Een bezoek aan de Groningse platenzaak Swingmaster van Sem van Gelder, hartje stad, had iets van een familieritueel: je kwam natuurlijk voor de platen, maar stiekem nog meer voor de eigenaar.
Het begon met plaatjes die zijn vader uit een jukebox had geplukt. Daarbij zat It’s All Over Now van de Rolling Stones. Aardig nummertje, vond Sem van Gelder, maar hij was er snel achter dat die Stones niet meer dan een coverbandje waren. Erger nog, de oorspronkelijke versie van de Amerikaanse blueszanger Bobby Womack was nergens in Nederland te krijgen. Daarin zou hij hoogstpersoonlijk verandering brengen.
Het eindigde in een ziekbed waar een aanhoudende stoet van vrienden hem vaarwel kwam zeggen onder het genot van een stroom aan ‘aardige nummertjes’. Die liefde en aandacht had Sem van Gelder te danken aan zijn internationale reputatie als de innemende leverancier van buitengewone blues en jazz.
Samen met zijn compagnon Leo Bruin beheerde hij in de Groningse binnenstad platenzaak Swingmaster waar de zwarte muziekcultuur werd gevierd. Klanten kwamen ervoor uit Duitsland, Engeland en zelfs Japan. Uit de winkel kwam ook het gelijknamige platenlabel voort, waarop Robert Lee Burnside zich voor het eerst liet horen aan de buitenwereld. Voor wie dat niet weet: RL Burnside geldt inmiddels als een gerenommeerde bluesgitarist.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Zo was er altijd en overal muziek in het leven van Sem van Gelder. Met het gezin woonde hij boven de zaak waar een muur volledig aan het zicht werd onttrokken door ruim vijfduizend elpees. In zijn afscheidstoespraak riep zoon Ben het beeld op van muziek als warm bad. ‘Als hij in de platenkamer wielrennen keek op de televisie en Coltrane uit de speakers schalde, dan kon ik mij tegen hem aanvlijen op de bank en dan was het goed. Ik wist dat ik altijd welkom was in zijn wereld.’
Elk jaar had Sem van Gelder een goede reden het vertrouwde Groningen (eventjes) de rug toe te keren. Dat was het North Sea Jazz Festival, eerst in Den Haag en later in Rotterdam. Swingmaster mocht er een kraam uitbaten, waar in één weekend de jaaromzet van de winkel werd overtroffen. Ook ontmoette Van Gelder er zijn vrouw Jacqueline, zangeres van Jiddische liedjes. En nog weer later zag hij er zijn zoons Ben en Gideon, respectievelijk met sax en piano, op het podium staan.
De eerste herinneringen aan Van Gelder van muziekjournalist Eddy Determeyer gaan terug naar de jaren zeventig, naar hun gedeelde passie voor jazz en een gedenkwaardig optreden van saxofonist Dexter Gordon. Professioneel werd de muziek toen Van Gelder in het café van zijn vader plaatjes ging draaien. Vervolgens begonnen Van Gelder en Determeyer, op 200 meter afstand van elkaar, allebei een in jazz gespecialiseerde winkel. ‘We hebben het wel over Groningen, hè!’ Eddy Determeyer klinkt verontwaardigd wanneer de reputatie van Groningen als jazzstad in het geding is.
Om zijn oudste vriend te typeren, komt hij uit bij het Jiddische begrip ‘mensch’. Daarmee wordt een warmbloedig en gastvrij type aangeduid. ‘Een bezoek aan Swingmaster had altijd iets van een familieritueel. Je kwam natuurlijk voor de platen, maar stiekem nog meer voor hem.’
Dat de muziek zo’n overheersende rol speelde, hebben de kinderen nooit vervelend gevonden. Integendeel, jazz en blues vormden de vanzelfsprekende soundtrack van hun jeugd. De pianolessen spraken al evenzeer vanzelf. Dat Ben en Gideon uiteindelijk goed genoeg werden voor podia en opnamen zal hun vader ongetwijfeld trots hebben gestemd. Gideon van Gelder: ‘Maar het was zeker niet zo dat wij zijn droom vervulden.’
Tijdens zijn ziekbed werd het de kinderen pas echt duidelijk wat hun vader voor zovelen had betekend. Gideon: ‘Soms kwamen er op één dag tientallen mensen langs.’ Ben: ‘Het was een waterval van liefde, die over hem werd uitgestort.’
Source: Volkskrant