Home

‘In het moment spelen’, dat vindt saxofonist Joshua Redman het mooiste aan jazz. Hij tipt vijf albums die daarin slagen

In de jazz werkt iedereen met iedereen. Saxofonist Joshua Redman ziet hoe dat de muziek – en zijn werkzaamheden – lekker vitaal houdt. In de aanloop naar zijn optreden op North Sea Jazz vraagt de Volkskrant hem naar zijn favoriete platen. Plus: tips voor op dat festival.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

‘Deze jongens zijn zo goed. Het liefst laat ik ze nooit meer gaan, maar voor je het weet zijn ze gevlogen.’ Saxofonist Joshua Redman (57) is net de kleedkamer van het Utrechtse TivoliVredenburg binnengekomen, waar hij die avond een zinderend concert zal geven. We horen zijn ritmesectie nog even soundchecken. ‘Echt, ik overdrijf niet als ik zeg dat dit mijn beste band in jaren is. Maar zie ze maar eens bij elkaar te houden.’

Dat is volgens Redman het grote probleem in de hedendaagse jazz. Er wordt geweldige muziek gemaakt, maar geen muzikant bindt zich nog aan een vaste werkgever. ‘We kunnen die jonge cats domweg niet genoeg werk garanderen. Eén tourtje, oké. Maar dan beginnen andere muzikanten aan ze te trekken, of formeren ze zelf een band. Een getalenteerde jonge muzikant wil zich niet binden, en daar moeten wij oudjes maar mee zien te leven.’

Redman lacht, zo zwartgallig moeten we zijn visie ook weer niet zien. ‘Eigenlijk is dat altijd al zo geweest. Toen ik in de jaren negentig met Brad Mehldau, Christian McBride en Brian Blade mijn misschien wel beste band had, wist ik ook al dat ze te goed waren om mijn begeleiders te blijven. En kijk eens hoe hun carrières zich ontwikkeld hebben.’

Iedereen met iedereen

En dat is eigenlijk ook het mooie aan jazz. ‘Iedereen werkt met iedereen. Op de podia ontstaan de mooiste combinaties van muzikanten die even samen spelen en dan weer doorgaan naar een volgend project. Het houdt de jazz vitaal. Pak het moment, probeer het even vast te houden, maar ga weer door naar iets nieuws als het je ontglipt.’

Redman weet hoe het werkt en houdt er rekening mee dat hij zijn pianist Paul Cornish bijvoorbeeld snel zal moeten laten gaan. ‘Paul heeft met eigen band ook een prachtplaat voor Blue Note gemaakt, dus die ben ik binnenkort kwijt. Dan kan ik wel gaan zitten sikkeneuren, maar ik kan ook denken: Joshua, haal nu alles eruit. Speel elk concert met Paul alsof het je laatste is.’

Zijn enthousiasme was in januari, toen de band een reeks optredens gaf in de New Yorkse jazzclub Smoke, zo groot dat Redman meteen een studiosessie boekte.

‘Mijn album Words Fall Short met hen was net een half jaar uit. Daar ben ik blij mee, maar het was nog wel een beetje onderling aftasten. In Smoke voelde ik hoe we los waren gekomen en samen konden vliegen. Dat moest zo snel mogelijk worden vastgelegd, ook al kan het zomaar nog een jaar duren voordat Blue Note het album wil uitbrengen. Mogelijk zijn de jongens dan al lang met iets anders bezig, maar het album is er dan tenminste.’

Zelf is Redman dan ook vast alweer met andere muzikanten in nieuwe projecten gedoken. ‘Ik geniet nu nog even volop van het spelen met deze jongens. Gaan we langer door, dan is het prima, maar net zo makkelijk ga ik weer iets heel anders doen.’

Met een zangeres

En eigenlijk ging het altijd zo. Hij had tien jaar geleden ook niet gedacht dat hij samen met een zangeres een plaat zou uitbrengen. Toch was daar in 2023 ineens het album Where Are We waarop Gabrielle Cavassa in de meeste nummers meezong. ‘Ineens had ik bedacht dat ik altijd op de voorgrond speelde. Het was Joshua met zijn tenor- of sopraansaxofoon en daarachter een paar begeleiders. Soms een heel orkest, soms grootheden als Brad of Christian. Die trokken ook aandacht maar ik was altijd het middelpunt.’

Met een zangeres naast hem zou dat veranderen. En Gabrielle Cavassa, toen net gecontracteerd door Blue Note, leek Redman hiervoor geschikt omdat weinigen haar stem al kenden, zodat iedereen onbevangen naar het nieuwe duo zou luisteren.

Where Are We werd alom geprezen en Redman had er, zoals hij zelf zegt, een nieuw kunstje bijgeleerd. ‘Samenspelen met een vocalist is echt een vak apart. Het benaderen van melodieën werkt heel anders met een zangeres naast je. Ik genoot ook van het optreden samen, zoals twee jaar geleden op North Sea Jazz.’

‘Maar je raadt het al, ook deze samenwerking was geen lang leven beschoren. Gabrielle bracht een soloalbum uit en gaat nu volledig haar eigen weg. Ik ook, want nu ga ik met dit kwartet naar North Sea Jazz.’

Daar verheugt Redman zich op. Hij kent het festival goed en gaf er in 2015 met The Bad Plus, zoals hij zelf zegt, een van zijn beste optredens. ‘Dat trio was toen op hun top, dat voelde ik meteen. En op zulke momenten ben ik ook op mijn best. Ook hier wist ik dat het nu moest gebeuren, de kans op een herhaling was klein.’

Weg met de routine

En dat is misschien wel wat Redman altijd het mooiste aan jazz heeft gevonden. Het spelen in het moment. In een popband ligt alles vast: de ene keer gaat het wat beter dan de andere keer, maar normaal gesproken speel je jaren met elkaar grotendeels hetzelfde. ‘Wij jazzmuzikanten kunnen ons meestal geen vaste band permitteren, en misschien is dat wel beter ook. Je moet altijd scherp blijven. Spelen op routine is slecht voor iedere muzikant, maar dodelijk voor een jazzmuzikant.’

Dat besef is hem door zijn vader Dewey Redman (1931-2006), die zelf ook zijn leven lang tenorsax heeft gespeeld, al vroeg bijgebracht. ‘Hij heeft zijn hele leven ook naar uitdagingen gezocht. Geen plaat of optreden was hetzelfde. Ik groeide vooral op bij mijn moeder, maar die draaide zijn platen vaak. En daar genoot ik van. Wat hij kon, wilde ik ook.’

Maar zoon Joshua heeft meer leermeesters, en volgt de hedendaagse jazz nog altijd gretig. Hij aarzelt even als hem gevraagd wordt naar zijn vijf favoriete albums. ‘Erg origineel ben ik niet, maar ik kon nu eenmaal niet om de klassiekers heen.’

Joshua Redman Quartet speelt 10/7 op North Sea Jazz. (22.45 - 00.00)

John Coltrane: A Love Supreme (1965)

‘Ik moet dit album vanaf mijn geboorte al hebben gehoord. Mijn moeder draaide het elke dag, als een soort ritueel. Het is ook een soort gebed. Ik vind het echt het mooiste stuk muziek dat ik ken. Meer kan ik er niet over zeggen. Punt.’

Sonny Rollins: Saxophone Colossus (1957)

‘De eerste plaat die ik kocht toen ik een jaar of 10 was. Coltrane en mijn vader lieten me van de saxofoon houden, maar niemand kon zo mooi spelen en improviseren als Sonny. Ik denk dat hij echt de allergrootste was, en dit album is de ideale introductie tot zijn werk.’

Wayne Shorter: Juju (1964)

‘Van die andere gigant op de tenorsax, Wayne Shorter, bewonder ik de albums die hij midden jaren zestig op Blue Note uitbracht het meest. Speak No Evil, Night Dreamer en dit album bevatten nummers die nog altijd gespeeld worden. Ik kies Juju vanwege het fabuleuze spel van pianist McCoy Tyner, die ook op mijn favoriete Coltrane-albums hemelse partijen speelt.’

Shai Maestro: The Guesthouse (2026)

‘Ik probeer goed bij te houden wat er nu in de jazz gebeurt. En dit album van pianist Shai Maestro is mijn favoriet dit jaar. Zijn melodieën zijn zo mooi, zijn spel zo eigenzinnig en meeslepend. Het is zo’n plaat waarop ik steeds iets nieuws hoor, die ik bij iedereen door de brievenbus wil duwen.’

Immanuel Wilkins: Blues Blood (2024)

‘Immanuel is mijn favoriete saxofonist van dit moment. Hij kan als een van de weinigen zijn band bij elkaar houden, wat zich uitbetaalt in die magistrale Live at the Village Vanguard-albums die dit jaar verschenen. Maar op dit deels vocale Blues Blood waagt hij zich ook aan gospel, soul en blues. Even geëngageerd als tijdloos, wat mij betreft.’

En ook: vijf tips voor het North Sea Jazz Festival

Tomeka Reid Quartet (vrijdag 16.15-17.30)

Cellist Tomeka Reid bracht eerder dit jaar het even spannende als opzwepende album Dance! Skip! Hop! uit waarop ze haar instrument stevig laat grooven. Maar ze geeft haar band met onder meer de geweldige gitarist Mary Halvorson ook alle ruimte voor improvisaties.

Bright Size Life Reimagined (zaterdag 22.00-23.15)

Dit jaar bestaat North Sea Jazz vijftig jaar en brengt het festival een ode aan het eveneens vijftig jaar oude album Bright Size Life van Pat Metheny.

Dirigent en componist Tyn Wybenga maakte bewerkingen van het album en komt die uitvoeren met zijn Brainteaser orkest en Metheny zelf.

Burna Boy (zaterdag 23.15-00.30)

Ook de grootste Afrikaanse popster van dit moment komt dit jaar naar Rotterdam. De Nigeriaanse Burna Boy brengt een unieke mix van hiphop, afrobeat, reggae en pop. Zelfs de Nile, de grootste zaal op North Sea Jazz, zal te klein zijn voor deze even toegankelijke als vernieuwende revue.

SML (zondag 15.30-16.30)

Saxofonist Josh Johnson en bassist Anna Butterss zijn zaterdag ook al te horen als begeleiders van Flea. Zondag spelen ze met hun eigen band SML, die tot het beste behoort dat de huidige jazzscene in Los Angeles te bieden heeft. Lange, dansbare, hypnotiserende grooves worden gecombineerd met melodische avonturen op sax en synths.

Annie & The Caldwells (zondag 19.15-20.15)

Voor wie ze twee jaar geleden miste, is er nu in dezelfde Congo-tent de herkansing kennis te maken met de dampende gospelsoul van Annie & The Caldwells. Hun album was al mooi, maar live klinkt de band rauwer en is de extase nog veel groter.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next