Olav Kooij (24) heeft lang moeten wachten op deze dag. Maar na een ploegwissel, een herstelperiode van een geheimzinnig virus en weken van onzekerheid over zijn Tourdeelname, kwam tijdens de vijfde etappe alles samen. In Pau sprintte de Nederlander naar zijn eerste Tourzege.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Hij had lang uitgekeken naar deze dag. Olav Kooij had er zin in, voelde zich goed, maar wilde het ook niet groter maken dan het is. Goed, de sprinter was van ploeg gewisseld om hier, op het allergrootste wielerpodium te kunnen strijden, en had daarna maanden in twijfel geleefd of hij aan de start zou komen te staan, maar zo speciaal was een sprintetappe in Tour de France nou ook weer niet. De mannen tegen wie hij moest gaan sprinten waren gewoon dezelfde als altijd.
Als hij 158 kilometer later naar de zege sprint, blijkt dat hij gelijk heeft. In een hectische finale houdt Kooij iedereen achter zich. Max Kanter finisht op ruime afstand als tweede, Tim Merlier wordt derde. Een uur na zijn overwinning vertelt Kooij (24) dat hij nog niet echt tijd heeft gehad om de sprint terug te kijken. Maar één ding had hij al gezien: de voorsprong was groot. Meer dan een fietslengte.
Bij zijn eerste kans in de ronde van Frankrijk was het meteen raak. Want hoewel Kooij al jaren geldt als een van de snelste sprinters van zijn generatie, bleef zijn debuut in de Ronde van Frankrijk lang uit.
Bij Visma-Lease a Bike, waar hij de afgelopen jaren voor uitkwam, was er simpelweg geen plek. De ploeg focuste in de Tour op de klassementsambities van Jonas Vingegaard, voor een sprinter was in de selectie geen ruimte. En dat terwijl Kooij al meer dan vijftig profzeges achter zijn naam had staan, waaronder drie ritzeges in de Giro d’Italia.
En dus besloot Kooij te verkassen, naar een team dat hem wel de kans zou geven om naar de Tour te gaan. Hij vertrok naar het Franse Decathlon-CMA, kreeg een nieuwe coach, en bereidde zich voor op zijn grootste doel: de Tour. Maar toen wist de Nederlander niet dat er alsnog maanden van twijfels over zijn deelname zouden volgen.
Eerst was er dat virus, waarvan nog steeds niet bekend is gemaakt wat het precies was, dat hem maanden aan de kant zette. ‘Vanaf januari voelde ik me heel moe en ziek’, zegt Kooij. ‘De eerste twee maanden heb ik niet gefietst. We maakten plannen, maar we moesten het vaak weer aanpassen.’
Pas eind mei keerde Kooij, na zeven maanden zonder wedstrijden, weer terug. Toen hij in de Baloise Belgium Tour Tim Merlier en Jasper Philipsen voorbij sprintte, was wel duidelijk dat de vorm goed zat. Kooij: ‘Stap voor stap kwam het vertrouwen terug dat ik op tijd fit zou zijn voor de Tour, maar het was een race tegen de klok.’
En dan was er ook nog die andere reden voor vraagtekens. Het Franse wonderkind Paul Seixas, die ook in zijn ploeg zit, presteerde zo goed dat hij zou debuteren in de Tour. Konden die twee dan wel samen gaan? Pas een week voordat de Tour in Barcelona van start zou gaan, volgden de verlossende woorden dat Kooij mee mocht. Het team zou per sprintetappe bekijken hoe ze de jonge Seixas veilig konden afzetten, om vervolgens met Kooij voor de zege te gaan. Het doel voor de groene trui werd meteen al losgelaten.
Tijdens de vijfde etappe kon de Franse ploeg voor het eerst laten zien hoe die twee doelen samen gaan. Terwijl Kooij met zijn oranje koelvest in Lannemezan naar het podium fietst, vertelt zijn lead-outman Cees Bol dat ze het gevoel hebben dat de Tour met deze sprintetappe pas echt begint.
Dat Kooij een paar dagen had moeten wachten, vond hij zo erg nog niet. Op die manier had hij tijd gehad om aan de Tourgekte te wennen, om er een beetje in te komen. En, omdat hij door zijn virus pas weinig had gekoerst, kon hij in die eerste dagen ook wennen aan teamgenoten met wie hij nog nooit eerder had samen gereden.
Niet dat Kooij en Bol de afgelopen dagen niks hadden gedaan. Maar deze woensdag was het anders, nu ging het echt gebeuren, en Bol ‘was er 100 procent zeker van’ dat Kooij kon winnen. Veel hadden ze nog niet samen gesprint, al zou dat geen probleem moeten zijn, een massasprint kan je eigenlijk ook niet trainen. In een ideaal scenario zouden ze na de laatste bocht één en twee liggen. Maar, lachte Bol: ‘Zo gaat het niet zijn, dat weten we nu al.’
En Bol had gelijk: zo liep het inderdaad niet. Hoewel het eerste deel verliep zoals de meeste sprintersploegen hadden gehoopt – de Fransman Baptiste Veistroffer reed als eenzame vluchter 3 uur lang voor het peloton uit en werd met 14 kilometer teruggegrepen – zorgde een valpartij op 5 kilometer voor de finish voor onrust. Kooij kwam zonder ploeggenoten te zitten, maar koos de goede positie en ging als eerste aan. Geen sprinter kon nog in de buurt komen.
‘Olav is gelukkig zo goed dat hij zichzelf erdoorheen kan rijden’, vertelde zijn ploegmaat Daan Hoole na afloop bij de NOS. ‘Iedereen praat over Paul Seixas, maar Kooij is dat op sprintgebied. Een enorme klasbak.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant