Ter gelegenheid van World Pride organiseert De Nieuwe Kerk een tentoonstelling over de lhbti-geschiedenis van Amsterdam. De Volkskrant koos er zeven objecten uit en sprak met betrokkenen over hoe vreugde, verdriet en verzet de regenboogvlag hebben gekleurd.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Amsterdam heeft een reputatie hoog te houden waar het de vrijheid en emancipatie van de lhbti-gemeenschap betreft. Maar die gaat veel verder terug dan de meesten vermoeden. Want ja, het eerste homohuwelijk ter wereld werd in Amsterdam voltrokken, maar dat was al in 1632, toen Hilletje Jansz en Willem Adriaensz (geboren Barbara Adriaensz) trouwden in De Nieuwe Kerk. De eerste homoscheiding vond een maand later plaats.
Arme Barbara. Als ze later was geboren, had ze haar Hilletje gewoon als zichzelf haar ja-woord kunnen geven in 2001, het jaar waarin het burgerlijk huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht werd opengesteld. Nederland was het eerste land ter wereld.
Dat was drie jaar nadat hier de Gay Games waren neergestreken: een sportief-cultureel evenement als bruisend warm bad, met duizenden deelnemers en tienduizenden bezoekers, van wie een deel zelfs afkomstig was uit landen waar homoseksualiteit strafbaar was. En dat was weer elf jaar nadat het Homomonument een plek kreeg in de hoofdstad. Ook weer het eerste in de wereld. Mijlpaal na mijlpaal.
Dus er mag tijdens een groots evenement als World Pride weleens worden teruggeblikt op hoe de lhbti-gemeenschap zichzelf hier door de decennia heen heeft vormgegeven.
De Nieuwe Kerk toont de rijke queergeschiedenis van de hoofdstad aan de hand van zestig objecten. Van een campagneposter voor Vrij Veilig tot het kostuum van de Gay Games-mascotte. Van het stenen uiltje dat waarschuwde tegen kwaadwillende hetero’s in café ’t Mandje tot de toiletspulletjes van Aaïcha Bergamin, een van de eerste openlijke trans vrouwen en trans madammen van Amsterdam.
De Volkskrant selecteerde zeven van die objecten en laat betrokkenen daarover aan het woord. Over de vreugde en het verdriet, het verzet en de omzichtigheid, de pijn en de losbandigheid die door de eeuwen heen de regenboogvlag hebben gekleurd.
‘Ja hoor, je mag best zeggen dat het Nederlands homoactivisme achter de schrijftafel van mr. Jacob Schorer is geboren. Jonkheer Schorer schreef vanaf 1912 brochures van zijn Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK) ter informatie over en emancipatie van homoseksualiteit, en verzond die onder andere naar alle Nederlandse eerstejaarstudenten.
‘Hij was een van de eersten die uit de kast kwam. Dat was nadat hij uit Berlijn was teruggekeerd, waar hij hoogstwaarschijnlijk in therapie was geweest bij arts en seksuoloog Magnus Hirschfeld, een pionier op het gebied van lhbti-emancipatie. Zijn methode was behoorlijk modern voor zijn tijd en leek op die van de AA: je diende jezelf te accepteren door je naam uit te spreken met daarop volgend de woorden ‘ik ben homoseksueel’.
‘Volgens Schorer vertegenwoordigde die homoseksueel een derde geslacht, waaraan niets pervers of misdadigs kleefde. Met zijn NWHK streed hij tegen artikel 248-bis, dat seks tussen mensen van hetzelfde geslacht en jonger dan 21 jaar strafbaar stelde.
‘Maar zijn pionierswerk eindigde toen hij in 1940 zijn archief verbrandde. Zijn bibliotheek is verloren gegaan. Alleen zijn naam leefde voort in het homoconsultatiebureau Schorerstichting, dat in 2012 failliet ging.
‘De Tweede Wereldoorlog betekende weliswaar het eind van een strijd die begon achter de schrijftafel, maar daar bleef het niet altijd bij. Als Schorer er lucht van kreeg dat een man werd gechanteerd vanwege diens geaardheid, trok hij eropuit om verhaal te halen. Moet je je voorstellen: een deftig, gedrongen mannetje dat met zijn wandelstok stond te zwaaien. Hoeveel moed was daar voor nodig?’
‘Of het nou het allereerste signaalsysteem van de Amsterdamse homohoreca was is niet zeker hoor. Ik heb net een radio-interview met Albert Mol beluisterd uit 1979 en die heeft het over een ander café in de Watersteeg, waar ze ook een dergelijk systeem hadden.
‘Maar het uiltje van ’t Mandje, dat al sinds 1927 bestaat, is wel het bekendst.
‘In het café van Bet van Beeren, zelf openlijk lesbisch, was iedereen welkom. Het is een van de eerste Amsterdamse gelegenheden waar homo’s en lesbo’s zichzelf konden zijn. Maar in het toenmalige intolerante klimaat voor queers was voorzichtigheid geboden. Mensen van hetzelfde geslacht mochten niet zoenen, want er kon zomaar iemand van de zedenpolitie binnenkomen en dan was Bet haar drankvergunning kwijt.
‘Dus als ze vermoedde dat er een minder betrouwbare gast binnen was, ging het lampje van het beeldje achter de bar aan en lichtten de rode ogen op. Iedereen wist dan dat ze op hun hoede moesten zijn. Daar komt ook de betekenis van het typisch Amsterdamse woord ‘uil’, heteroseksueel, vandaan.
‘Het uiltje is een symbool van acceptatie in de geschiedenis van de Amsterdamse homohoreca. Het Amsterdam Museum huisvest zelfs een gedetailleerde replica van ’t Mandje, compleet met uil.
‘Bovendien is ’t Mandje niet alleen een iconisch etablissement. Voor mij, als destijds 21-jarige gay, was het de allereerste tent waar ik in mijn eentje naartoe ging en me meteen op mijn gemak voelde.’
‘Aaïcha’s buurvrouw had me in 2014 op de hoogte gesteld van haar overlijden. De huisbaas zou waarschijnlijk al haar spullen in een container gooien, omdat er zich geen naasten of familieleden hadden gemeld. Als ik iets wilde hebben voor een archief, zei ze, moest ik dat meteen komen halen.
‘In 1973 was Aaïcha de eerste transgender vrouw die als zodanig in Nederland in het huwelijk trad, maar ze was geen icoon of boegbeeld van transemancipatie. Anderen hebben later die strijd gevoerd. In een tijd dat het grote publiek niet eens van transgenders had gehoord was Bergamin vooral bezig haar eigen leven te leiden en haar weg te vinden.
‘Ze is van de generatie trans vrouwen die optraden in travestiebars in Hamburg en Parijs – samen met de prostitutie de enige omgeving waarin ze zichzelf konden zijn en een bestaan konden opbouwen. Dat heeft ook zij gedaan. Bergamin was de eerste trans madam van de Amsterdamse Wallen.
‘Haar nalatenschap zijn de getuigenissen van haar leven en haar voornemen niet mee te gaan in de taboe- en schaamtecultuur. Aaïcha werd gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek, ze heeft in de gevangenis gezeten en is ontelbare keren vernederd. Maar ze straalde een onverschrokkenheid uit die in de jaren vijftig heel bijzonder was. Of zoals ze het zelf zei: ‘Je moet niet door iemand gestopt worden. Je moet zonder onderbreking door. Vechten om jezelf te zijn.’
‘In 2021, in zijn speech voor de nationale dodenherdenking op de Dam, vertelde André van Duin dat hij in de dertig jaar dat hij in Amsterdam woonde nog nooit naar de herdenking op de Dam was geweest. Hij ging altijd naar het Homomonument op de Westermarkt.
‘Doordat die speech op tv werd uitgezonden, kregen we opeens weer veel aandacht. Veel mensen wisten niet eens van het bestaan van het monument af. Die interesse is een beetje ironisch als je bedenkt hoe het monument tot stand is gekomen. In 1970 al probeerden twee leden van de Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homoseksualiteit op 4 mei een krans te leggen op het monument op de Dam voor de in de Tweede Wereldoorlog vervolgde homoseksuelen. Ze hadden daartoe ingebroken bij de plechtigheid. Maar hun kranslegging werd gezien als een verstoring. De activisten werden gearresteerd en de krans werd vernietigd. Dat heeft meteen veel publieke verontwaardiging losgemaakt.
‘Vrij snel daarna is het idee ontstaan voor een apart homomonument om de queer slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken. In 1980 won Karin Daan de prijsvraag voor het ontwerp en in 1987 werd het monument onthuld. Het is de eerste in zijn soort in de wereld. De steen in De Nieuwe Kerk is van het originele monument van voor de restauratie in 2003.
‘Maar we herdenken er niet alleen, we vieren en protesteren er ook. We zorgen voor connectie. Jazeker, lukt dat. Ik heb aan een bijeenkomst op het monument een bijzondere vriendschap met iemand uit Duitsland overgehouden.’
‘Dit is een sleutelwerk in Erwins oeuvre. In 1997 kwam ik als stagiair bij hem werken. Tijdens het opruimen stuitte ik een keer op deze foto en schrok. Ik vroeg: ‘Wat is dit? Die man lacht zo lief, terwijl hij zichtbaar getekend is door hiv.’ Erwin vertelde me dat hij veel vrienden had verloren aan aids en dat hij het ondraaglijk vond dat mensen niet eens meer wilden knuffelen met anderen die besmet waren. Toen Martin Schenk, het model, zijn studio binnenliep, lachte hij zo lief naar Erwin dat hij precies dat wilde doen: hem knuffelen.
‘Martin werkte als vrijwilliger in een gaysauna in Amsterdam. De Schorerstichting wilde met een campagne bezoekers van die sauna’s en darkrooms oproepen tot veilige seks, en Martin is daarvan het gezicht geworden.
‘Maar het moest vooral niet te zwaar of te dramatisch worden. Dat zou vlek op vlek zijn. Nu is het kaposisarcoom op zijn lijf te zien, maar ook zijn mooie lach. Het was de combinatie van die glimlach en de ongemakkelijke confrontatie met de ziekte die het beeld zo sterk maakt.
‘In de 28 jaar dat ik met Erwin heb samengewerkt, vond hij dat je de dingen nooit mooier moest maken dan ze waren. De eerste safesexcampagne was er een met bloemetjes en bijtjes, letterlijk. Erwin vond: je moet gewoon zeggen waar het op staat, en de trieste waarheid was dat de kans groot was dat je dood ging als je onveilige seks had.’
‘In 1998, toen Amsterdam de vijfde editie van de Gay Games organiseerde, hadden we ons hoofdkwartier in de Stopera in Amsterdam. Ik was er als mascotte omdat de organisatie een tien jaar oude foto van mij had gezien als Frau Antje bij de opening van club iT in Amsterdam. In vol ornaat werd ik op de games benaderd door een BBC-verslaggever. Of we een interview op de brug verderop konden doen. ‘Prima’, zei ik, ‘over drie kwartier.’ Hij keek me verbaasd aan en vroeg: ‘Waarom niet nu?’ Nou, ik zette een stap buiten de deur en werd meteen belegerd door mensen die op de foto wilden. Drie kwartier later stonden we op de brug.’
‘Het was waanzin. De organisatie had bedacht dat we de halve wereld rond moesten om mensen over de Amsterdamse Gay Games te vertellen. Van San Francisco tot Berlijn moest ik enthousiasmeren en informeren. Lief zijn en leuk lachen.
‘De Gay Games waren een enorm succes, met zo’n 16 duizend deelnemers en 250 duizend bezoekers. Maar omdat ik in zo’n bubbel zat en van afspraak naar afspraak ging, heb ik niet veel meegekregen van het enorme feest dat de games waren. Ik voelde wel heel sterk de saamhorigheid. Een warm bad is een understatement.
‘Amsterdam heeft echt laten zien dat je hier jezelf kunt zijn en dat je hand in hand kunt lopen met de persoon van wie je houdt. We hoorden verhalen van mensen uit Oeganda, waar de doodstraf staat op homoseksualiteit, die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. We weten dat een aantal mensen, die hier hun vrijheid hebben gevierd, thuis gevangenisstraffen hebben gekregen. Maar ze hebben hier gelukkig wel een week vol liefde meegemaakt.’
‘Je ziet hier drie uitvergrotingen van drie kaften van mijn medisch dossier. Als je ze van dichtbij bekijkt kun je dingen lezen als ‘afdeling medische psychologie’, ‘sectie gender’ en nog meer aanduidingen die iets prijsgeven over mijn achtergrond als intersekse persoon.
‘Ik heb met dit kunstwerk en met eerder werk mijn hele dossier geherpositioneerd binnen een wandsculptuur. De pagina’s, de kaften, ze zijn niet meer de onderdelen van het dossier. Het is materiaal geworden waarmee ík werk. Ik heb me ze in zekere zin toegeëigend om er anders naar te kunnen kijken.
‘Het dossier is namelijk de neerslag van een lange geschiedenis waarin door de medische wetenschap keuzen werden gemaakt. Keuzen waarover ik niets te zeggen had en waarover een enorme zwijgcultuur bestond. In de documentaire Kiezen, snijden, zwijgen uit 2024 zeg ik daar het een en ander over. Door nu de stukken te beschouwen als kunstwerk, voor iedereen zichtbaar, wordt die geheimhouding teniet gedaan.
‘Wat ik er het interessantst aan vind, is dat het medisch dossier in eerste instantie ten behoeve van de artsen is gemaakt. Daar hadden zij autonomie over. Er zit een bepaalde machtsstructuur aan vast. Maar die machtsstructuur wordt weggevaagd door het te aanschouwen als kunstwerk in plaats van als dossier. In die verschuiving herclaim ik een bepaalde zeggenschap.’
Queer Amsterdam, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, van 9/7 tot 4/4.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant