De geschiedenis van het WK voetbal zit vol verhalen. Elke dag vertellen we er eentje. Vandaag: de Uruguayaan die op jonge leeftijd zijn onderarm verloor en scoorde in de WK-finale.
Een wereldkampioen met slechts één onderarm: het klinkt als een sterk verhaal, maar voor Héctor Castro (derde van linksonder op de foto) was het werkelijkheid. De Uruguayaan kwam in actie in de finale van het allereerste WK in 1930. Zijn bijnaam luidde 'El Divino Manco', oftewel 'De Verminkte God'.
Castro groeide in armoede op in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Hij werkte om zijn familie te onderhouden, maar op zijn dertiende ging het mis. Hij verloor zijn rechteronderarm bij een ongeluk met een elektrische zaag. Normaal gesproken zou dat het einde van een voetbalcarrière betekenen, maar niet voor Castro. De aanvaller zette zijn carrière 'gewoon' voort en werkte zich op naar de top van het Uruguayaanse voetbal.
Bij Nacional groeide hij uit tot een gevreesde centrumspits. Castro was geen verfijnde technicus, maar wel sterk, snel en dodelijk in het strafschopgebied. Hij schuwde fysieke duels niet en gebruikte zelfs het restant van zijn rechterarm om ruimte te maken tijdens kopduels. Tegenstanders speelden liever niet tegen hem, terwijl ploeggenoten zijn onverzettelijkheid prezen.
In 1928 veroverde Castro met Uruguay olympisch goud, destijds het hoogst haalbare in het internationale voetbal. Twee jaar later mocht Uruguay het eerste WK organiseren. Castro begon uitstekend aan het toernooi en kroonde zich tot matchwinner in de met 1-0 gewonnen openingswedstrijd tegen Peru.
Toch verdween Castro uit de basisploeg. Bondscoach Alberto Suppici koos voor Peregrino Anselmo, die met drie doelpunten een uitstekend toernooi speelde. Maar vlak voor de finale tegen Argentinië raakte Anselmo geblesseerd. Suppici greep daarom terug op Castro.
De finale in Montevideo groeide uit tot een spektakelstuk. Castro liet zich meteen gelden en deelde een stevige trap uit aan de Argentijnse doelman Juan Botasso. "De blessure heeft me de rest van de wedstrijd onnoemelijk veel last bezorgd", vertelde Botasso later.
Argentinië leidde bij rust met 2-1, maar Uruguay knokte zich terug en stond twintig minuten voor tijd met 3-2 voor. Terwijl de Argentijnen alles of niets speelden, brak het gastland in de slotfase uit. Castro werd bereikt met een voorzet en kopte de beslissende 4-2 binnen. Uruguay was de eerste wereldkampioen uit de geschiedenis.
Na het WK bleef Castro prijzen verzamelen. De aanvaller won tweemaal de Copa América en veroverde twee landstitels met Nacional. Ook als trainer was hij bijzonder succesvol. In twee periodes bij Nacional leidde hij zijn ploeg vijf keer naar de landstitel.
In 1959 was Castro korte tijd bondscoach van Uruguay. Een jaar later overleed hij op 55-jarige leeftijd. Bijna een eeuw na de eerste wereldtitel geldt 'El Divino Manco' nog altijd als een legende in Uruguay.
Source: Nu.nl algemeen