Om mbo’s in krimpregio’s overeind te houden, wordt het aantal studenten vanaf 2029 minder bepalend voor het bedrag dat de instellingen ontvangen. Een kwart van hun budget staat straks vast, schrijft onderwijsminister Rianne Letschert in een brief aan de Tweede Kamer.
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.
Daarnaast kunnen instellingen in regio’s waar de studentenaantallen sterk dalen een opslag krijgen. Althans, als minstens 50 procent van hun studenten afkomstig zijn uit Friesland, Groningen, Drenthe, Twente, de Achterhoek, Noord-Holland Noord, Zeeland of Limburg.
Alleen voor die opslag wordt 81 miljoen euro per jaar extra uitgetrokken. Verder wordt het geld voor de regio weggehaald bij andere mbo’s – een verschuiving van, volgende de voorlopige berekeningen, 66 miljoen euro per jaar.
41 van de 53 Nederlandse mbo-instellingen leveren daarvoor geld in. Gemiddeld gaat het om 1,5 procent van hun budget. Het Grafisch Lyceum, Nimeto (beide in Utrecht) en het Hoornbeeck College (in onder meer Rotterdam en Gouda) tikken het door het ministerie vastgestelde plafond van 4 procent aan.
Ondanks de pijn voor het grootste deel van de instellingen schaart de vereniging voor overheidsgefinancierde mbo’s zich achter het voorstel: een meerderheid van de leden stemde ermee in. ‘Liefst hadden we natuurlijk gezien dat het ministerie betaalt voor de krimpregio’s’, zegt woordvoerder Jessy Burgers van de MBO Raad. ‘Maar de scholen die geld afstaan zien de noodzaak hiervan in. Ze zijn solidair met elkaar, dat is mooi om te zien.’
Door de daling van het geboortecijfer in Nederland neemt het aantal mbo-studenten de komende decennia naar verwachting in alle regio’s af. Maar waar dat over de gehele linie gaat om een daling van zo’n 13 procent tussen 2020 en 2040, is dat in Drenthe en de Achterhoek bijvoorbeeld 25 procent. Met het huidige financieringsstelsel, waarin studentenaantallen een belangrijke factor zijn, zouden mbo’s in die regio’s omvallen.
Nu al verdwijnen er opleidingen, zegt Burgers, waardoor studenten soms zo ver moeten reizen dat het ze nauwelijks lukt om om 9 uur ’s ochtends op school te zijn. Sommige kinderen zouden door de grote afstanden zelfs van vervolgonderwijs afzien.
Maar het huidige stelsel heeft nog meer perverse effecten, volgens het ministerie. Door mbo’s af te rekenen op studentenaantallen zijn ze bijvoorbeeld eerder geneigd om opleidingen aan te bieden die populair zijn onder jongeren, in plaats van opleidingen voor beroepen waar de samenleving behoefte aan heeft. Bovendien werkt de focus op studentenaantallen een concurrentiestrijd tussen mbo’s in de hand, terwijl het beter zou zijn als ze samenwerken en met elkaar afspreken wie welke opleiding aanbiedt, zodat voor ieder wat wils is in elke regio.
Om die samenwerking met elkaar en het lokale bedrijfsleven aan te moedigen kunnen mbo’s vanaf 2029 aanspraak maken op een ‘samenwerkingsbudget’ door plannen in te dienen om het onderwijs zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt. Dat geld komt in plaats van het huidige, kwaliteitsafhankelijke budget voor mbo’s.
Om minderjarige mbo’ers van gratis leermiddelen te voorzien maakt het ministerie extra geld vrij. Een vijfde van hen zegt moeite te hebben om rond te komen; voor een deel van hen beïnvloedt dat de keuze om al dan niet te gaan studeren. De kosten voor een laptop, die steeds belangrijker wordt, zijn daarbij niet inbegrepen.
De 25 procent van het budget die straks vaststaat, verschilt overigens nog altijd per mbo en is gebaseerd op de financiering die instellingen de afgelopen jaren kregen – indirect werken de studentenaantallen daar dus wel in door.
Later deze maand komt het voorstel van de minister ter consultatie online, waarna eind september een Kamerdebat volgt. De minister hoopt het voorstel uiterlijk in 2028 door beide Kamers te loodsen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant