Home

Wanneer ben je een bondgenoot van de queers, zo eentje die het verschil maakt?

Geen enkele minderheidsgroep kan zonder allies, dus ook de lhbti-gemeenschap niet. Maar wat doet een bondgenoot eigenlijk, hoe belangrijk is zijn rol, en heeft het zin?

is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.

Het is een losse anekdote, maar het randstedelijke Pridejargon kan zomaar opduiken, bijvoorbeeld in de eigen woonkamer. Mijn dochter (12) heeft een sticker op haar slaapkamerdeur met haar naam erop, de letters heeft ze ingekleurd met roze en blauwe horizontale strepen. Een klasgenoot die laatst op bezoek was, wees haar erop dat ze met die kleurencombinatie de transgendervlag op haar deur had getekend. Of dat wel kon, vroegen ze zich af, zonder zelf transgender te zijn.

‘Maar je bent toch een ally’, stelde de klasgenoot. ‘Natúúrlijk ben ik een ally!’, antwoordde mijn dochter. Probleem opgelost.

Los van dat het grappig is dat bij deze generatie de term ally blijkbaar totaal ingeburgerd is, viel mij op dat mijn dochter en haar vriendin zichzelf zo vanzelfsprekend de rol toedichten van bondgenoot, iemand die geen onderdeel is van een gemarginaliseerde groep, maar die wél steunt.

Tijdens WorldPride zal de stad weer bezaaid zijn met bondgenoten – al zal de één (de activist met spandoek in de Pride Walk) zijn rol misschien serieuzer nemen dan de ander (de vriendin in een groep met roze boa’s en regenboogschmink). Wat is bondgenootschap eigenlijk, hoe belangrijk is het, en heeft het zin een ally te zijn?

Bondgenoten zijn altijd belangrijk geweest voor marginale groepen als de lhbti-gemeenschap, zegt NRC-journalist Menno Sedee, maar in deze tijd is dat nog belangrijker, nu de acceptatie van de lhbti-gemeenschap achteruitgaat. Sedee schreef samen met journalist Michiel Klaassen (NH Nieuws) het boek Tussen feest en protest, waarin zij de geschiedenis van Pride Amsterdam beschrijven.

Hij zegt: ‘Het komt er nu veel meer op aan. Waar het bij bondgenootschap om draait, is dat jij je vanuit een comfortabele positie durft uit te spreken voor iemand in een minder comfortabele positie. En dat geldt ook voor Pride. Het was vroeger voor bedrijven redelijk ongevaarlijk om mee te varen in de botenparade. Maar dat ligt nu gevoeliger. Dat zie je zeker in Amerika, waar bedrijven zich terugtrekken als sponsor van Pride, omdat ze bang zijn problemen te krijgen met de regering-Trump. Het is nu echt het moment om te zeggen: ik ben een bondgenoot en ik blijf.’

Ook als het moeilijk wordt

Grofweg kun je jezelf een bondgenoot noemen, vindt Sedee, als je ook iets onderneemt wanneer het erop aankomt: ‘Het is niet genoeg om er alleen te zijn en het feest mee te vieren. Je moet iets doen, ook als het moeilijk wordt. Ook als iets bijvoorbeeld geld kost. Als collega moet je opkomen voor een gay collega als dat nodig is. Dat is spannend, maar een volwaardige ally doet dat.’

Hoogleraar Jojanneke van der Toorn sluit zich hierbij aan. Binnen haar leerstoel aan de Universiteit Leiden doet zij onderzoek naar de inclusie van lhbti-medewerkers op het werk en hoe alle medewerkers daarin een rol hebben, dus ook degenen die niet tot de gemarginaliseerde groep behoren.

Van der Toorn: ‘Als bondgenoot is het zaak je uit te spreken als je misstanden ziet. Dus als iemand een nare opmerking maakt over een collega, of als er sprake is van oneerlijke behandeling, laat dan van je horen.’

Effectief bondgenootschap uit zich in houding, maar meer nog in gedrag, zegt Van der Toorn. ‘Schitterend als je de juiste intentie hebt, maar een goede bondgenoot noemt zichzelf niet alleen zo, maar wordt ook zo gezien en erkend door de ander. Dan pas heeft het impact. Daar mag ook over worden gepraat. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ik wil graag een goede bondgenoot zijn voor mijn collega’s, maar eigenlijk weet ik niet goed hoe ik het moet doen, of ik ben bang om fouten te maken.’

Is het ingewikkeld voor mensen om op te komen voor anderen, omdat het hen niet persoonlijk aangaat? Van der Toorn: ‘Dat hoeft het niet te zijn, want je doet het uiteindelijk ook voor jezelf. Uit ons onderzoek blijkt dat een inclusief klimaat in een organisatie uiteindelijk iedereen ten goede komt. Medewerkers ervaren minder werkstress, voelen zich meer betrokken en zijn minder geneigd de organisatie te verlaten. Bovendien heeft iedereen meerdere sociale identiteiten en weet bijna iedereen hoe het voelt om er op een bepaald moment niet helemaal bij te horen.’

Journalist Sedee was vorig jaar met de Europese delegatie mee naar Pride Boedapest. Daar stond echt iets op het spel, want de Pride was verboden door het Hongaarse parlement. Sedee: ‘Dat moet je zien als een waarschuwing, denk ik, voor Amsterdam Pride, voor wat er kan gebeuren als het in de toekomst steeds slechter zou gaan met mensenrechten.’

Kleur bekennen

De burgemeester van Boedapest gaf toch een vergunning voor Pride en kroonde zichzelf zo tot een soort ‘super-ally’, aldus Sedee. ‘Dat deed hij met gevaar voor zijn functie, met gevaar de gevangenis in te gaan. Het kwam er echt op aan, en hij bekende kleur. Net als de honderdduizenden mensen die toch waren gekomen, ondanks het verbod. Dat was zo ontroerend. Toen werd duidelijk: dit zijn zo veel mensen, dit gaat geen enkel politiekorps kunnen tegenhouden.’

In Amsterdam is Femke Halsema een belangrijke bondgenoot, zegt Sedee, net als alle eerdere burgemeesters die Pride mogelijk maakten door er ruimte en geld voor vrij te maken. Ze horen niet tot de gemeenschap, maar zeiden als vertegenwoordiger van de gemeente: dit vinden wij belangrijk, dit is wat Amsterdam moet zijn.

Een ander concreet voorbeeld van de kracht van bondgenootschap is Het Amsterdam Diner, een jaarlijks benefietgala dat duizend gasten samenbrengt om geld in te zamelen voor de bestrijding van hiv en aids (dit jaar ruim 1,5 miljoen euro). Roel Veltmeijer is zes jaar voorzitter van de Amsterdam Dinner Foundation. In 2016 werd hij zelf gediagnosticeerd met hiv. Als ‘gewone’ bezoeker van het diner hield hij eerst zijn mond, al waren dat heel emotionele avonden, zonder dat zijn tafelgenoten wisten van zijn persoonlijke betrokkenheid.

Als voorzitter kwam hij tijdens het diner ‘uit de kast’ en durfde hij dat daarna ook op zijn werk – Veltmeijer is eigenaar van onder meer Gamestate, Europees marktleider in arcadehallen en mede-hoofdsponsor van het evenement. ‘Iedereen binnen mijn bedrijf weet inmiddels dat ik gay ben en hiv heb, en ze gaan me vast weleens googelen. Zo probeer ik een idee van hoe ik mijn leven leid, en hoe lastig dat soms is, door te laten sijpelen naar de rest van de onderneming. Ik vaar met Gamestate ook mee met Pride; zo probeer ik zo veel mogelijk mensen te betrekken, hetero en queer. We hebben elkaar allemaal nodig.’

Zo kijkt hij ook naar Het Amsterdam Diner. ‘Zonder bondgenoten is dat evenement er niet, je haalt geen 1,5 miljoen euro op met alleen de achterban. Dan heb je bondgenoten nodig: een Heineken, een Uber, die hoofdsponsor is geworden. Als alleen de community in de zaal zit, moet ik die dan vertellen dat het stigma van hiv en aids af moet? Dat weten zij ook wel.

Recordopbrengst

‘Ik heb mensen van buiten de community nodig die afkomen op een mooi feestje, en dán pak ik ze, door ze te confronteren met de harde waarheid. Dan gaan we op het podium staan en vertellen we wat er gaande is in de wereld. Dat is voor sommige mensen een ver-van-mijn-bedshow, want deze ziekte is toch anders dan bijvoorbeeld kanker. Maar daar doen we elk jaar weer ons best voor, om te laten zien dat het niet zo ver van hun bed is als ze denken. En dat is dit jaar uitzonderlijk goed gelukt, dat zie je aan de recordopbrengst en aan de miljoenen Nederlanders die we bereiken via de media.’

Veltmeijer zou het toejuichen als er binnen de community ook wat meer bondgenootschap zou bestaan, zegt hij. Ter verbroedering nodigt hij de organisatie van Pride Amsterdam juist graag uit op zijn diner, en geeft hij ze daar ook aandacht. Want, zegt Veltmeijer, we moeten elkaar toch helpen, als minderheidsgroepen onder elkaar.

Ook Sedee benoemt dit principe van onderling bondgenootschap, zoals in Amsterdam tussen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap en de queer gemeenschap. ‘Touria Meliani, voormalig wethouder Cultuur, en Emre Ünver, stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West, hebben zich erg hard gemaakt voor Pride: minderheden die minderheden steunen vanuit het idee dat zij vaak dezelfde strijd moeten voeren.

‘Het is als in de film Pride, gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit het Verenigd Koninkrijk waarin de regenbooggemeenschap en de mijnwerkers een onverwachte samenwerking aangaan en de mijnwerkers uiteindelijk meelopen in de Pride van 1985 in Londen. Dat was ook een mooi voorbeeld van bondgenootschap.’

Hoogste tijd om met mijn dochter, zelfbenoemd ally, deze film te gaan kijken. En haar 25 juli mee te nemen naar de Pride Walk natuurlijk, misschien wel met een spandoek.

Source: Volkskrant

Previous

Next