Home

Nederland vraagt Duitsland om hulp, zodat sneller op wolven kan worden gejaagd

Staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw) is vanaf woensdag in Berlijn om over de wolf te praten. Hij wil Duitsland onder meer vragen of het meer wil doen voor de wolf, zodat Nederland sneller op wolven kan jagen. Het is de vraag of Duitsland daarin wil meegaan.

Het bezoek van Erkens aan Berlijn komt op een opvallend moment. Sinds een week mogen in Duitsland sneller wolven worden doodgeschoten. Afgelopen voorjaar nam Duitsland de wolf op in de jachtwet en dat betekent dat er van 1 juli tot en met 31 oktober onder bepaalde voorwaarden op wolven mag worden gejaagd.

Duitsland is daarin verder dan Nederland. Erkens zou graag het voorbeeld van de oosterburen volgen, maar zover is Nederland nog niet. Daarvoor gaat het nog niet goed genoeg met wolven in Nederland.

In ecologische termen: de staat van instandhouding is voor wolven in Nederland nog niet gunstig. Het betekent dat de wolvenpopulatie zichzelf nog niet voldoende overeind kan houden. Duitsland is tot de conclusie gekomen dat die staat van instandhouding in bepaalde deelstaten wel gunstig is en dat er dus op wolven mag worden gejaagd. Wel moet die staat van instandhouding gunstig blijven.

In Nederland leven op dit moment veertien roedels wolven. Wageningen University & Research (WUR) concludeerde in september vorig jaar dat in Nederland 23 tot 56 roedels moeten leven om aan die gunstige staat van instandhouding te voldoen.

Uit het onderzoek van de WUR bleek ook dat Nederland te klein is om zelf een gezonde wolvenpopulatie op de been te houden. Daarvoor moet ook naar het aantal wolven over de landsgrenzen worden gekeken. De Nederlandse wolven maken deel uit van de Centraal-Europese wolvenpopulatie.

En daar komt Duitsland om de hoek kijken. Want een fors deel van die Centraal-Europese wolvenpopulatie leeft in Duitsland. Nederland gaat het er deze week met Duitsland over hebben hoeveel wolven ieder land zou moeten hebben in de verdeling van die gezonde populatie. Wat minder formeel gesteld: Erkens gaat vragen of het een optie is dat Duitsland wat meer ruimte aan wolven wil geven, zodat Nederland sneller op wolven kan jagen.

Het is de vraag of Duitsland op dat verzoek zit te wachten. Het heeft het nog maar net voor elkaar dat de wolf in bepaalde deelstaten in een gunstige staat van instandhouding verkeert. Het mag dus pas sinds deze week op wolven jagen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het Nederland daarin tegemoetkomt.

Nederland kan er vooralsnog ook niks tegenover stellen. Bij dit soort verzoeken is het vaak voor wat hoort wat. Volgens een woordvoerder van Erkens zijn de plannen ook nog niet zo concreet dat er al iets tegenover gesteld moet worden. "Het belangrijkste is dat we in gesprek gaan. Waar komen de Duitsers mee en waar kunnen wij dan mee komen?"

Het is de eerste keer sinds de terugkeer van de wolf dat Nederland en Duitsland officieel met elkaar overleggen over het dier. In Nederland is de wolf officieel terug sinds begin 2019. Duitsland loopt daar twintig jaar op voor.

Volgens de woordvoerder hoopt Nederland ook te leren van Duitsland hoe om te gaan met de wolf. Al lijkt dat vooral gericht op de vraag: hoe kunnen we zo snel mogelijk jagen op wolven? "Duitsland is een stuk verder dan wij. Zij hebben in bepaalde delen een gunstige staat van instandhouding en gaan aan beheer doen. We willen weten hoe ze daar gekomen zijn en wat we daarvan kunnen leren", zegt de woordvoerder.

Overigens wordt op verzoek van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur door een andere partij opnieuw onderzoek gedaan naar de vraag of wolven in Nederland in een gunstige staat van instandhouding verkeren en wat ervoor nodig is om dat punt te bereiken. Dat onderzoek is dus al gedaan door de WUR, maar dat zinde toenmalig staatssecretaris Jean Rummenie niet.

Intern twijfelde Rummenie sterk aan de onafhankelijkheid van de universiteit, bleek eerder uit door NU.nl via de Woo (Wet open overheid) opgevraagde stukken. Hij had het over een "realiteitsgehalte van 0,0" en vroeg zich af waarom "we niet dezelfde lijn kunnen aanhouden als Duitsland". Rummenies ambtenaren vonden zijn "houding ten opzichte van wetenschappers zeer discutabel".

In een brief naar de Tweede Kamer noemde Rummenie het WUR-onderzoek "onbruikbaar". Daarop reageerde de universiteit fel, door de uitlatingen van de toenmalig staatssecretaris "misleidend" te noemen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next