Het is een wrange paradox: talentvolle Nederlandse onderzoekers verlaten de wetenschap of belanden werkloos thuis, terwijl de overheid intussen miljoenen investeert om wetenschappers uit het buitenland aan te trekken.
Met geld van het Tulp Fonds worden 29 onderzoekers uit de Verenigde Staten naar Nederland gehaald nu de wetenschap daar onder druk staat, zo bericht de Volkskrant. Een nobel initiatief, en de onderzoekers die hierdoor worden getroffen verdienen onze steun. Toch voelt het voor veel jonge onderzoekers in Nederland wrang.
Zo positief als het nieuws wordt gebracht, is de situatie niet. Want waarom wordt er 50 miljoen euro vrijgemaakt om onderzoekers uit de VS naar Nederland te halen, terwijl talentvolle onderzoekers hier nauwelijks uitzicht hebben op een vaste baan?
Over de auteurs
Swinda Falkena is postdoctoraal onderzoeker aan Laboratoire Météorologie Dynamique (Parijs) en Universiteit Utrecht. Linda Gavras-van Garderen is gastonderzoeker aan Universiteit Utrecht. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In Nederland zijn honderden postdoctorale onderzoekers die op tijdelijke contracten een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek uitvoeren. Velen krijgen te horen dat ze uitstekend werk leveren, maar een vast contract is volgens hun universiteit te risicovol. Niet omdat er geen onderzoeksprojecten zijn – subsidies hiervoor worden nog altijd binnengehaald – maar omdat structurele financiering voor vaste wetenschappelijke posities ontbreekt, zeker nadat het budget de afgelopen jaren is uitgehold.
Het gevolg is een wrange paradox: talentvolle onderzoekers verlaten de wetenschap of belanden werkloos thuis, terwijl de overheid miljoenen investeert om wetenschappers uit het buitenland aan te trekken. Voor de Tulp Fonds-posities was er geen open sollicitatieprocedure of een grondige check of de positie van de betreffende wetenschappers onder druk stond, terwijl de universiteiten na de eerste vijf jaar de financiering over moeten nemen. Dat betekent dat er op de lange termijn een risico is dat deze posities ten koste gaan van de kansen van jonge Nederlandse onderzoekers.
Dat is geen probleem van individuele universiteiten, maar van het systeem. Een groot deel van de onderzoeksmiddelen is bestemd voor tijdelijke projecten, terwijl structurele financiering achterblijft. Zelfs subsidies die bedoeld zijn om zelfstandig wetenschappelijk talent verder te ontwikkelen, zoals de zogeheten Vidi-beurs, blijken voor veel jonge onderzoekers in de praktijk onbereikbaar doordat universiteiten vaak eerst een vaste aanstelling verlangen.
Het Rathenau Instituut heeft de afgelopen jaren meerdere aanbevelingen gedaan om de balans tussen tijdelijke projectfinanciering en structurele financiering te herstellen. Die verdienen serieuze opvolging. Nederland hoeft niet te kiezen tussen het aantrekken van internationaal talent en het behouden van eigen talent. Maar een land dat zijn eigen jonge onderzoekers geen toekomst biedt, verzwakt uiteindelijk ook zijn eigen wetenschap.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant