Politiek en overheid in Nederland hebben moeite met openbaarheid, stelt Serv Wiemers, die binnenkort afscheid neemt als directeur van de Open State Foundation. Er zijn stappen gezet, zoals een lobbyregister en de Wet open overheid, maar de cultuur van geslotenheid is lastig te doorbreken.
‘Die journalist hebben we informatie gegeven, en toen schreef hij alsnog een negatief artikel. Dat doen we dus nooit meer!’ De topbestuurder verwachtte mijn instemming, maar het opvragen van publieke informatie is een grondrecht, van iedere journalist en iedere burger.
‘Jullie baseren je oordeel alleen maar op openbare informatie, maar we doen nog veel meer!’Ook hier verwachtte men begrip, maar wie kan een oordeel baseren op wat er misschien achter gesloten deur gebeurt?
‘We hebben honderd juristen aangesteld om de documenten te lakken; moeten we er dan nog meer aannemen?!’ Verbazing bij de overwerkte topambtenaar toen ik zei dat die honderd juristen juist voor vertraging zorgden door op ieder potentieel risico in te zoomen – en daarmee een groter risico creëerden.
Over de auteur
Serv Wiemers neemt op 1 augustus na zes jaar afscheid als directeur van Open State Foundation.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Nederland is een democratisch land en veel politici, bestuurders en ambtenaren vinden dat we het best goed hebben geregeld. Maar democratie gaat niet zonder transparantie, en op dat vlak doet Nederland het helemaal niet zo goed. In de democratie-index van V-Dem staat Nederland op de 18de plek. Maar als het gaat om het betrekken van burgers bij het bestuur komt ons land pas op de 50ste plek.
Dat sluit aan bij andere lijsten over open overheid. In het Open Data Maturity Report van de EU en de OurData Index van de Oeso scoort Nederland ruim onder het gemiddelde. In het nationaal algoritmeregister vinden we, ondanks het toeslagenschandaal, slechts 4 procent van de impactvolle algoritmes die door de overheid worden gebruikt. Vergelijkbare cijfers gelden voor de rechtspraak: minder dan 5 procent van de rechtbankuitspraken wordt gepubliceerd. De Raad van Europa tikte Nederland herhaaldelijk op de vingers vanwege een gebrek aan lobbytransparantie.
Onze handels- en UBO-registers behoren tot de meest gesloten van Europa. Nergens duurt beantwoording van een informatieverzoek zo lang als hier.
Waar komt dit gebrek aan openheid vandaan? Voor een deel zijn dat menselijke redenen: het is niet altijd fijn als iemand over je schouders meekijkt, zeker in tijden waarin oordelen op sociale media snel zijn gevormd. Maar er zijn fundamentelere oorzaken.
Ons politieke systeem werd lang gekenmerkt door de verzuiling. Elites van de zuilen sloten compromissen en als lid van een zuil wist je dat jouw belangen werden vertegenwoordigd. Later kwam daar de polder voor in de plaats en ook daar werden de belangen van jouw ‘polderpunt’ ingebracht. Daarbovenop kwam de coalitiepolitiek: als politicus moest je iedereen te vriend houden omdat je daarmee de volgende keer in een coalitie kon zitten.
Bij zo’n politieke cultuur hoort vertrouwelijkheid. En als burger kon je erop vertrouwen dat jouw belangen waren geborgd. Maar de moderne burger herkent zich niet meer in een zuil, polderpunt of politieke partij. Door de individualisering is die burger letterlijk en figuurlijk mobiel; soms werknemer, soms werkgever; soms globalist, soms lokalist. Daarbij hoort niet vertrouwen, maar accountability. Op basis van open data. Benodigde publieke informatie wisselt van persoon tot persoon en van positie tot positie.
De noodzakelijke openheid loopt daarbij achter. Noord-Europese landen zijn daadwerkelijk open. Zuid-Europese landen weten dat corruptie op de loer ligt en hebben het dichtgetimmerd. Nederland valt zonder de open cultuur van het Noorden en de waarborgen van het Zuiden tussen wal en schip.
Intussen verklaarde de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in 2022 het recht op toegang tot overheidsinformatie tot mensenrecht. Nederlanders verlangen die transparantie; het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft herhaaldelijk gepeild dat dit voor de kiezer de hoogste prioriteit heeft en dat een gebrek eraan leidt tot wantrouwen in de politiek.
De afgelopen zes jaar is er wel iets bereikt. Er is een Wet open overheid gekomen en die is ondanks tegenstand overeind gebleven. De termijnen voor de beantwoording van Woo-verzoeken voldoen nog niet aan de wet, maar nemen wel af. Ambtenaren beloven nu als ze in dienst komen te zullen bijdragen aan een open overheid. Er is een anti-draaideurwet van kracht geworden. De nieuwe regering wil een lobbyregister invoeren.
Dat is allemaal hard nodig. Desinformatie verspreidt zich zes keer zo snel als feiten, dus moeten openoverheidsmedewerkers zes keer zo hard werken. Maar openheid bespaart uiteindelijk tijd: Woo-verzoeken nemen af als informatie actief openbaar wordt gemaakt. Actief openbaar maken wordt makkelijk als informatie ‘open by design’ wordt ontwikkeld. Een open overheid leidt ook tot economische groei; de waarde daarvan is onlangs becijferd op 4,4 miljard euro per jaar.
En dus de democratische waarde. Kijk naar de minister van Digitale Zaken van Taiwan, Audrey Tang, die dankzij haar beleid van radicale transparantie het vertrouwen in de overheid zag toenemen van 9 procent naar 70 procent. Niet door te laten zien dat de overheid het goed doet, maar door burgers leidend te laten zijn. Hopelijk durven Nederlandse politici zich ook zo open op te stellen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant