobleem willen oplossen.

Na jaren van politieke stilstand lijkt er eindelijk een oplossing in zicht voor het stikstofdossier. De nieuwe aanpak moet Nederland van het slot halen en boeren weer perspectief bieden. Maar voordat we opgelucht ademhalen, moeten we ons één vraag stellen: lossen we hiermee het stikstofprobleem op, of vooral de juridische impasse?

Mijn vrees is dat we opnieuw naar de verkeerde plek kijken. Het debat richt zich vrijwel volledig op de uitstoot van boeren. Maar de stikstofcrisis begint niet in de stal. Ze begint in de Rotterdamse haven.

Over de auteur
Michiel van der Hagen
is adviseur klimaat- en leefomgeving. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Geen ‘voeder van de wereld’

Nederland importeert jaarlijks miljoenen tonnen veevoergrondstoffen, vooral soja, grotendeels bestemd voor diervoeding. Daarnaast gebruiken we grote hoeveelheden kunstmest om de landbouwproductie op peil te houden.

Een recente publicatie van Wageningen Universiteit in Nature laat zien dat ons beeld als ‘voeder van de wereld’ niet klopt; we gebruiken juist veel landbouwgrond in het buitenland om onze veestapel te voeden. Het kleine Nederland is in Europa zelfs de grootste importeur van soja, zo laat het CBS ook zien in de rapportage Import van goederen vanuit een duurzaamheids­perspectief.

Met die import halen we continu stikstof het land binnen. Die stikstof maakt een veestapel mogelijk die veel groter is dan onze eigen landbouwgrond kan dragen. Het vlees en de zuivel die daaruit voortkomen worden voor een belangrijk deel geëxporteerd. Maar via de mest blijft de stikstof achter in onze bodem, ons water en onze natuur.

Met andere woorden: we importeren ons stikstofprobleem.

Toch behandelen we stikstof anders dan andere vormen van milieuvervuiling. Bij CO2 accepteren we gelukkig steeds meer dat uitstoot een prijs moet hebben. Via emissiehandel en CO2-beprijzing proberen we de maatschappelijke kosten onderdeel te laten zijn van economische keuzes. Voor stikstof doen we precies het tegenovergestelde. De kosten van natuurherstel, waterkwaliteit, vergunningverlening en uitkoopregelingen worden betaald door de samenleving, terwijl de economische prikkel om steeds meer stikstof het landbouwsysteem binnen te brengen vrijwel ongemoeid blijft.

Oneerlijk

Dat is opmerkelijk. De stikstofcrisis is namelijk niet alleen een ecologisch probleem, maar ook een economisch probleem. Zolang de maatschappelijke kosten niet zijn verwerkt in de prijs van geïmporteerde veevoergrondstoffen en kunstmest, blijft intensivering de meest rendabele keuze. We vragen boeren vervolgens de gevolgen van die verkeerde prikkel op te lossen. Dat is niet alleen inefficiënt, maar ook oneerlijk.

Toch richten de meeste maatregelen zich op de achterkant van dit systeem. Boeren worden uitgekocht, vergunningen aangescherpt en productie begrensd. Dat zijn ingrijpende en kostbare ingrepen, maar ze doen niets aan de aanvoer van stikstof via veevoer en kunstmest. Zolang die economische motor blijft draaien, blijft het probleem zich opnieuw vormen.

Daarom moeten we het debat verleggen van stikstofuitstoot naar stikstofaanvoer. Niet alleen kijken naar wat er uit de stal komt, maar ook naar wat er het land binnenkomt.

Dat vraagt om een ander instrument: een heffing op het importeren van stikstof via veevoer en kunstmest. Geen heffing op boeren, maar op de netto hoeveelheid stikstof die via geïmporteerd veevoer en kunstmest het Nederlandse landbouwsysteem binnenkomt. Het idee is simpel: wie het systeem voedt met stikstof, draagt ook bij aan de kosten die dat systeem veroorzaakt.

Oplossing op de kade

Zo’n heffing verandert de economische logica. Het huidige model beloont maximale productie met goedkope geïmporteerde diervoeding en het afwentelen van milieukosten op de samenleving. Een stikstofaanvoerheffing corrigeert dat. Het maakt intensieve, importafhankelijke veehouderij minder vanzelfsprekend concurrerend en geeft ruimte aan landbouw die past bij de draagkracht van de eigen bodem. Bodemgestuurde landbouw wordt daarmee niet langer een ideaal voor de toekomst, maar een rationele keuze in het heden.

Dat is uiteindelijk veel effectiever dan steeds nieuwe uitkoopregelingen optuigen. Niet omdat boeren het probleem zijn, maar omdat het systeem waarin zij opereren niet klopt. De stikstofcrisis vraagt niet alleen om minder uitstoot, maar om een andere economie erachter. Zolang het goedkoper blijft om stikstof te importeren dan de gevolgen ervan te betalen, blijft Nederland dweilen met de kraan open.

Misschien ligt de echte oplossing daarom niet op het erf van de boer, maar aan de kade van de Rotterdamse haven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next