Twintig jaar flexibilisering heeft honderd jaar arbeidersemancipatie weggevaagd, aan de onderkant van de arbeidsmarkt althans.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Per 2028 geldt een verbod op de inzet van uitzendkrachten in de vleesverwerkende industrie, kondigde het kabinet vorige week aan. De reactie van de uitzendsector loopt over van onbegrip. ‘Disproportioneel!’, vindt de brancheorganisatie. ‘Dit raakt ook ondernemers die geen misstanden veroorzaken.’
Dat laatste is waar, maar het probleem met de sector is nu juist dat de misstanden zo breed worden gedeeld. De uitzonderingen bevestigen de regel. Voor wie het nog niet scherp op het netvlies had, somt de Arbeidsinspectie de aangetroffen taferelen in haar laatste rapportage nog even handzaam op.
‘Erg hoge huren voor een bed op een gedeelde kamer. Onderbetaling. Onterechte inhoudingen op het loon. Terugkerende arbeidsongevallen. Illegale tewerkstelling. Grootschalig ontslag op staande voet. Hoge onverwachte bijkomende kosten voor reguliere arbeidsmiddelen zoals messen en persoonlijke bescherming. Intimidatie. Geweld.’
Dat zijn arbeidsomstandigheden die begin vorige eeuw in Nederland alomtegenwoordig waren, maar waartegen sindsdien met succes is gestreden. De verenigde arbeiders eisten en kregen vakbonden, arbeidswetten, cao’s, inspraak en sociale vangnetten. Weinig Nederlanders met vaste arbeidscontracten zouden pikken wat mensen in de vleesverwerkende industrie overkomt.
Dat is precies het probleem: het gaat niet om mensen met vaste contracten en meestal ook niet om Nederlanders. In slachterijen werkt ruim de helft van de werknemers als uitzendkracht. Van hen is 80 tot 85 procent arbeidsmigrant. Twintig jaar flexibilisering heeft, althans aan de onderkant van de arbeidsmarkt, honderd jaar arbeidersemancipatie weggevaagd.
‘De flexsector is onmisbaar voor wendbaarheid en werkzekerheid’, liet de brancheorganisatie ook weten in een reactie. Zo zou het inderdaad moeten zijn, de uitzendsector als flexibele schil, maar die vlieger gaat niet op als vaste contracten zo zeldzaam zijn.
Het karakter van het uitzendwerk draagt bovendien in hoge mate bij aan de netelige positie van veel arbeidsmigranten. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de arbeidsrisico’s en voor het gezond houden van hun mensen, maar als het ontbreekt aan een directe arbeidsrelatie voelen bedrijven zich vanzelf minder verantwoordelijk. In de woorden van de Arbeidsinspectie: ‘De werkgeversverantwoordelijkheid is diffuser en de prikkel om te investeren in duurzame inzetbaarheid van mensen lager.’
De gevolgen blijven niet uit. De Onderzoeksraad voor Veiligheid rapporteert dat arbeidsmigranten veel vaker dan gemiddeld zijn betrokken bij arbeidsongevallen. De roep om in te grijpen, klinkt al jaren. Al met al is het kabinet tamelijk coulant met een uitzendverbod dat pas over twee jaar ingaat, zodat de sector aan het idee kan wennen.
In een poging om de publieke opinie te mobiliseren, waarschuwen de betrokken bedrijven voor forse prijsstijgingen en voor bedrijfseconomische problemen. Er zijn er die vrezen dat ze ten onder gaan. Het eerste deel van die waarschuwing lijkt ongegrond. In Duitsland is het verbod al enkele jaren van kracht. Daar bleven grote prijsstijgingen in de supermarkten uit.
Het tweede deel roept toch vooral de vraag op hoeveel bestaansrecht een bedrijf heeft als dat niet in staat is om het hoofd boven water te houden zodra het wordt geacht zijn personeel normaal te behandelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant