De eerste tien wethouders moeten in Den Haag komen uitleggen waarom ze in hun gemeente nog altijd geen asielzoekers opvangen. Het Gelderse Aalten werd verrast door de reprimande. ‘Zouden we door de plaatsnaam die begint met Aa bovenaan het lijstje zijn beland?’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Wethouder inburgering Joop Wikkerink snapt er weinig van. Dat uitgerekend zijn dorp Aalten bij de eerste tien gemeenten zit die zich in Den Haag moeten verantwoorden waarom ze geen asielzoekers opvangen.
‘Naar, dat wij nu het etiket ‘weigergemeente’ opgeplakt krijgen’, zegt Wikkerink, terwijl buiten het gemeentehuis wielrenners deze zonnige dag aangrijpen om het Duits-Nederlandse grensgebied onder Winterswijk te doorkruisen. ‘Want wij zijn geen weigergemeente. Wij zijn een gastvrij dorp.’
De Spreidingswet verplicht de 342 gemeenten naar rato asielzoekers op te vangen. Volgens CDA-minister Bart van den Brink (Asiel- en Migratie) halen 107 de taakstelling niet. ‘Gemeenten die niet voldoen aan de wettelijke taak worden hierop aangesproken’, klonk het maandag vanuit Den Haag.
Van de opgevoerde publieke druk lijkt een bewuste waarschuwing uit te gaan. Kersverse colleges presenteerden na de verkiezingen in maart al coalitieakkoorden waarin expliciet is opgenomen dat ze de Spreidingswet niet zullen uitvoeren. Ook zij kunnen op termijn een uitnodiging uit Den Haag verwachten. De eerste tien zijn gekozen nadat in overleg op ambtelijk niveau onvoldoende beweging in de juiste richting werd bespeurd.
Wikkerink vindt als wethouder namens Pro – uitgesproken voorstander van de Spreidingswet en een ‘solidair asielstelsel’ – de publieke aandacht voor Aalten extra pijnlijk. ‘Zouden we door de plaatsnaam die begint met Aa bovenaan het lijstje zijn beland?’
Hij erkent dat zijn gemeente ‘een achterstand’ heeft opgelopen. ‘Maar inmiddels zijn we met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gewoon bezig met het vinden van één of meerdere locaties conform de opdracht uit de wet, voor tweehonderd asielzoekers.’
Aalten mag dan geen klassieke weigergemeente zijn, echt vlot gaat het er evenmin. De Gelderse gemeente had het plan om aan de rand van het dorp een asielzoekerscentrum met driehonderd plaatsen te openen, maar na meerdere rumoerige informatieavonden en protesten zwichtte de gemeenteraad vorig jaar voor de druk en werd het plan geschorst.
In februari kwam de gemeenteraad met nieuwe kaders: één locatie voor tweehonderd asielzoekers, of twee met elk honderd. In beide gevallen voor maximaal vijf jaar en niet, zoals de bedoeling was, als onderdeel van een nieuwbouwwijk.
De andere gemeenten die op het ministerie moeten verschijnen voor tekst en uitleg – wat toch associaties oproept met ambassadeurs van ‘foute’ landen die op het matje worden geroepen bij de minister van Buitenlandse Zaken – zijn Beverwijk, Achtkarspelen, Bergen (Limburg), Gemert-Bakel, Overbetuwe, Sluis, Valkenswaard, Voerendaal en Westland.
Vanuit onder meer Beverwijk kwam onmiddellijk een vergelijkbare reactie als uit Aalten: ‘Wij werken al geruime tijd aan de ontwikkeling van een opvanglocatie.’ Met daarin de opmerking dat de gemeente desondanks uitkijkt naar ‘een goed gesprek’, maar ook de sneer dat zij het ‘jammer’ vinden dat ze de uitnodiging uit de media moesten vernemen. Gemert-Bakel zegt dat ze er ‘aantoonbaar’ werk van maakt, maar dat onder meer het COA een locatie afwees.
Westland zei de uitnodiging ook ‘graag aan te nemen’, maar die gemeente is een ander verhaal. Hoewel de nieuwe coalitie minder uitgesproken is, was Westland – met al veel arbeidsmigranten – in 2024 de eerste die de Spreidingswet ‘niet inpasbaar’ noemde.
Mochten wethouders na het gesprek in Den Haag in een dergelijke opstelling volharden dan heeft de minister nog één sport op de escalatieladder van de Spreidingswet. Als ultiem middel kan hij gemeenten passeren door zelf een vergunning aan het COA te verlenen voor een azc.
Dit doet denken aan 2022, toen in Ter Apel de vluchtelingen buiten sliepen en toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) zijn Spreidingswet nog in de maak had. Vooruitlopend daarop dreigde hij toen het Overijsselse dorp Albergen (gemeente Tubbergen) te overrulen als het niet zelf opvang voor elkaar zou krijgen in een leegstaand hotel. Dreigen bleek genoeg voor de gemeente om alsnog zelf de vergunning te verlenen, tot nog meer woede van omwonenden.
De ironie in Aalten wil dat het dorp decennialang zijn deel deed. Sinds het begin van de jaren tachtig ving het permanent honderden asielzoekers op. Maar de locatie – ‘in the middle of nowhere’, zoals wethouder Wikkerink het voormalige azc in het buitengebied van Aalten beschrijft – werd door het COA in 2011 ontmanteld. Een paar jaar later was de nood bij het vinden van opvangplaatsen torenhoog in Nederland.
Opnieuw een azc openen buiten het dorp is er niet bij, omdat Wikkerink van het COA heeft begrepen dat dit niet goed is voor de integratie van vluchtelingen. Waar dan wel, dat kan hij nog niet zeggen. Zelfs niet hoeveel locaties hij vorige maand ter schouw indiende bij het COA. En ook niet hoever die zijn van het centrum, waar in de straatjes rond de Oude Helenakerk onder meer een lokale koffiebrander en een Midden-Oosterse levensmiddelenwinkel zijn gevestigd.
Het lang stilhouden van potentiële locaties roept geregeld de woede op bij bewoners, die menen dat ze onvoldoende worden betrokken. De reden dat gemeenten dit toch doen, is om niet in een vroeg stadium en op meerdere plekken onnodige onrust te zaaien. Maar ook om te voorkomen wat in het Gelderse Twello gebeurde in 2023. Toen kochten lokale ondernemers snel een pand dat kort ervoor als beoogde noodopvang was aangewezen.
Naar buiten mag Wikkerink dan nog niet alles kunnen zeggen, naar Den Haag zou hij het liefst morgen afreizen om zijn verhaal te doen. ‘Ik leg graag uit waar we hier mee bezig zijn’, zegt hij. ‘Als het moet, offer ik mijn vakantie ervoor op.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant