Juist de mensen die het hardst aan vakantie toe zijn, kunnen zich dat door geldgebrek vaak niet permitteren. Om die vakantieongelijkheid aan te pakken, zou de overheid buurtinitiatieven structureel moeten ondersteunen.
Nederland gaat massaal op zomervakantie. Miljoenen mensen gebruiken deze periode om op adem te komen: slenteren door pittoreske dorpjes, wandelen in de bergen of een boek lezen aan het strand. Even weg uit de dagelijkse routine, even tijd voor rust.
Maar die collectieve zomerse ontspanning is niet voor iedereen weggelegd. Voor meer dan één miljoen huishoudens is de zomer geen periode van uitrusten, maar juist een moment waarop zichtbaar wordt wat buiten bereik ligt. Zij kunnen niet op vakantie door geldgebrek. Voor deze groeiende kloof bestaat inmiddels een naam: vakantieongelijkheid.
Over de auteur
Maarten Hupkes is directeur-bestuurder van De Buurt, een stichting die de sociale samenhang in buurten versterkt.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De term klinkt als het nieuwe ‘woord van het jaar’, maar achter die term schuilt een hardnekkig maatschappelijk probleem. Uit recente cijfers blijkt namelijk dat 60 procent van de huishoudens met de laagste inkomens in 2025 niet op zomervakantie is gegaan. Onder de hoogste inkomens ligt dat aandeel op slechts 13 procent. De mensen die financieel het meest onder druk staan, missen daarmee een periode die juist kan bijdragen aan herstel en ontspanning.
Dat is wrang. Wie dagelijks leeft met geldzorgen, onzekerheid of stress, heeft vaak juist extra behoefte aan rust. De verschillen in gezondheid tussen arm en rijk zijn al jaren bekend. Mensen met de laagste inkomens leven niet alleen korter, maar brengen ook aanzienlijk minder jaren in goede gezondheid door. Angststoornissen en depressies komen vaker voor en langdurige geldzorgen kunnen leiden tot chronische stress.
Toch wordt vakantie nog vaak gezien als een luxe. Maar onderzoek van arbeidspsycholoog Jessica de Bloom laat zien dat een langere periode van rust helpt om te herstellen van stress en de mentale veerkracht te vergroten. Dat herstel ontstaat niet vanzelf tijdens een vrije avond of een rustig weekend; daarvoor zijn tijd en afstand van de dagelijkse zorgen nodig.
Juist daarom is vakantieongelijkheid zo wrang: de groep die het meeste baat heeft bij ontspanning, is de groep die er het minste toegang toe heeft.
Dat betekent niet dat de overheid iedereen een vakantie moet aanbieden. Wel heeft zij een verantwoordelijkheid om omstandigheden te creëren waarin mensen kunnen herstellen, zich kunnen ontwikkelen en kunnen meedoen. Artikel 22, lid 3, van de Grondwet bepaalt dat de overheid voorwaarden schept voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding. Ontspanning is daarmee niet alleen een privéaangelegenheid, maar ook onderdeel van een samenleving waarin mensen gezond en verbonden kunnen leven.
De gevolgen van deze ongelijkheid worden misschien nergens zo zichtbaar als in de klas. Op de eerste schooldag na de zomervakantie worden verhalen uitgewisseld over campings in Portugal, waterparken in Spanje of pretparken in Duitsland. Het kind dat noodgedwongen thuis is gebleven, heeft vaak weinig te vertellen.
Een mooie zomer hoeft natuurlijk niet gevierd te worden met een verre reis. Maar ieder kind zou de kans moeten hebben om nieuwe ervaringen op te doen, herinneringen te maken en verhalen te delen met klasgenoten. Vakantie gaat voor kinderen niet alleen over weggaan. Het gaat ook over meedoen. Wie die ervaringen mist, merkt al vroeg dat wat voor de één vanzelfsprekend is, voor de ander een uitzondering blijft.
De vraag is daarom niet óf we iets moeten doen aan vakantieongelijkheid, maar hoe. Het antwoord ligt dichterbij dan we soms denken: in de eigen buurt. Door heel Nederland ontstaan initiatieven die laten zien dat vakantie niet altijd ver weg hoeft te zijn om waardevol te zijn. In Rotterdam organiseren duizenden straten via Opzoomer Mee zomeractiviteiten voor buurtbewoners, van straatfeesten tot gezamenlijke ontmoetingsmomenten. Ook openen Buurtcampings in stadsparken hun poorten, waar buren samen kunnen genieten van een minivakantie. Of neem de gratis Speelfestivals in tien verschillende Groningse wijken, waar kinderen een gezellige tijd met elkaar kunnen beleven.
Wat deze initiatieven gemeen hebben, is dat ze niet draaien om liefdadigheid van bovenaf. Ze creëren ontmoetingen tussen mensen die elkaar anders misschien niet zouden tegenkomen. Een Buurtcamping is geen voorziening voor mensen met een laag inkomen, maar een plek waar mensen met verschillende achtergronden samen vakantie vieren. Juist die ontmoeting maakt het waardevol. Niemand wil immers gereduceerd worden tot een inkomenscategorie.
Ondanks de positieve resultaten van deze initiatieven blijft structurele financiering vaak uit. Veel projecten zijn afhankelijk van tijdelijke subsidies en de inzet van vrijwilligers, terwijl ze een structurele bijdrage leveren aan het tegengaan van sociale uitsluiting en gezondheidsverschillen.
Dat is een gemiste kans. We investeren zonder veel discussie in sport, cultuur en publieke gezondheid, omdat we erkennen dat zij bijdragen aan welzijn en sociale samenhang. Waarom zouden laagdrempelige vormen van ontspanning en ontmoeting daar geen onderdeel van zijn? Zeker nu we weten dat een sterke sociale gezondheid – een betekenisvol netwerk hebben en verbondenheid ervaren – de kans op een lang en gezond leven met 50 procent vergroot.
Nu verschillen in gezondheid, bestaanszekerheid en kansen tussen groepen Nederlanders steeds zichtbaarder worden, is het moeilijk vol te houden dat vakantie uitsluitend een privékwestie is. Voor miljoenen Nederlanders is de zomer een periode van rust en herstel. Voor ruim één miljoen huishoudens is het juist een periode waarin pijnlijk zichtbaar wordt wat zij moeten missen.
Dat hoeft niet zo te blijven. Iedereen kan bijdragen: door vrijwilliger te worden bij een lokaal initiatief, door een gezin in de buurt een weekend weg te gunnen of zich vanuit het werk in te zetten voor meer gelijke kansen.
Maar bovenal moeten we stoppen met doen alsof vakantieongelijkheid een onvermijdelijk gevolg is van individuele keuzes. Het is een maatschappelijk probleem. En maatschappelijke problemen vragen om structurele oplossingen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant