Home

Het jongste land van de wereld is een speelbal van de elite: ‘We hoopten op alles, maar vooral op vrijheid’

Zuid-Soedan, het jongste land ter wereld, bestaat donderdag vijftien jaar. Reden voor feest is dat niet. Alleen voor de elite in de hoofdstad Juba geldt het nieuwe land als succes. Daarbuiten wankelt Zuid-Soedan onder oorlog, honger en corruptie. ‘Het is niet wat we ervan verwacht hadden.’

is Afrika-correspondent voor de Volkskrant. Ze woont in Naïrobi en reisde voor dit verhaal naar Zuid-Soedan

Binnen de muren van het vijfsterrenresort Nimule in de hoofdstad Juba geldt Zuid-Soedan als een succes. Het jongste land ter wereld bestaat vandaag vijftien jaar. Dit resort is een wereld van mannen met gouden horloges en hun elegant geklede echtgenotes. Op het terras aan het zwembad klinken stoere verhalen over wapensmokkel tijdens de oorlog die de opmaat was voor de onafhankelijkheid in 2011.

Het resort is gebouwd door een medestrijder van weleer, vertelt Ezekiel Lol Gatkuoth (52), minister van Publieke Werken en eerder minister van Olie. Toen hij, zoals zoveel jongemannen van zijn generatie, in de jaren tachtig van de vorige eeuw de ‘bush’ in ging om te vechten tegen de Arabischtalige ‘vijand’ in het destijds nog verenigde Soedan, leverde deze kameraad de wapens. Op het terras herleven oude tijden. Daarom komt Gatkuoth hier graag.

In Zuid-Soedan zijn ‘schermutselingen’, stelt Gatkuoth, die ooit een diplomatieke cursus volgde aan het Haagse Instituut Clingendael (‘zonder Nederland was ik nergens geweest’). Toch moet je voor ogen houden waar dit land vandaan komt. Neem de hoofdstad Juba, gelegen aan de Witte Nijl, de rivier die Zuid-Soedan doorsnijdt. ‘Voor de onafhankelijkheid was dit niet veel meer dan een moerasgebied. We gingen hier vissen. Nu is dit een andere wereld. Er is veel vooruitgang geboekt.’

Maar een groot feest in Juba deze donderdag? Nee, dat blijft uit. Jongeren mogen de straat op, maar een officiële viering ter ere van vijftien jaar onafhankelijkheid acht de overheid te riskant. ‘Het zou kunnen escaleren.’

Want buiten dit luxehotel wankelt het jarige Zuid-Soedan. Hongersnood dreigt voor miljoenen inwoners. De Verenigde Naties waarschuwden in maart voor een herleving van de burgeroorlog die tussen 2013 en 2018 honderdduizenden levens kostte. Volgens de VN valt het regeringsleger soms zijn eigen burgers aan. De afgelopen maanden moesten talloze Zuid-Soedanezen hun huis ontvluchten.

In de jonge staat heeft één oud-rebellenleider de touwtjes in handen: president Salva Kiir (74). In vijftien jaar tijd zijn er al vijf keer presidentiële verkiezingen beloofd, maar ze vonden nooit plaats. Ditmaal staan de presidentsverkiezingen gepland voor december. Maar de vraag is: zullen die deze keer wel doorgaan, en zo ja, wat valt er dan te kiezen?

Grootschalige corruptie

Kiirs politieke tegenspeler en aartsvijand, vicepresident en oppositieleider Riek Machar, behoort tot de Nuer, een etnische minderheid. Machar heeft huisarrest, officieel vanwege betrokkenheid bij een aanslag op een VN-basis. De strafzaak tegen hem sleept zich voort. Niemand betwist dat deze verdenking politiek gelegen komt, want Machar kan nu geen campagne voeren. Daarmee blijft Kiir als enige serieuze kandidaat over.

Zuid-Soedan oogt groen en vruchtbaar en is rijk aan olie. Als gevolg van de oorlog in buurland Soedan kon de olie enige tijd niet worden verscheept, maar inmiddels functioneren twee cruciale pijpleidingen weer. Alleen: de meeste oliemiljarden bereiken de staatskas niet, stelde de VN-Mensenrechtenraad vorig jaar. Het geld verdwijnt in de zakken van de elite. Corruptie in Zuid-Soedan is zo grootschalig dat het volgens de VN de ‘motor is achter het verval’.

Op het vliegveld van Juba staan rijen VN-containers met noodrantsoenen en propellervliegtuigjes van hulporganisaties. Omdat de staat tekortschiet, is dit een van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Zuid-Soedan ligt aan een infuus van buitenlandse hulpgelden. Tegelijkertijd zijn hulpverleners hun leven niet zeker door aanvallen van zowel de overheid als van oppositiestrijders. Dit jaar kwamen al 29 hulpverleners om het leven. De laatste vijf stierven vorige week bij een aanval op een VN-konvooi.

Noodhospitaal

In een noodhospitaal van Artsen zonder Grenzen, twee uur vliegen ten noorden van Juba, onderbreekt Nyaruot Fon, oma van een ondervoede drieling, het geven van flessen aan haar kleindochters. De onafhankelijkheid van Zuid-Soedan? ‘Wij hebben daar niets aan.’ Voor de onafhankelijkheid moest ze soms vluchten. Tegenwoordig gaat dat niet anders. In februari werd haar woonplaats Lankien, een oppositiestad, aangevallen door het Zuid-Soedanese leger. Ze zocht beschutting onder de bomen met haar hoogzwangere dochter Nyakume (18).

Onderweg begon de bevalling. In de openlucht kreeg Nyakume tot ieders verbijstering niet één, niet twee, maar drie meisjes. Fon en de andere grootmoeder namen de baby’s op de arm. Familieleden trokken haar verzwakte dochter overeind. Er zat niets anders op dan verder te lopen, want het leger zat hun nog steeds op de hielen. ‘Het was vreselijk voor Nyakume, maar er was geen keuze.’ Fon en haar familie behoren tot de minderheid van de Nuer. ‘Een onafhankelijk Nuerland, daar hebben we meer aan.’

Haagse ontdekkingsreiziger

In hartje Juba ligt achter een roestig hek het Vrijheidsplein: een verlaten vlakte waar geiten knabbelen aan dor gras. Hier werd op 9 juli 2011 na een referendum (99 procent van de bevolking stemde voor afscheiding) Zuid-Soedan onafhankelijk verklaard van Soedan. Onder de toehoorders waren westerse regeringsleiders en diplomaten, de kroonprins van Noorwegen en toenmalig VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon, die ‘grote kansen’ zag weggelegd voor het nieuw geschapen land, het 193ste ter wereld.

De toenmalige Amerikaanse president Barack Obama ging voorop in het bepleiten van de onafhankelijkheid. De Verenigde Staten boden een thuis aan duizenden ‘lost boys’: minderjarige jongens die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw te voet, vaak zonder hun ouders, waren gevlucht voor de oorlog tussen het Arabischtalige, islamitische noorden van Soedan en het christelijke zuiden waar men Engels spreekt.

Ook de toenmalige Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne (CDA), bijgenaamd ‘miss Africa’ vanwege haar betrokkenheid bij het continent, ijverde voor afsplitsing. Nederland investeerde in de beginjaren ongeveer een half miljard euro in Zuid-Soedan.

Onderweg naar het Vrijheidsplein prijkt op een rotonde een herdenkteken voor de Haagse ontdekkingsreiziger en fotograaf Alexine Tinne. Rond 1862 verkende de toen 26-jarige Tinne samen met haar moeder het stroomgebied van de Witte Nijl. Zij maakte de eerste bekende foto’s ooit van deze streken, onder meer in een haven even ten noorden van het huidige Juba.

Hoge verwachtingen

In Nederland en elders in de westerse wereld was dit in de aanloop naar de onafhankelijkheid de gedachte: als Zuid-Soedan losbreekt van het islamitische Soedan, waar toen de gevreesde dictator Omar al-Bashir aan de macht was, dan is het afgelopen met oorlog en geweld. Met het ontstaan van Zuid-Soedan hoopte de internationale gemeenschap op een stabiele, welvarende bondgenoot in de Hoorn van Afrika.

Onder de bogen van de soek, de traditionele overdekte markt van Juba, gebouwd rond 1920 en daarmee de oudste wijk van deze jonge stad, buigt kleermaker Robert Mave Missono (66) zich over een herenoverhemd. ‘Bij het naaien moet je je hersens gebruiken, maar het is ook kunst.’ Naast zijn werk is hij een lokale stamoudste. Bij het referendum in 2011 moedigde hij mensen aan om voor onafhankelijkheid te stemmen.

Hij ziet zichzelf nog staan op 9 juli 2011, met zijn negen kinderen op het Vrijheidsplein, waar in gezelschap van talloze hoogwaardigheidsbekleders voor het eerst de vlag van Zuid-Soedan werd gehesen. Ja, wat was zijn hoop? ‘We hoopten op ontwikkeling, scholen, elektriciteit, water, wegen, álles. En verkiezingen natuurlijk, en onze vrijheid.’ Juba groeide uit tot een echte stad. Inderdaad kwamen er meer scholen en ziekenhuizen. Maar grote veranderingen bleven uit. ‘De onafhankelijkheid is niet wat we ervan verwacht hadden.’

Ook Margaret Ashool (39), die handgemaakte lakensets met schitterend borduursel verkoopt, herinnert zich de dag van de onafhankelijkheid nog goed. ‘We dachten echt dat er dingen zouden veranderen. Maar ik heb geen hoop meer.’ Voor haar persoonlijk veranderde onlangs wel iets ten goede. Ze mocht scheiden van de man aan wie ze als 16-jarige werd uitgehuwelijkt. Omdat ze inmiddels geldt als ‘oude vrouw’, accepteert haar familie dit eindelijk.

Vicieuze cirkel

In het hoogste gebouw van Juba bevindt zich een restaurant met een panoramisch uitzicht over de stad. Boven een glas witte wijn vertelt universitair docent Peter Dut Maguet (40) over zijn middelbareschooltijd in een vluchtelingenkamp in Kenia. Hij arriveerde daar lopend, door de bush, met andere tienerjongens. ‘Nu kunnen we reizen op een Zuid-Soedanees paspoort. We zijn nog de minste van de ons omliggende landen, zeker op economisch gebied, maar dat heeft tijd nodig. Over dertig jaar kunnen we net zoals Nederland zijn.’

Natuurlijk moeten er dan snel verkiezingen komen. De ‘vicieuze cirkel van uitstel’ moet doorbroken worden. Maar dat dit steeds opnieuw mislukt, hoort ook bij de groeistuipen van een jong land in dit deel van Afrika, meent hij. ‘Bedenk: in Oeganda en Soedan zijn ook al decennia geen eerlijke verkiezingen geweest.’

Een tafeltje verderop maken halfzussen Akan Samuela (18) en Ajak Andrew (20) een Facebookfilmpje met als achtergrond de skyline van Juba. Toen Zuid-Soedan onafhankelijk werd, waren ze kleuters. Nu hebben ze eindexamen gedaan. Akan wil economie studeren, Ajak hoopt ingenieur te worden. In het buitenland, wel te verstaan. Hun broers studeren in Turkije. ‘Wij hebben hier geen kansen’, zegt Ajak. ‘We komen zeker terug’, giechelt Akan. ‘Op visite, om familie op te zoeken. Onze ouders begrijpen het helemaal.’

Bij de universiteitsbibliotheek

Voor de universiteitsbibliotheek van Juba staat een boom. Vraag de studenten wat vijftien jaar onafhankelijkheid heeft gebracht en ze wijzen naar deze boom. Rond 2011 en ook nog iets later, was hier discussie, polemiek, maatschappelijk protest. Nu niet meer. Elke politieke activiteit is verboden. Rond de boom is het stil geworden.

Binnen plenst de regen door het dak en vormt plassen rond de boekenkasten. Bijna alle boeken blijken aangeschaft vóór de onafhankelijkheid. Studenten maken ijverig aantekeningen in schriften. Laptops gelden als onbetaalbaar. Mathiang Athar (27), student economie, schrijft zijn bachelorscriptie op zijn mobiele telefoon. Daarna zal hij in een lekkend bibliotheeklokaal een ouderwetse pc huren en alles overzetten.

Zoals veel studenten betaalt Athar zijn eigen studie. Hij is tuktukchauffeur. ‘Als ik mijn tuktuk verlies, is het afgelopen met studeren.’ Zijn ouders kunnen hem niet helpen. In zijn geboortedorp heerst cholera. ‘Het vee gaat dood of wordt gestolen. De meeste families, ook de mijne, eten nu alleen vis.’ Hij heeft gehoord over de plannen om verkiezingen te houden. ‘Maar ik zie praktisch niet hoe dat zou kunnen. Dan zouden er toch voorbereidingen moeten zijn?’

Stamhoofden

In zijn favoriete resort legt minister Gatkuoth uit hoe de verkiezingen ongeveer in hun werk zullen gaan. Pas op: dat is niet helemaal zoals democratie in een westers land werkt. President Kiir zal alle stamhoofden benaderen. Deze stamhoofden verordonneren vervolgens wat hun onderdanen gaan stemmen, want zo gaat dat hier. ‘Politiek in Afrika is tribaal, of je dat nu leuk vindt of niet.’

Etnische afkomst doet ertoe. Kiir is een Dinka, de meerderheid van de bevolking in Zuid-Soedan. Vrijwel alle Dinka-stamhoofden staan logischerwijs aan zijn kant. Ook onder minderheden zoals de Nuer zitten enkele stamhoofden in het kamp van Kiir. Veel anderen niet, maar daar gaat het toch slechts om minderheden. En zo staat de uitkomst van tevoren vast: Salva Kiir gaat winnen.

Nederland opende al in 2007, toen de onafhankelijkheid nog moest komen, als eerste Europese land een diplomatieke post in Zuid-Soedan. Nu overweegt Den Haag om de ambassade uit bezuinigingsoverwegingen te sluiten. De post in Juba moet mogelijk dicht vanwege het ‘relatieve handelingsperspectief’ – lees: diplomaten krijgen weinig voor elkaar – en de ‘hoge kosten’ (4 miljoen euro per jaar) ‘vooral voor het mitigeren van veiligheidsrisico’s’.

De Dutch Relief Alliance, een samenwerkingsverband van Nederlandse hulporganisaties, waarschuwde in maart dat de ambassade in Juba een ‘onmisbare rol’ speelt, onder meer door praktische ondersteuning te geven aan hulpverleners. Volgens een woordvoerder van Buitenlandse Zaken blijft de ambassade in elk geval open tot het presenteren van de ontwerpbegroting 2027 op Prinsjesdag.

Minister Gatkuoth noemt het plan voor sluiting ‘heel ongelukkig’. ‘Geef ons niet op: we zijn jullie vrienden.’ Mocht het zo zijn dat Nederland geen hoop meer ziet in de regering in Zuid-Soedan, dan kan de ambassadeur volgens hem beter ‘een stevig gesprek’ voeren met de machthebbers in Juba. ‘Zoek alsjeblieft dialoog.’

Source: Volkskrant

Previous

Next