Home

Ik app, jij appt, wij hebben geappt – verbijsterend hoe klakkeloos merken werkwoorden worden

In het Nederlands worden woorden geregeld verdrongen door nieuwe varianten, niet zelden afkomstig uit het Engels. ‘Taalgebruik!’ vraagt zich af: zijn ze een aanwinst?

Wat? Appen

In plaats van? Ja, in plaats van wat? Een berichtje sturen? Maar een berichtje kan ook een briefje of kaartje zijn, een sms’je, een Messenger- of Signal-boodschap of elk ander chatbericht.

Terwijl? Appen toch met name staat voor WhatsApp gebruiken – de merknaam is een samensmelting van app en ‘what’s up?’. ‘Whappen’ suggereert Van Dale sinds mei 2013 als lekker vlot voor ‘whatsappen’, maar dat hebben we nog nooit iemand horen zeggen.

Oké. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal heeft wel meer woorden opgenomen die zijn afgeleid van appen. Neem de ‘appaire’, een ‘affaire die voornamelijk via appen wordt onderhouden’. Ook niet echt ingeburgerd geraakt.

Maar ‘appen’ zelf wel, dus. En hoe. Ik app, jij appt, wij hebben geappt – het is bijna verbijsterend hoe klakkeloos merknamen alomtegenwoordige werkwoorden worden. Zie bijvoorbeeld ook googelen, photoshoppen en nupuntenellen.

Nou en? Nu veel mensen overstappen naar het sympathiekere Signal, kan dat behoorlijk onhandig zijn. ‘Ik heb je geappt, hoor’ – huh, niks ontvangen? Nee, want het bericht is gesignald. Nu nog lelijk, maar dat wordt vast óók een werkwoord.

Cijfer: 8

taal@volkskrant.nl.

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next