Niet de bank, maar de overheid heeft in het begin van de coronaperiode het grootste deel van de financiële problemen bij kleine bedrijven opgevangen. Ook de eigen financiering van eigenaren speelde maar een kleine rol.
Dat blijkt donderdag uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB keek daarbij naar kleine zelfstandige bedrijven die het financieel flink te verduren kregen van de coronapandemie, met name bedrijven in de horeca of handel en de reparatie van voertuigen. Het bureau onderzocht vooral de overheidssteun in het begin van de coronaperiode.
Banken en eigen geld van eigenaren speelden daarbij een veel kleinere rol bij het oplossen van financiële problemen van de bedrijven. Van de bedrijven die de meeste steun van de overheid kregen, had 77 procent in 2020 niet méér geleend dan voor de coronacrisis uitbrak.
Ook bedrijven die minder of geen steun kregen van de overheid, gingen niet meer lenen dan voor het begin van de coronaperiode. Het CPB kan op basis van dit onderzoek niet zeggen of dat komt doordat bedrijven minder leningen aanvroegen, of dat banken terughoudender waren met verstrekken van leningen.
Bij de bedrijven die de meeste overheidssteun ontvingen, bestond 60 procent van het balanstotaal uit geld van de overheid. Redelijk weinig eigenaren hebben hun bedrijf zelf financieel ondersteund tijdens de coronaperiode. Eigenaren die dat wel deden, leenden bijvoorbeeld een deel van hun eigen geld uit aan hun bedrijf. Of ze betaalden leningen die al uitstonden, sneller terug. Maar bij de meeste bedrijven is die eigen steun niet terug te zien, zegt het CPB. Volgens het bureau is het verstandig om in de toekomst beter te kijken naar de verdeling bij "het opvangen van economische schokken".
Source: Nu.nl economisch