Onduidelijke afspraken over de Straat van Hormuz hebben het principeakkoord tussen de VS en Iran binnen drie weken aan het wankelen gebracht. Is er nog hoop voor de diplomatieke weg? ‘Ik denk niet dat er een werkbaar alternatief is.’
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
De zwaarbevochten raamovereenkomst tussen Iran en de VS, die kalmte had moeten brengen in het Midden-Oosten, wankelt. Als reactie op het bestoken van commerciële schepen in de Straat van Hormuz bombardeerden de Verenigde Staten dinsdagavond meer dan tachtig militaire doelwitten rond Iraanse havensteden, waaronder schepen van de Revolutionaire Garde. Vervolgens sloeg het Iraanse regime terug met evenzoveel droneaanvallen richting Amerikaanse legerbases in Koeweit en Bahrein.
Het gaat om de grootste escalatie sinds het tekenen van het principeakkoord tussen beide partijen, half juni. ‘Ik denk dat het voorbij is’, zei de Amerikaanse president Donald Trump woensdag tijdens de Navo-top in Ankara, verwijzend naar het akkoord. Hij noemde de Iraanse politieke leiding ‘tuig’ en ‘ziek’, maar verkondigde tegelijk dat hij zijn onderhandelaars ‘misschien’ verder zou laten praten.
Het zogeheten ‘memorandum van overeenstemming’ (MOU) dat Iran en de VS in juni ondertekenden, voorzag in een periode van zestig dagen voor het uitonderhandelen van een breder akkoord over het Iraanse atoomprogramma. Dat diplomatieke pad is verre van afgesloten, maar het omgekeerde – een hervatting van de oorlog – is op dag 20 ook een mogelijkheid geworden. ‘Het tijdperk van intimidatie en afpersing is voorbij’, schreef een van de Iraanse onderhandelaars, parlementsvoorzitter Mohammed Bagher Ghalibaf op X. ‘We binden niet in.’
Wat zich vooral wreekt, is het vage woordgebruik in het MOU. Beide partijen konden zichzelf daardoor in eigen land uitroepen tot winnaar van de oorlog, maar blijken totaal andere interpretaties te hebben van wat er is afgesproken. Het patroon dat zich aftekent – wél een einde aan de oorlog, geen duidelijk vervolgtraject – oogt daarmee als een herhaling van Trumps bestandstekst voor Gaza, afgelopen herfst.
Het belangrijkste voorbeeld van de tekstuele ambiguïteit is de Straat van Hormuz, en dan met name het woord ‘regelingen’. Er staat dat Iran ‘regelingen’ zal treffen voor de ‘veilige doorvaart’, hetgeen Teheran leest als: ieder schip moet de doorvaart met ons afstemmen. Wie dat niet doet, moet maar voelen. Aan Amerikaanse kant benadrukt men juist dat Iran (in elk geval gedurende de zestig dagen) de Straat hoe dan ook moet openhouden.
Deze twist ligt aan de basis van de huidige escalatie. Dinsdag vuurde Iran drones af op drie tankers in Omaanse wateren, waaronder een Saoedische en een Qatarese (de derde voer onder onbekende vlag). Dat tweede was extra pijnlijk, aangezien Qatar als vredesonderhandelaar optreedt. De VS spraken van ‘terrorisme’ en een bestandsschending. De sancties op de Iraanse olie-export werden opnieuw ingesteld, terwijl het MOU die juist tijdelijk had beëindigd. Dinsdagavond volgde de barrage aan luchtaanvallen.
Hamidreza Azizi, als Iran-analist verbonden aan de Duitse denktank Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP), waarschuwde vorige week op zijn weblog dat het wantrouwen aan Iraanse kant met de dag groeit. Volgens hem verdenkt de Iraanse politieke leiding Washington ervan de periode van zestig dagen te misbruiken om Irans veronderstelde oorlogstrofeeën (waaronder controle over de Straat) één voor één om te kegelen. Een voortzetting van de oorlog, kortom, maar dan stilletjes.
Vooral de aankondiging eind juni door het sultanaat Oman (dat aan de overzijde van het water ligt) en de Internationale Maritieme Organisatie dat men een concurrerende, zuidelijke route door de Straat zou openen, heeft kwaad bloed gezet. De eerdergenoemde tankers gebruikten die route. De bedoeling was om duizenden gestrande schepen een weg naar buiten te bieden en de Iraanse controle te omzeilen. Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, schaarde zich er dezelfde dag achter in een gezamenlijke verklaring met de zes Arabische Golfstaten.
Een schending van het akkoord, vinden de Iraniërs, ook al hebben ze het internationaal recht niet aan hun kant. Hun controle over de Straat van Hormuz zien ze als definitief en onomkeerbaar. Het is de grote ‘strategische gelijkmaker’, zoals een Iran-analist het noemde, in de verder ongelijke krachtmeting met Amerika en zijn bondgenoot Israël. Tegelijkertijd is hoogmoed een reëel gevaar: Teheran zou een belangrijke bondgenoot als China, dat baat heeft bij vrije doorvaart, van zich kunnen vervreemden.
Een tweede punt van zorg is het front in Libanon, eveneens genoemd in het MOU. Daar was de Iraniërs een staakt-het-vuren toegezegd door de Amerikanen. Israël schendt dat bestand echter op dagelijkse basis, zonder dat Trump zijn bondgenoot tot de orde roept.
Diezelfde Amerikanen bemiddelden bovendien bij het sluiten van een aparte deal tussen Israël en Libanon, met als bijeffect dat Iran zijn tweede ‘trofee’ (zeggenschap over Libanon) dreigt kwijt te raken. Welke van de twee Amerikaanse handtekeningen méér waard is, weet niemand.
Voor komend weekend stonden er nieuwe onderhandelingen op het programma in de Qatarese hoofdstad Doha. Hoewel die nu hoogst onzeker zijn, is het ook voorbarig om – indachtig Trumps woorden – het akkoord dood te verklaren. ‘Ik denk niet dat er een werkbaar alternatief is voor het diplomatieke pad’, zegt Andreas Krieg aan de telefoon, als Midden-Oostenkenner verbonden aan King’s College in Londen. ‘Iedereen zag al een tijdje aankomen dat dit geen lineair proces zou worden richting een alomvattend akkoord.’
Om de afgesproken zestig dagen gaat het allang niet meer, die kunnen probleemloos worden verlengd. Uiteindelijk heeft het Iraanse regime de beloofde sanctieverlichting nodig, denkt Krieg. ‘Maar ze zijn nu aan het vertragen omdat ze denken een betere deal te kunnen binnenslepen.’ Of Trump een vergelijkbaar geduld zal kunnen opbrengen, weet alleen hijzelf.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant