Martha Wolthuizen-Buisman heeft na een jeugd in pleeggezinnen voor het christelijk geloof gekozen. Haar grote droom is uitgekomen, maar de volgende staat alweer op stapel. Die heeft alles te maken met haar veelbewogen jeugd.
schrijft voor de Volkskrant en voor Volkskrant Magazine.
Je woont in Britsum, ben je hier geboren?
‘Ik ben hier beland. Ik ben geboren in Heerenveen, maar mijn biologische ouders konden niet goed voor me zorgen. Mijn moeder heeft een verstandelijke beperking, en mijn vader vond drank erg lekker. Ook mijn zus en zusje hebben een verstandelijke beperking. Via mijn moeder heb ik nog een oudere halfbroer.
‘Twee jaar na mijn geboorte ben ik bij pleegouders in Oudemirdum gaan wonen. Ik zou daar tot mijn 18de blijven, maar mijn pleegvader stierf toen ik 4 was. Zij hadden drie kinderen en naast mij nog twee pleegkinderen, dus daar blijven was geen optie. Ik logeerde toen al af en toe in Stiens, bij het pleeggezin van mijn zusje. Daar kon ik uiteindelijk naartoe verhuizen.
‘Veel dingen uit die tijd weet ik niet meer, maar wel dus dat mijn eerste pleegvader overleed. Op school ging het niet zo goed. Ik had een leerachterstand. Ik heb nogal wat hulp gehad, ook extern, binnen de pleegzorg. Daarna ging het beter. Mijn zus en broer zaten in een ander pleeggezin, die zag ik wel gewoon. Ook met mijn biologische ouders had en heb ik contact. Op feestjes, bijvoorbeeld, mijn vader heeft de drank gelukkig achter zich gelaten.’
Hoe is het met je broer en zussen?
‘Met mijn zussen goed. De oudste kan zich zowel mondeling als schriftelijk goed uitdrukken, de jongste heeft met behulp van school gebarentaal geleerd. Nu kan ze een hoop vertellen. Mijn halfbroer is overleden toen ik net volwassen was. Het was onverwachts, hij was verslaafd aan drugs en zorgde niet goed voor zijn gebit. Uiteindelijk kreeg hij infecties, een dubbele longontsteking met een bloedvergiftiging en is hij in zijn slaap overleden.
‘De weken voor het gebeurde hadden we veel en goed contact, dat leek wel voorbestemd. Alsof ik in de gaten had dat hij er daarna niet meer zou zijn. Daarna heb ik contact gekregen met een van zijn beste vrienden, met hem kan ik af en toe over mijn broer praten. Dat is fijn.’
25 in 26
In de serie 25 in ’26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Hoe zag je leven er verder uit rond die tijd?
‘Ik was net geslaagd voor de middelbare school. Ik deed de richting zorg en welzijn vmbo-kader in Sint Annaparochie. Ik deed al veel met kinderen en wist wel dat dat mijn richting zou zijn. Of ja, toen ik naar het mbo ging heb ik ook even getwijfeld of ik kapper wilde worden, want ik vlocht graag het haar van mijn zusje, of dat ik de gehandicaptenzorg in wilde.
‘Vanuit mijn familie had ik daar natuurlijk al ervaring mee. Maar uiteindelijk leek het me toch beter om werk en privé gescheiden te houden en ben ik voor kinderen gegaan. Dat was een goede keus. Rond die tijd ontmoette ik ook mijn man.’
Hoe is dat gegaan?
‘Ik ben via mijn pleeggezin christelijk opgevoed, we gingen wekelijks naar de kerk. De jeugdgroep binnen de protestantse kerk organiseerde een avond waarbij we in Leeuwarden een nachtje gingen slapen zonder dak boven ons hoofd, om geld in te zamelen voor jongeren die dat echt meemaken. Ik was het enige meisje in de groep, hij was een van de jongens die ook meegingen. Hij kwam aan in zijn werkkleren. Die zaten nogal onder de vlekken, want hij is vrachtwagenmonteur.
‘Ik weet nog dat ik dacht: wat doe jij hier met al die vlekken? Je mag niet zo denken als christen, maar daar moest ik even doorheen kijken. Bij het kampvuur kwam hij naast me zitten en gingen we een gesprek aan. Een fotograaf had een foto van ons gemaakt, die appte hij me, en zo begonnen we te kletsen via Whatsapp. Uiteindelijk bleef hij plakken. Na drie dagen afspreken hadden we een relatie. Toen ik 23 was zijn we getrouwd in Warten, een dorp onder Leeuwarden.’
Hoe vullen jullie het geloof in?
‘Voor mij is het heel mooi, een stukje van je leven dat je met anderen kunt delen. Elke zondag gaan we naar de kerk in Leeuwarden. We hebben veel christelijke vrienden en contacten die we daarvan kennen.
‘Om de week op maandag hebben we een soort kringavond met z’n achten, waarbij we ons met het geloof bezighouden. Tijdens die avonden bereidt telkens iemand een stukje voor, wordt er voorgelezen uit de Bijbel, bespreken we vragen waar we mee zitten. Het kan persoonlijk zijn, maar ook zoiets als oorlog. Dat kwam natuurlijk ook voor in de tijd dat Jezus op aarde was. Maar als niemand iets te binnen schiet om het over te hebben, doen we ook weleens een spelletjesavond of we eten samen.
Martha Wolthuizen-Buisman is op 14 maart 25 geworden.
Woonplaats Britsum
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10?
‘Doordat ik veel heb meegemaakt, getrouwd ben, een kind heb en stabiel in het leven sta, is het cijfer wel hoog. Maar daarnaast werk ik veel met kinderen en daardoor blijf je zelf ook kinderlijk en kan ik goed in creatieve oplossingen denken. Een 8.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie?
‘Binnen de christelijke gemeenschap wel: ik heb me laten dopen, bewust de keuze gemaakt om te trouwen. De meiden met wie ik in de klas zat, studeren nog en gaan lekker op stap. Dat is een heel andere manier van leven.’
Waar ben je over 7 jaar?
‘Het huis is dan wel klaar en we willen het ook niet bij één kind houden, dus wie weet. Misschien neem ik ook weer muziekles.’
‘Verder hebben we geen televisie en we volgen ook geen nieuws. Dat is een bewuste keus. Los van reclame en dat soort dingen doen al die narigheid en oorlog iets met je. Je kunt dat als 25-jarige niet oplossen. We proberen op zoek te gaan naar het licht, niet te veel in negativiteit te hangen. Zondag hebben we het er soms over in de kerk, dan raak je er toch wel van bewust en dat vind ik genoeg.’
Lijken je man en jij op elkaar?
‘We hebben beide een christelijke opvoeding gehad en dezelfde normen en waarden, dezelfde stijl van denken en doen. We houden ook allebei van country, en in die stijl zijn we getrouwd. Hij met een hoed op, ik met cowboylaarzen in een witte jurk. Eigenlijk houd ik vooral van de muziek. Niet dat ik per se favoriete artiesten heb, het is vooral christelijke countrymuziek die we leuk vinden.
‘Maar verder: hij is nuchter, makkelijk en vindt alles prima. Ik ben meer van het oriënteren, plannen en de regels. Als er iets spontaan moet gebeuren, is hij echt een aanpakker, terwijl ik dingen liever van tevoren weet en niet van verrassingen houd.’
Maar jij bent ook wel een aanpakker, want je hebt een eigen bedrijf.
‘Dat is wel zo. Ik heb na mijn opleiding als pedagogisch medewerker eerst gewerkt in een kinderdagverblijf. Ik had al wel een plan om gastouder te worden, maar ik woonde destijds met een paar meiden in Leeuwarden, dus daar kon ik geen kinderen opvangen.
‘Op een gegeven moment zei mijn schoonvader: wij gaan verhuizen naar een grote boerderij aan de rand van Britsum. Misschien kunnen we wel een gedeelte voor jou vrijmaken, zodat jij je droom kunt uitvoeren. Wij wonen nu boven de opvang, en mijn schoonouders wonen aan de achterkant. Er moet nog veel verbouwd worden, maar iedereen is hier handig, dus het meeste doet mijn man met zijn broers en vader.’
En wie zit er op je schoot?
‘Mijn dochter Rixt, die elf maanden geleden geboren is. Ik raakte vrij snel naar de bruiloft zwanger. Dat stond niet op de planning, maar ze was heel gewenst. Als het komt, dan komt het.’
Hoe ervaar je het moederschap?
‘Veel mensen vragen me of het na mijn jeugd extra spannend was om moeder te worden. Dat viel eigenlijk heel erg mee. Ik heb er niet veel over nagedacht, het is niet moeilijk, het voelt ook niet bijzonder op een andere manier dan dat het natuurlijk heel speciaal is om moeder te worden.
‘Ik heb wel drie sets ouders die ik veel zie: mijn pleegouders, schoonouders en biologische ouders. Ook mijn eerste pleegmoeder spreek ik regelmatig. Mijn moeder woont begeleid in Harlingen, mijn vader woont in Wolvega. Hij heeft ook nog een zoontje gekregen dat nu 6 is. Mijn familie is dus best groot.’
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
‘Het lijkt me mooi om ooit zelf kinderen op te vangen die noodopvang nodig hebben. Daarvoor moet alles eerst stabiel zijn: de verbouwing moet klaar zijn, de baby wat groter. Maar onderdak bieden aan kinderen waarvan de ouders niet in staat zijn om voor te zorgen, lijkt me fijn. Ze een andere kant laten zien, een basis geven. Omdat ik het zelf heb meegemaakt, kan ik die ook geven, denk ik.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant