Home

Ruiken is zien bij de pindakaaskunst van Wim T. Schippers: ‘Het doet me denken aan hagelslag’

Nog voor bezoekers de Pindakaasvloer zien, ruiken ze hem al. De indringende pindakaasgeur in het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen past in een traditie waarin kunstenaars en musea experimenteren met geur.

Zodra de liftdeuren opengaan op de derde verdieping van het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, slaat de vettige geur van 390 kilo pindakaas je vrijwel direct in het gezicht. Je hoeft je neus maar te volgen om de Pindakaasvloer te vinden.

Eind juni werd het kunstwerk ‘opgesmeerd’ als eerbetoon aan de bedenker, de vorige maand overleden Wim T. Schippers. Zijn Pindakaasvloer was in 1969 voor het eerst te zien. Boijmans kocht het werk en liet de vloer ook in 2011 zien. Toen was het een rechthoek van 14 bij 4 meter; nu bedekt een dikke laag pindakaas de vloer in een bescheidener zeshoek. De indringende lucht is er niet minder om.

‘Ik rook het meteen, maar ik houd helemaal niet van pinda’s’, zegt Morris (15), die donderdagochtend met klas 3 van het Cals College in IJsselstein tot de eerstebezoekers behoort. Ise en Indah (beiden 15) beschrijven de geur in koor als ‘notig’. ‘Pindakaas ruikt gewoon… ja, naar pindakaas. Het doet me denken aan hagelslag, ik weet niet waarom,’ zegt Indah. ‘Gewoon van die Nederlandse dingen’, vult Ise aan.

KIndertijd

In Nederland bestaat er haast geen kindertijd zonder brood met pindakaas. De commercials van Calvé met Petje Pitamientje (1985), een jonge Evert van Benthem (1987) en Pieter van den Hoogenband (‘Pietertje, kom maar efkes wisselen, jongen!’, 2010) droegen daar generatie na generatie aan bij.

En dan de geur natuurlijk. In Delft stond 124 jaar, tot 2008, de pindakaasfabriek van Calvé. Nog steeds raken Delftenaren er niet over uitgepraat op internetfora. ‘Je rook die geur en dacht: heerlijk, ik ben weer thuis in mijn ouwe trouwe Delft’, zegt de een. ‘Kotslucht!’, meent de ander.

In de serie De geur van Nederland trekken we deze zomer het land door, op zoek naar geuren die je meteen terugbrengen naar een plek, seizoen of herinnering.

In zijn Bussumse jeugd rook Wim T. Schippers de fabrieksgeur van cacao- en chocoladefabriek Bensdorp, die een zware lucht over het centrum blies. Het bracht hem mogelijk op het idee om zijn personages in de VPRO-serie Waldolala (1978) te vernoemen naar chocolademerken, zoals Boy Bensdorp, Thea Venz, Ada Blooker, Waldo Van Dungen, uitgever Droste en de heer Van Houten.

Voordat hij zijn Pindakaasvloer toonde, organiseerde Schippers in 1965 al een expositie met enkel geuren. In een lege ruimte konden bezoekers elk uur een andere geur ervaren. In de ochtend sinaasappel en potlood (cederhout), in de middag anijs en muskus.

‘Schippers raadde bezoekers aan om extra kleding mee te nemen als ze de geuren niet naar huis wilden nemen’, zegt Caro Verbeek. Ze promoveerde op de rol van vluchtige en historische geuren binnen het futurisme en de avant-garde, en is co-auteur van de Neuswijzer, een geuratlas van de Lage Landen.

Schimmellucht

Geur heeft al langer een rol gespeeld in de beeldende kunst, aldus Verbeek, die zelf de lucht van pindakaas nog altijd associeert met teruggevonden boterhammen onder in haar schooltas. ‘Friedrich Nietzsche vond dat musea stonken, dat was toen ook zo door de schimmel in de gebouwen. Musea zijn white cubes geworden, steeds geurlozer en neutraler. Maar juist aan zo’n ruimte kun je goed een geur toevoegen.’

Vanaf 1890 experimenteren de symbolisten, futuristen en de dadaïsten met geur. En in de jaren zestig van de vorige eeuw hadden Nederlanders een groot aandeel in de olfactorische kunst (geurkunst), zoals Marius Boezem, herman de vries (die een vloer maakte met 108 pond lavendel) en Job Koelewijn. Geurkunstenaar en parfumeur Frank Bloem maakte Zeelucht, een geurkunstwerk over de Noordzee met helmgras, duinroos, een beetje teer en een vleugje paardenvijg. De Japans-Nederlandse Maki Ueda stelde een geurencanon samen met te lang doorgekookte spruitjes, hyacint en een herfstbos.

‘Pindakaasstukadoor’ Leon Duenk, werkzaam bij de technische dienst van Boijmans, hing zeven uur met zijn neus boven de Pindakaasvloer. Zelf eet hij dat niet zo graag, maar hij vindt de geur ‘niet onprettig’. ‘Ik associeer het ook gewoon met Wim. In 2011 was hij er nog bij toen we de vloer uitsmeerden. Zo’n grappige man.’

Schippers kan dit keer zelf geen aanwijzingen meer geven. Wel gaf hij schriftelijk ‘enkele praktische opmerkingen’ bij de Pindakaasvloer. Opmerking 9: ‘De pindakaas dient zo glad en saai als maar mogelijk te worden aangebracht, stukadoor gereedschap wordt aanbevolen.’ Opmerking 10: ‘Hagelslag, muisjes ed. dienen in beginsel niet te worden toegevoegd aan de vloer, het is niet de bedoeling dat er iets op wordt gegooid.’

Houdbaarheid

Zo’n Pindakaasvloer doorbreekt alle geschreven en ongeschreven regels van een museum, zegt Caro Verbeek. ‘Bezoekers voelen de aandrang er een likje van te nemen of hun schoen erin te zetten. Voor het museum zelf is het ingewikkeld, omdat het dingen vies maakt, de geuren niet te controleren zijn en je het kunstwerk niet kunt bewaren in de opslag.’

Tot en met 6 september is de Pindakaasvloer te zien en te ruiken in het Depot. Het museum is niet bang dat de lucht na zestig dagen door bederf niet meer te harden is. ‘In 2011 ging het ook goed, en toen lag het werk in een veel warmere zaal’, zegt conservator Manus Groenen. ‘Hier is het lekker koel.’

Ook Wim T. Schippers zelf had daar wel vertrouwen in. Praktische opmerking nummer 16: ‘Voor de maximale ligduur van de pindakaasvloer; zie houdbaarheidsdatum.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next