We geven miljarden uit om wonen duurder te maken. Bouw er liever huizen mee.
Achttien miljard euro. Dat geeft de overheid elk jaar uit zodat we onze woonlasten kunnen betalen. Huur je? Dan is er huurtoeslag. Koop je? Dan is er hypotheekrenteaftrek. Koop je voor het eerst? Dan is er een starterslening en betaal je geen overdrachtsbelasting. Een wirwar aan regelingen die samen één systeem vormen – en in dat systeem pompen we jaarlijks miljarden publiek geld.
Dat geld komt eerst keurig op je rekening terecht, maar daar blijft het niet staan, want wonen is hartstikke duur. Wie strijkt het dan op? De makelaar, de huurbaas, de bank.
Ondertussen kun jij of kan je kind geen huis vinden. Sterker: hoe meer geld we in het systeem stoppen, hoe onbetaalbaarder wonen wordt.
Over de auteur
Toine Donk is oprichter van uitgeverij Das Mag.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoe zijn we hier beland? Met een van de meest succesvolle economische ideeën van de 20ste eeuw: geef mensen meer geld om uit te geven. Tijdens de Grote Depressie werkte dat uitstekend. Veel landen zaten met miljoenen werklozen. En wie geen werk heeft, kan niets kopen. Dat klinkt als andermans probleem, maar het sleurt iedereen mee. De bietenboer heeft niemand om zijn bieten aan te verkopen. De kapper ziet zijn stoel leeg blijven. Geen klanten voor hen betekent ook geen inkomen, en dus geven zij op hun beurt weer minder uit. Zo komt een hele economie tot stilstand.
Dus moesten mensen geld hebben om uit te geven. In de VS pakten ze dit groots aan, met de New Deal. Noodhulp voor arme gezinnen, uitkeringen voor ouderen en werklozen. Alles om hun koopkracht te verhogen. Zodra mensen weer klant werden, kwam de economie weer op gang. En zo geschiedde.
Ook in Nederland sloeg het idee aan. Na de oorlog werden koopkrachttegemoetkomingen langzaam een vast onderdeel van het overheidsbeleid. Links deed dat met de WAO en de bijstand; rechts met de hypotheekrenteaftrek en de arbeidskorting. Andere instrumenten, verschillende doelen, dezelfde logica.
Maar koopkrachtreparatie was oorspronkelijk bedoeld als crisisbeleid. Een noodgreep voor een economie zonder klanten. Niet als de Ene Grote Knop waar de overheid honderd jaar later nog steeds dwangmatig als enige aan zou draaien. Dat is ondertussen wel wat er is gebeurd. Zie bijvoorbeeld Prinsjesdag. De eerste vraag is dan zelden: lossen we het probleem op? Maar: wat doet dit met de koopkracht? Dus komt er weer een procentje bij de huurtoeslag of een paar tientjes bij de arbeidskorting.
Laat er geen twijfel over bestaan: veel van die regelingen zijn keihard nodig en rechtvaardig. Maar samen zijn ze uitgegroeid tot een gigantisch systeem dat steeds omvangrijkere en vreemdere vormen heeft aangenomen. En nergens zie je de gevolgen zo duidelijk als rond wonen.
Bij wonen is er een eindeloze stapel regelingen. Voor huurders de huurtoeslag. Voor kopers nog meer: startersleningen, hypotheekrenteaftrek, geen overdrachtsbelasting als je net komt kijken. En dat zijn alleen nog de zichtbare regelingen. De overheid kan je ook meer koopkracht geven zonder één euro over te maken. Bijvoorbeeld door je meer te laten lenen. De maximale hypotheek werd verhoogd. Het tweede inkomen mag tegenwoordig bijna volledig meetellen. Allemaal precies dezelfde logica: de overheid probeert op ontzettend veel manieren te zorgen dat we met zijn allen meer geld kunnen betalen voor woningen.
Maar nu wil ik een simpele vraag stellen.
Wat gebeurt er als iedereen steeds meer geld kan uitgeven aan hetzelfde aantal woningen?
Het antwoord luidt: hebt u weleens de SUV van een makelaar gezien?
Daar is uw antwoord. Als iedereen meer kan bieden, maar er niet méér huizen komen, dan vraagt de markt simpelweg meer. De prijs slurpt het extra geld gewoon op. Je geeft de starter duizend euro en de makelaar telt het op bij de vraagprijs. Al decennia gaat niet de huurder met zijn toeslag of de starter met haar aftrek er echt op vooruit, maar hevelt de overheid honderden miljarden aan publiek geld over naar het woonindustrieel complex – de makelaars, huurbazen en banken van deze wereld. Zij worden rijker van dit systeem, omdat ze jouw extra wooncenten in de prijs verwerken.
Niet alleen bij wonen zie je dit: ook de zorgkosten rijzen steeds verder de pan uit. Ondertussen zijn zaken als boodschappen en kleding juist veel goedkoper geworden. Een eeuw geleden ging 12 procent van ons inkomen op aan kleren; nu nog maar een schamele 3 procent. Boodschappen gingen van 30 naar 12 procent.
Hoe kan dat? Omdat je van een krop sla of een sneaker gemakkelijk veel meer kunt maken. En hoe meer je maakt, hoe goedkoper. Maar probeer dat maar eens met een dokter. Probeer dat maar eens met een woning.
En zo kom je uit bij het verdienmodel van het woon-industrieel-complex. De overheid geeft jou meer geld. Zij verhogen de prijs. Vervolgens geeft de overheid jou nóg meer geld. En zij verhogen de prijs opnieuw.
Dit is geen nieuw verhaal. Economen waarschuwen al heel lang dat wonen op deze manier onbetaalbaarder wordt. Dat we een overheidssysteem hebben gebouwd waarmee we subsidiëren dat we steeds meer tegen elkaar op kunnen bieden.
Juist als socialist stoort dit mij. De kern van socialisme is niet: de gevolgen van een falend systeem blijven compenseren. De opdracht is: compleet nieuwe systemen bouwen die weer aan de kant van mensen staan. Systemen die wél rechtvaardig zijn. Het systeem dat we nu hebben opgebouwd, is niet sociaal. Het is een businessmodel waarin publiek geld wordt uitgedeeld aan banken, makelaars en verhuurders zonder dat er één woning bijkomt of één huurhuis wordt opgeknapt. En precies daarin zit de oplossing: we moeten het systeem omdraaien.
Kijk eens naar de volgende twee bedragen. Aan de ene kant staat 18 miljard euro. Dat is het geld dat de overheid jaarlijks uitgeeft aan huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek en andere regelingen waarmee we mensen geld geven om hun woonlasten te betalen. Aan de andere kant staat een veel kleiner bedrag: iets meer dan een miljard euro. Dat is het geld dat de overheid jaarlijks uitgeeft aan het bouwen en opknappen van woningen.
Dat is de kern van de wooncrisis. We geven achttien keer zoveel geld uit aan het verzachten van de pijn als aan het wegnemen van de oorzaak.
Die ene miljard euro is volstrekt ontoereikend, want juist in bouwen en verbouwen zit de oplossing – niet in het laten verdampen van publiek geld bij makelaars, banken en verhuurders. We moeten wederdiensten gaan terugzien voor dat geld. Publiek geld hoort publieke prestaties te kopen. Prestaties die meer en betere woningen opleveren. Zoals het neerzetten van nieuwbouw, het splitsen van woningen, het transformeren van leegstaand vastgoed, optoppen, renoveren en verduurzamen. En ja, ook het wegnemen van de welbekende belemmeringen die nieuwbouw op het moment tegenhouden.
Het goede nieuws is: het geld hebben we al decennia. We moeten enkel de ene pot langzaam leger en de andere langzaam voller maken. Dat vraagt niet alleen om durf, maar ook om discipline en geduld. Niet de politiek van de korte adem, die we de afgelopen jaren zo vaak hebben gezien bij onze kabinetten. Maar een overheid die gemaakte afspraken nakomt, niemand plotseling in de kou laat staan en het geld jaar na jaar rustig van het volle glas naar het lege glas laat stromen.
Elke tijd vraagt zijn eigen revolutie. Een eeuw geleden zagen visionairen dat mensen meer koopkracht nodig hadden. Maar geen enkel revolutionair idee blijft voor altijd revolutionair. Vandaag hebben mensen behoefte aan meer huizen. Dat vraagt om een andere doorbraak. Niet langer het woon-industrieel complex rijker maken, maar eisen dat publiek geld weer publieke prestaties koopt: meer en betere woningen. Dat is de volgende stap in de vooruitgang van sociale rechtvaardigheid. De tijd van gratis verdienen aan publiek geld is voorbij. Laten we er huizen van bouwen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant