Het wetsvoorstel dat bedrijven bij oorlogsdreiging kan dwingen voor het leger te produceren, is flink uitgekleed door minister Heleen Herbert van Economische Zaken. Het kabinet heeft de scherpe kantjes ervan afgehaald na felle kritiek van ondernemersorganisaties.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Herbert (D66) heeft het aangepaste voorstel woensdag voor advies naar de Raad van State gestuurd, meldt haar ministerie op zijn website. Dit najaar wil zij het ter behandeling voorleggen aan de Tweede Kamer.
De Wet weerbaarheid defensie- en veiligheidsgerelateerde industrie (WWDI) komt uit de koker van het vierde kabinet-Rutte. Het oorspronkelijke wetsvoorstel van toenmalig defensieminister Kajsa Ollongren gaf de overheid ruime bevoegdheden om bij acute oorlogsdreiging (een deel van) de productiecapaciteit van defensieleveranciers op te eisen.
Die bedrijven zouden dan gedwongen worden te produceren voor defensie, desnoods ten koste van hun andere klanten. De wet beoogt te voorkomen dat het leger in een oorlogssituatie slagkracht verliest door voorraadtekorten.
De wet zou niet alleen worden geactiveerd als Nederland militair wordt bedreigd, maar ook als bijvoorbeeld Rusland een Navo-land binnenvalt. Artikel 5 van het Navo-verdrag verplicht de andere lidstaten dan het aangevallen land militair bij te staan.
De reikwijdte van Ollongrens wetstekst was potentieel zeer ruim. Essentiële leveranciers van de krijgsmacht zijn immers niet alleen wapenfabrikanten, maar ook voedselproducenten, transporteurs en leveranciers van medische hulpmiddelen.
Het ministerie van Defensie nam in 2023 het initiatief voor het wetsvoorstel, maar werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland riepen de overheid in april 2024 ook op ‘een plan te maken voor een oorlogseconomie’. De lobbybrief greep de verhoogde politieke aandacht voor defensie aan om voor meer subsidies (VNO-NCW spreekt steevast van ‘investeringen’) aan de defensie-industrie te pleiten.
Groot was dan ook de schrik op het Haagse hoofdkantoor toen Ollongren tien weken later met een wetsvoorstel kwam dat defensieleveranciers niet direct meer geld opleverde, maar in oorlogssituaties wel min of meer onder curatele zou stellen. De werkgeversorganisaties vonden dat veel te ingrijpend voor de getroffen bedrijven, ook omdat de wet niet duidelijk maakte welke vergoedingen defensie zou betalen voor de afgedwongen leveranties.
De afgelopen twee jaar is veel overlegd tussen de ondernemersclubs en de ministeries van Defensie en Economische Zaken (EZ). EZ heeft zich de kritiek van het bedrijfsleven aangetrokken en het wetsvoorstel van Ollongren flink afgezwakt. In geval van nood kan het kabinet nog slechts ‘enkele tot een tiental’ bedrijven dwingen tot productieverhoging.
Om welke bedrijven het gaat wil het ministerie niet zeggen, ook omdat die lijst kan veranderen. Volgens een woordvoerder van EZ heeft defensie zich de afgelopen twee jaar al van veel extra voorraden verzekerd, mede via aangepaste leveringscontracten. De oude, krachtiger versie van de wet zou daardoor minder nodig zijn.
Een woordvoerder van het ministerie van Defensie bevestigt dat. Hij stelt dat zowel de nieuwe wettekst als andere, bestaande oorlogswetgeving kabinetten voldoende handvatten geeft om de beschikbaarheid van essentiële goederen voor het leger te garanderen in een oorlog of bij acute oorlogsdreiging.
Een wetsonderdeel dat wel overeind staat, is een nieuwe investeringstoets voor bedrijven die essentiële goederen en diensten leveren aan de krijgsmacht. Deze investeringstoets is een aanvulling op de Wet vifo, die moet voorkomen dat bedrijven die hoogwaardige, gevoelige technologie leveren in vijandige buitenlandse handen vallen. De WWDI stelt ook zo’n toets in voor niet-technologische bedrijven die van cruciaal belang zijn voor defensie.
De wet regelt ook dat de overheid ‘geschikheidsverklaringen’ kan uitgeven aan bedrijven in de defensie- en veiligheidsindustrie. Dat is een soort kwaliteitskeurmerk dat bedrijven kunnen inzetten om buitenlandse opdrachten en -subsidies binnen te halen. Bedrijven die zo’n geschiktheidsverklaring aanvragen, worden onder meer gescreend op ongewenste buitenlandse inmenging in hun managementstructuur.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant