Turkije, gastland van de Navo-top, heeft een bloeiende defensie-industrie. Dat is aantrekkelijk voor Europese landen die veel nieuwe wapens willen aanschaffen. Al ligt het politiek gevoelig om dat in Turkije te doen.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Het is ontegenzeglijk het topstuk van defensiebeurs Saha: de Yildirimhan. Als was het de Mona Lisa of De Nachtwacht, zo dringen bezoekers samen rond het witte, cilindervormige en tientallen meters lange gevaarte, dat op Saha zijn wereldwijde primeur krijgt. Selfies worden gemaakt en op sociale media geplaatst. ‘Ik en de eerste intercontinentale raket van Turkse makelij’, zou het bijschrift kunnen luiden.
De raket is genoemd naar sultan Bayezid I (1360-1403), bijgenaamd ‘Bliksemschicht’, vanwege zijn militaire successen. In het Turks is dat ‘Yildirim’, dus vandaar. Het Turkse ministerie van Defensie heeft het projectiel nog in ontwikkeling; wat op de beurs in Istanbul staat, is een model.
Maar als de Yildirimhan straks eenmaal in productie is, schaart Turkije zich in een illuster rijtje van negen landen die beschikken over ballistische raketten met een bereik van meer dan 5.500 kilometer.
‘Het maakt me trots’, zegt de 66-jarige Suha Altun uit de provincie Isparta, een van de tienduizenden bezoekers van de beurs. Trots op de Yildirimhan en trots op de vele andere voortbrengsels van de Turkse defensie-industrie die begin mei zijn tentoongesteld in de zalen van het Istanbul Expo Center. Tanks, kleine onderzeeërs, afweergeschut, automatische geweren en wat al niet.
Altun deed zijn militaire dienst rond 1980, toen de Turkse strijdkrachten aanzienlijk minder goed waren toegerust. ‘We droegen kapotte uniformen’, zegt hij. Hij zou zo wéér dienst nemen, mocht Turkije worden aangevallen. ‘Ik heb me aangemeld als vrijwilliger. Om mijn leeftijd kan ik nog best een geweer vasthouden. Als het nodig is, wil ik mijn land verdedigen.’
Altuns gevoel van trots wordt breed gedeeld in Turkije. De Turkse defensie-industrie heeft de afgelopen tien tot twintig jaar een groeispurt beleefd. Defensie is een hoeksteen in het beleid van de regering van president Recep Tayyip Erdogan. De Turkse natie en haar president moeten een woordje meespreken op het wereldtoneel, en militaire macht geldt daarvoor als een vereiste.
Indruk maakte Turkije vooral met zijn TB2, de uitmuntende drone van fabrikant Baykar. Oekraïne maakte er, zeker in de eerste fase van de oorlog met Rusland, dankbaar gebruik van. Ook in diverse andere conflictgebieden speelde het onbemande toestel een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol: Libië, Somalië, Nagorno-Karabach, Noord-Irak. Landen staan in de rij om exemplaren aan te schaffen.
De TB2 is lang niet het enige product dat bijdraagt aan de onstuimige groei van Turkijes wapenexport: van 1 miljard euro in 2011 naar ruim tien keer zoveel het afgelopen jaar. Turkse ondernemingen maken en exporteren marineschepen, vliegtuigen en pantservoertuigen.
Turkije heeft meer in de pijplijn. Zo ontwikkelt het een gevechtsvliegtuig – de Kaan – zowel voor de export als ter vervanging van de Turkse F-16-vloot. Nog indrukwekkender was de aankondiging twee jaar geleden dat Turkije een eigen luchtafweersysteem krijgt, de Steel Dome, naar voorbeeld van de Israëlische Iron Dome.
Met dat alles positioneert Turkije, dat toch al het op een na grootste leger binnen het bondgenootschap had – de VS hebben het grootste –, zich meer dan ooit als de onmisbare ‘zuidoostflank van de Navo’ en als geopolitiek scharnierpunt in een regio onder hoogspanning. De Navo-top dinsdag en woensdag in de Turkse hoofdstad Ankara is voor Erdogan de kers op de taart.
‘Turkije is buitengewoon belangrijk voor de Navo’, zo viel de afgelopen weken op te tekenen uit de mond van Navo-secretaris-generaal Mark Rutte. ‘Het heeft een van de sterkste legers binnen het bondgenootschap. De Turkse strijdkrachten zijn zeer goed uitgerust en getraind, en Turkije heeft een industriële revolutie in de defensiesector doorgemaakt.’
Turkije is daarom een voor de hand liggende partner in de toekomst van de Europese defensie. De Europese Navo-lidstaten schroeven hun defensie-uitgaven fors op. De groei van hun productiecapaciteit houdt daarmee geen gelijke tred, dus een deel van het nieuwe materieel zullen ze elders moeten kopen, of samen laten maken met landen die beschikken over voldoende kennis en fabrieken. Entree Turkije, zou je zeggen.
Zo eenvoudig gaat dat echter niet. In EU-verband leven de nodige politieke bezwaren tegen al te grote Turkse betrokkenheid. Deels heeft dat te maken met de belabberde staat van democratie en mensenrechten in Turkije, deels komt de weerstand van landen als Griekenland en Cyprus, die zo hun eigen (territoriale) appeltjes te schillen hebben met Ankara.
Aan het in 2025 door Brussel geïntroduceerde programma Security Action for Europe (Safe), een pot met 150 miljard euro aan leningen voor gezamenlijke wapenaankopen en -projecten, mag Turkije niet volwaardig meedoen, tot ongenoegen van Erdogan.
‘Het uitsluiten van Turkije vanwege oppervlakkige politieke belangen komt niemand ten goede’, mopperde hij vorige week in een toespraak voor de Atlantic Council in Washington. Dat het niet-Europese Canada wél tot Safe is toegelaten, maakt het nog pijnlijker.
Safe is echter niet zaligmakend. Buiten de officiële EU-kaders om zijn er volop bilaterale mogelijkheden. Simpel gezegd: landen en individuele bedrijven kunnen op eigen houtje zaken doen met Ankara en de ruim drieduizend Turkse ondernemingen in de defensiesector. Dat gebeurt steeds vaker, en Italië gaat daarin voorop.
Zo heeft het Italiaanse Leonardo, de op elf na grootste wapenproducent ter wereld, een joint venture opgericht met het Turkse Baykar. Samen gaan ze de drone TB3, opvolger van de TB2, geschikt maken voor gebruik vanaf vliegdekschip Cavour, het vlaggenschip van de Italiaanse marine.
Dit is van grote betekenis, schrijft Riccardo Gasco van het Istanbul Political Research Institute: Baykar is niet langer zomaar een buitenlandse leverancier, het wordt partner van een van de grootste spelers in Europa’s defensiesector.
En het is niet alleen Italië. Polen en Roemenië hebben de TB2 gekocht. Aan Roemenië werd dit jaar een Turks korvet geleverd. In mei sloot Baykar een strategisch convenant met het Franse Safran. In mei bezocht een grote Belgische handelsdelegatie onder leiding van koningin Mathilde Turkije; veel van de gesprekken gingen over wapenhandel.
De Belgische minister van Defensie Theo Francken vindt het verkeerd dat Turkije niet is uitgenodigd voor Safe. Zelfs het voorheen terughoudende Duitsland is om. Ook bondskanselier Friedrich Merz heeft gepleit voor Turkse deelname aan Safe.
‘Verschillende Europese Navo-bondgenoten zien Turkse defensiebedrijven steeds vaker als nuttige partners op het gebied van bemande en onbemande systemen, marinedrones, trainingsvliegtuigen, elektronische oorlogvoering en autonomie op het slagveld’, aldus Gasco. Het probleem, volgens hem: het gebeurt allemaal buiten de ‘opkomende Europese defensie-architectuur’ om, en vroeg of laat zal de EU op dit dilemma een antwoord moeten vinden.
Het antwoord van Ankara is duidelijk: op alle Europese deuren blijven kloppen en in eigen land grote ondernemingen als Baykar, Roketsan en Aselsan, maar ook innovatieve start-ups, aanmoedigen een groter aandeel te veroveren in de mondiale wapenhandel.
Beide categorieën, groot en klein, spelen een hoofdrol op Saha. Drie jonge twintigers die onlangs de start-up V-Sense hebben opgericht, doen op de defensiebeurs volop inspiratie en contacten op. De defensiesector is hun toekomst. Als ze volgend jaar hun studie mechatronica aan de Yildiz Universiteit in Istanbul hebben afgerond, gaan ze zich werpen op het ontwikkelen van onderdelen voor wapensystemen.
‘Het gaat er voor Turkije niet om die wapens te gebruiken, maar om ze te hebben’, zegt Ömer Sami Kansiray (21), een Turkse Nederlander die een paar jaar geleden nog student aan het ROC Amsterdam was en assistent-manager bij supermarkt Jumbo. ‘Als je goede wapens hebt, word je serieuzer genomen aan de diplomatieke tafels.’
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant