Na de aardbevingen in Venezuela zijn zo’n 18 duizend mensen dakloos geraakt. Ze bivakkeren op pleinen en in parken en hebben nog geen idee hoe nu verder. ‘Trump is onze enige hoop.’
is verslaggever van de Volkskrant en voormalig correspondent Latijns-Amerika. Ze doet verslag vanuit het aardbevingsgebied in Venezuela.
Toen de aarde ging beven en de vloeren en muren van haar huis begonnen te golven, twijfelde Yilda Hernández (31) geen seconde en sprong vanaf de tweede verdieping het raam uit. Ze brak beide benen.
‘Mijn vriendin nam me op de rug en we waren net op tijd weg voordat het gebouw instortte’, vertelt ze. ‘Goddank was mijn 7-jarige dochter bij mijn moeder.’ Nu zit Hernández in een rolstoel in een opvangcentrum. ‘Ik draag een luier want ik kan met die gipsbenen niet naar de wc.’ Ze haalt de schouders op: ‘Misschien ook maar beter. De toiletten zijn totaal overstroomd.’
Volgens voorlopige schattingen zijn zo’n 18 duizend mensen dakloos geraakt na de dubbele aardbeving die Venezuela op 24 juni trof. Een deel van hen verblijft bij familie of vrienden, anderen hebben genoeg geld om een tijdelijk onderkomen te huren. De rest slaapt op straat of in geïmproviseerde opvangkampen in La Guaíra en de naastgelegen hoofdstad Caracas.
Hernández heeft een matras toegewezen gekregen op de binnenplaats van de maritieme universiteit in La Guaíra, het gebied dat het hardst is getroffen. Ze is hierheen gebracht nadat haar botten in het ziekenhuis zijn rechtgezet. ‘Dit zijn al mijn bezittingen’, zegt ze en toont een vuilniszak met daarin een paar flesjes water, luiers en gedoneerde T-shirts en ondergoed. ‘Maar ik leef nog.’
De universiteit huisvest een van de opvangkampen van de staat. Er zijn springkussens voor de kinderen, tientallen militairen en politieagenten zitten op twee enorme schermen het WK voetbal te kijken. De stank van ontbindende lijken die onder het puin van omringende gebouwen liggen, dringt met iedere windvlaag onverbiddelijk het kamp binnen en herinnert alle ontheemden aan het lot dat hen bespaard is gebleven.
‘Wij geloven in de kracht van ordenen, organiseren en plannen’, zegt generaal-majoor Santiago Infante (57), coördinator van het kamp. ‘Veel mensen zijn alles verloren, we zorgen voor nieuwe documenten, eten en onderdak. Op termijn moet iedereen een nieuwe woning krijgen, maar we zitten nu nog in de noodfase.’ Infante benadrukt dat iedereen welkom is, ongeacht politieke voorkeur: ‘Wij maken geen onderscheid.’
Maar veel slachtoffers geven de voorkeur aan een verblijf elders. Ze vrezen de staat, die te boek staat als extreem repressief. Ook de belofte van een nieuwe woning wordt met de nodige scepsis ontvangen. Want de ervaring leert: toegang tot sociale huurwoningen hangt wel degelijk af van het enthousiasme waarmee je de socialistische regering toejuicht.
Jacqueline Saavedra (52) heeft die regering naar eigen zeggen nooit toegejuicht en slaapt met drie kleinkinderen in een koepeltent op de parkeerplaats van drogisterijketen Farmatodo, even verderop in La Guaíra. ‘Mijn hele familie heeft het overleefd’, zegt Saavedra. ‘Mijn dochter slaapt verderop met haar jongste, mijn zus zit in de tent hiernaast.’
Saavedra raakte in 1999 ook al dakloos, nadat La Guaíra werd getroffen door hevige modderstromen. ‘Toen beloofde de regering ook nieuwe woningen’, vertelt ze. ‘Na jaren vergeefs wachten in een opvangkamp heb ik zelf een stukje land kunnen kopen waar we stukje bij beetje een huis hebben gebouwd.’ Ze slikt een brok in haar keel weg. ‘Dat huis is nu ingestort.’
Dit keer gokt ze op een ander paard: de Amerikaanse president Donald Trump. De Amerikanen zijn een halfjaar geleden Venezuela binnengevallen, hebben president Nicolás Maduro gevangengezet in New York en Maduro’s partijgenoot Delcy Rodríguez aangesteld als president. Rodríguez loopt aan de leiband van Trump, die de controle over de gigantische olievoorraden in het land heeft overgenomen.
Sindsdien is voor 7 miljard euro aan olie verkocht. ‘Dat geld is van Venezuela’, zegt Saavedra. ‘Trump kan niet anders dan die miljarden gebruiken om ons nieuwe huizen te geven.’ Ze geeft toe dat het niet makkelijk is om te vertrouwen op de onvoorspelbare Trump. ‘Maar het is de enige hoop die we hebben.’
Naast de tweehonderd flats die volledig zijn verwoest, zijn zo’n duizend andere gebouwen beschadigd. Ingenieurs zijn druk bezig met inspecties. Een groene poster op de poort betekent dat bewoners veilig terug kunnen omdat de fundamenten niet zijn beschadigd en er geen instortingsgevaar is. Geel betekent dat woningen onveilig zijn, maar nog wel gerepareerd kunnen worden. Gebouwen met een rode poster zijn verloren.
In Caracas slapen inwoners van gele en rode gebouwen op stoepen en pleinen en in parken, liefst zo dicht mogelijk bij hun huis. Veel mensen zijn na de aardbeving teruggegaan naar hun woning om eigendommen veilig te stellen. In hun koepeltentjes staan nu koelkasten of ventilatoren, naast matrassen liggen dozen met speelgoed en boeken.
De flat van Edilma Melo (49) kreeg een gele poster. ‘Alle spullen vielen uit mijn kasten maar de muren zijn blijven staan’, vertelt ze. Net als honderden anderen bivakkeert ze in de oude stierenvechtersarena van Caracas. Ze heeft haar televisie en honden uit haar appartement gered en zit hardop in de Bijbel te lezen. ‘Het is onduidelijk hoe lang het duurt voor ik mijn woning weer in kan.’
Er zijn stopcontacten in de arena, dus kijkt Melo vanaf haar door de kerk gedoneerde matras iedere avond naar het nieuws op haar televisie. ‘Wij hebben geluk gehad, God is ons gunstig gezind geweest’, concludeert ze. ‘Ik bid de hele dag voor slachtoffers die echt alles kwijt zijn.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant