Met de beklimming van de Tourmalet stond de eerste echte bergrit van de Tour op het menu. Het werd meteen een demonstratie van wereldkampioen Tadej Pogacar. Het verschil met Jonas Vingegaard is nu al bijna drie minuten.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Parijs is nog ver. De Tour de France duurt nog ruim twee weken. Maar als Tadej Pogacar (27) in de zesde etappe met een grote buiging over de streep komt, gebeurt waar veel wielervolgers vooraf bang voor waren: de wereldkampioen deelt in de eerste bergrit zo’n flinke tik uit dat de Tour al in de eerste week lijkt beslist.
Het verschil met Jonas Vingegaard is 2 minuten en 38 seconden, de grootste klap die hij in jaren aan de Deen heeft gegeven. ‘We zijn er vol voor gegaan. We reden alsof we niets te verliezen hadden’, zegt Pogacar in het interview met de organisatie. ‘Als we zouden exploderen, dan zou dat zo zijn. Maar het is gelukt.’
Het betekent niet alleen zijn 23ste zege in de Tour, ook hangt de gele trui weer om zijn schouders. Niet dat de kopman van Team UAE Emirates dat had gepland, beter was het eigenlijk als dat niet was gebeurd. Maar Pogacar had vooraf geen rekensommetjes gemaakt over hoeveel tijd hij zou kunnen pakken. ‘Ik ben gewoon vol gas naar de finish gereden.’
En dat terwijl vooraf lang onduidelijk was of de zesde etappe al het moment zou zijn voor de wereldkampioen om de aanval te openen. Het verschil met leider Torstein Traeen was acht minuten, en met de top van de Tourmalet op zo’n 40 kilometer voor de meet, was het ook prima mogelijk geweest dat hij zou wachten op een ander moment voor de herovering van het geel.
Al verraadden de vele kale zwarte fietsen bij de teambussen in startplaats Pau dat er bij de klassementsploegen iets gaat gebeuren. In plaats van de opvallende frames in de teamkleuren stonden er bij veel ploegen nu een paar klaar zonder verf of lak. Aan de nummers onder de zadels te zien zijn het die van de kopmannen. Pogacar, Paul Seixas, Remco Evenepoel. Elke gram zou vandaag weleens het verschil kunnen maken.
De zesde etappe, 186 kilometer van Pau naar Gavarnie-Gèdre met ruim 4.000 hoogtemeters, zou het eerste echte gevecht tussen de klassementsmannen kunnen worden. Eerder deze Tour waren er natuurlijk al wat kleine testjes geweest. Eerst die ploegentijdrit die door Visma-Lease a Bike werd gewonnen, en waarbij vooral Seixas tijd had verloren. Daarna volgden twee dagen waarop UAE domineerde en naast de twee ritzeges ook een paar seconden won. Maar daarna waren het relatief rustige dagen geweest. Het geel werd weggegeven, en de onderlinge verschillen tussen de topfavorieten bleven nagenoeg gelijk.
Vandaar dat de grote ploegen voor de start in Pau spraken van de eerste echte strijd tussen de klassementsmannen. Victor Campenaerts verwachtte een mano a mano-gevecht op de Tourmalet. Het zou een zware en harde wedstrijd worden. Mooi voor de televisiekijkers.
Een paar kilometer nadat het peloton uit Pau was vertrokken, bleek het inderdaad een loodzware dag te worden. Hoewel drie vluchters kort mochten vertrekken, gooide onder meer het team van Pogacar al voor de eerste echte beklimming het tempo flink omhoog. De eerste sprinters moesten lossen, waaronder Nederlander Arvid de Kleijn, die niet veel later besloot uit te stappen.
Als met de Col d’Aspin de eerste echte klim van deze Tour zich aandient, doet Team UAE Emirates er nog een schepje bovenop. Met een moordend tempo gaan ze omhoog, en al snel moet met Alex Baudin ook de bollentrui lossen. Een voor een vallen ze af. En dan moet de Tourmalet nog komen.
Nog voordat het peloton begint aan de meest beklommen berg in de Tour blijken ze tien minuten sneller te gaan dan het snelste tijdschema. Ook op de Tourmalet blijven ze maar versnellen, zelfs Thymen Arensman, die vorig jaar de rit met de Tourmalet nog wist te winnen, moet de mannen laten gaan. Traeen kan het tempo niet volgen en zal zijn gele trui verliezen.
Het is wachten op het moment waarop Pogacar zijn aanval plaatst. Zijn team heeft de hele dag keihard gereden, dus wanneer gaat hij? Er zijn nog vijf kilometer tot de top als Pogacar met ploegmaat Isaac del Toro zijn aanval plaatst. Terwijl de Sloveen versnelt, kiest Vingegaard meteen voor zijn eigen tempo. Achter hem lijken Seixas, Evenepoel en Lipowitz hetzelfde te doen.
Hoewel het Vingegaard lukt om het gat een tijdje op 10 seconden te houden, valt hij toch ineens snel terug. Eenmaal aan de top is het verschil een halve minuut, maar dat is voor de wereldkampioen nog niet genoeg. Volle bak gaat Pogacar in de afdaling naar beneden, en ook daar pakt hij er 30 seconden bij.
Terwijl Vingegaard in zijn eentje op de slotklim de achtervolging blijft inzetten en uiteindelijk nog anderhalve minuut extra verliest, zijn de mannen achter hem samen in een groep beland. Samenwerken willen ze niet. Ze zijn nu al bezig met de derde plek in het klassement: misschien dat daar deze Tour de spanning vandaan moet gaan komen.
Want achter Pogacar en Vingegaard ligt het klassement nog volledig open. Del Toro bezet de derde plaats (op 3 minuten en 27 seconden), maar Evenepoel, Juan Ayuso, Seixas en Florian Lipowitz volgen allemaal binnen 33 seconden.
Al wil Vingegaard de strijd om de eerste plek nog niet opgeven. ‘Ik ben teleurgesteld, dat moet ik zijn. Maar ik geloof nog steeds in mezelf’, vertelt Vingegaard voor de camera van Eurosport. ‘Mijn benen zullen beter worden. De strijd is nog niet over.’
Source: Volkskrant