is socioloog.
Ooit was ik lid van een wetenschappelijke commissie van de Gezondheidsraad over psychotrauma en PTSS, onderwerpen waarover ik als oorlogsonderzoekster veel heb gepubliceerd. In de veronderstelling dat het ons doel was om vanuit diverse disciplines en perspectieven tot een verantwoord advies te komen, vond ik het interessant om hieraan mee te werken.
Maar mijn aanname bleek naïef. Belangen en reputaties wogen bij het samenstellen van het eindadvies zwaarder dan ik had verwacht. Dat kwam mede doordat ‘trauma’ sterk in de publieke belangstelling stond en de commissie de wil en de moed ontbeerde om denkwijzen te nuanceren die op dat moment de wind in de rug hadden.
Aan deze gang van zaken moest ik denken bij het advies van de Gezondheidsraad over transgenderzorg voor jongeren. Het onderwerp transgender is zo overgepolitiseerd geraakt dat critici van de in Nederland dominante opvattingen worden bedreigd, geïntimideerd en uitgemaakt voor transhaters met bloed aan hun handen. Het eindadvies laat zien dat de commissie zich van deze polarisatie niet heeft weten te bevrijden.
Dat luidt namelijk dat er voor de huidige behandelwijze van genderdysfore kinderen weliswaar geen wetenschappelijk bewijs bestaat en dat we over wezenlijke kwesties (langetermijngevolgen van hormoongebruik; spijt) nog weinig weten, maar dat we er vooral mee moeten doorgaan. Dat lijkt een politiek compromis, nota bene over een medische behandeling met verregaande consequenties.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nog niet zo lang geleden was geslachtsverandering een zeldzame operatie die zich in de privésfeer afspeelde en vooral volwassen mannen betrof die als vrouw wilden leven. Prima. Vooral doen. Het omgekeerde ook. De laatste decennia echter is ‘transitie’ gaan lijken op een gangbare behandeling, die zelfs kinderen al kennen als optie. Tegelijkertijd versmalde de betekenis van ‘gewoon jezelf mogen zijn’. ‘Jezelf zijn’ is niet langer kunstenaar worden in plaats van vaders melkhandel over te nemen, of studeren in plaats van op je 18de te trouwen en moeder te worden. Het betreft nu louter nog sekse en seksualiteit.
Bovendien ging ook het belangrijke onderscheid tussen sekse (lichaam) en gender (psyche, cultuur) verloren. Beide worden nu ‘gender’ genoemd. Maar onze geslachtsdelen bepalen niet hoe we denken en voelen. Dat je een vagina hebt, betekent niet dat je van breien, jurken en mannen houdt en bescheiden, zwak en emotioneel bent; wie een penis heeft, voelt zich niet vanzelfsprekend thuis in de manosfeer, noch is hij per se een rationele leidsman en goed in wiskunde.
Het verloren gaan van dit onderscheid is een van de achtergronden van de huidige zorgwekkende situatie. Pubers houden er weer conservatieve opvattingen op na inzake vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dat denkklimaat maakt onconventionele meisjes het leven lastig. En wat blijkt? Niet alleen is het aantal jonge aanvragers van geslachtsverandering de laatste jaren geëxplodeerd (van nog geen 100 rond 2012 naar 1.179 in 2020, naar 2.772 in 2022), de grootste toename betreft meisjes. Een verklaring daarvoor ontbreekt in het Gezondheidsraadadvies. Evenmin weet men hoeveel meisjes spijt krijgen.
Mijn feministische hart breekt als ik denk aan een ‘tomboy’, een jongensachtig meisje, dat verliefd is op een vriendin en op school wordt gepest door superfeminiene krengetjes die om zes uur opstaan om volgens influencervoorschrift dikke lagen make-up aan te brengen. Zo’n, mogelijk lesbisch, meisje kan nu makkelijk concluderen dat ze ‘in transitie’ moet omdat ze ‘in een fout lichaam is geboren’. Die modieuze leuze wordt haar immers van alle kanten opgedrongen.
Ook als zij psychische klachten ontwikkelt, bestaat het risico dat dit meisje in het transitietraject belandt, want ook in dat opzicht is de patiëntenpopulatie gewijzigd vergeleken met dertig jaar geleden, toen het ‘Dutch protocol’ werd ontwikkeld: meer transitiegegadigden in Europa hebben nu een psychiatrische stoornis. Ook dat gegeven zou reden moeten zijn voor terughoudendheid. Het risico bestaat immers dat geslachtsverandering de oplossing lijkt terwijl er andere problematiek speelt.
Het ‘Dutch protocol’ zet vol in op vroeg beginnen met puberteitsremmers. Deze werkwijze werd in 2024 in een onafhankelijk onderzoek van de Britse kinderarts Hillary Cass vernietigend beoordeeld; in diverse landen is men er sindsdien mee gestopt. Maar Nederland houdt er dus aan vast, mede onder het activistische motto dat ‘een kind zelf het beste weet wat goed is’. Zou het?
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant