Home

Mick Jagger (82) is enthousiaster dan hij in jaren is geweest: ‘We missen Charlie, maar we wilden wel verder’

Het nieuwe album van The Rolling Stones, Foreign Tongues, is een toch wel verrassende uitbarsting van productiviteit en creativiteit. De oude Stones waren gemotiveerder en enthousiaster dan ze in heel lange tijd zijn geweest, vertelt de 82-jarige Mick Jagger aan de Volkskrant.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

We zijn binnen. Na korte verblijven in de eerste sluis (een wachtkamer achter de hotelreceptie) en de tweede sluis (een stoel op de gang) hebben we de suite hoog in het Londense hotel bereikt, waar twee eenvoudige eettafelstoelen tegenover elkaar zijn klaargezet.

‘Hé, hoe gaat het?’

Zijn loopje (korte pasjes, armen die energiek meedoen) herken je direct van het podium. Zwarte gympen, zwarte fladderbroek, zwart shirt onder een okergeel, ongetwijfeld peperduur designertrainingsjasje. Het gegroefde gelaat van een 80-plusser, die verder in niets overkomt als een 80-plusser.

Enthousiasme

Sir Mick, Michael Philip Jagger (82), houdt audiëntie in hotel The Berkeley in Knightsbridge, aan Hyde Park, want The Rolling Stones hebben een nieuw album, Foreign Tongues, dat op 10 juli verschijnt, en willen daarover praten met journalisten uit de hele wereld, ook al zou het met dat album ook wel goed komen als ze dat níét deden.

De kennis in zijn openingszinnen (‘Menno, toch? Ik ben Mick. Ga zitten. De Volkskrrrrahnt. Hoe is het in Nederland?’) is hem natuurlijk tien tellen eerder door zijn assistent ingefluisterd, maar toch zeggen die zinnen wel iets: Jagger wil een goede en hartelijke gastheer zijn. Een artiest hoeft die moeite niet te doen, de meesten doen het ook niet, maar Jagger doet het wel. Hij wil uitstralen dat hij het leuk vindt om over Foreign Tongues te vertellen. Dat enthousiasme is echt, zo voel je al snel.

In de kamer staat een grote uitvoering van de albumhoes, een surrealistisch, collageachtig schilderij van de Amerikaan Nathaniel Mary Quinn met daarop de gezichten van de overgebleven driemanskern van The Rolling Stones: Jagger, Keith Richards (82) en Ronnie Wood (79), verknipt en versneden tot één samengesteld hoofd.

‘Mister Ugly noemen we hem’, grijnst Jagger.

Hij heeft een paar zogenoemde junkets gedaan: kringgesprekken met meerdere journalisten tegelijk, maar de man van ‘de Volkskrrrrahnt’ heeft hem twintig minuten voor zichzelf. Daarvoor moest, middels een handtekening, wel een gesprek ‘ALL ABOUT THE MUSIC’ worden beloofd: ‘Bederf het niet voor anderen door ongepaste privévragen te stellen’, waarschuwt het contract.

Is goed. Waren we niet van plan.

Drukke tijden

Het zijn drukke tijden voor de Stones. Ze zijn net terug uit New York, waar ze Foreign Tongues aankondigden tijdens een promotie-evenement met talkshowkanon Conan O’Brien als gespreksleider.

‘Ronnie en ik hebben in dit hotel al veel interviews gegeven’, zegt Jagger. ‘Keith ditmaal iets minder. Vandaag ben ik als enige op kantoor. De lazy bastards.

Het doorgroefde gezicht lacht breed, terwijl de dame van de platenmaatschappij de klok naast Jagger indrukt en de ruimte verlaat. In rode cijfers begint het aftellen: 20.00, 19.59, 19.58.

Opzienbarend

Het is, hoe je het ook wendt of keert, opzienbarend dat ze zijn verschenen met slechts zo’n 33 maanden ertussen, een voor de oude Stones haast supersonisch tempo: Hackney Diamonds (2023) en het nieuwe Foreign Tongues, in veel opzichten een twee-eiige tweeling, de Stones-studioalbums 24 en 25 in de catalogus.

Opzienbarender nog: het zijn góéde albums. Hackney Diamonds is een begeesterde, vitaal klinkende rockplaat. Foreign Tongues is afwisselender, veelkleuriger (country in Ringing Hollow, funk in Covered in You) en doet niet voor zijn voorganger onder. De tandem Jagger-Richards heeft, aan weerszijden van hun 80ste verjaardagen, een bron van creativiteit, energie en nieuwe geldingsdrang aangeboord waarvan niemand vermoedde dat die nog onontdekt onder de oppervlakte zat.

Bijzonder, want de koek leek op, in elk geval op creatief vlak. Eens in de zoveel jaar gingen ze op een grote wereldtournee met een setlist vol hits, die dan het Goffertpark in Nijmegen (2007), Pinkpop (2014), de Arena in Amsterdam (2017, 2022) of Gelredome in Arnhem (2017) aandeed.

Maar een studioalbum met nieuw eigen werk kwam er na A Bigger Bang (2005) niet meer, nog even los van het feit dat er na 1981 sowieso geen onvergetelijk album meer verscheen. Ze maakten nog wel een fijn album met bluescovers (Blue & Lonesome, 2016), dat destijds als een afscheid werd geïnterpreteerd, een terugkeer naar de blues van het soort waarmee het in 1962 begon, van mensen als Howlin’ Wolf en Willie Dixon. Ze vulden hun albumdebuut (1964) met zulk werk, vóór ze eigen songs gingen schrijven en Jagger en Richards ‘The Glimmer Twins’ werden.

Cirkel rond, dag Stones, zo leek het, maar er zat dus nog brandstof in de tank voor een opmerkelijk productieve en creatieve eindsprint, die in elk geval twee albums heeft opgeleverd. De Stones rocken harder dan ze in decennia deden. Blijkbaar is creativiteit iets waartoe je jezelf kunt dwingen, een motor die zich na jaren stilstand opnieuw laat starten.

Jagger denkt er even over na.

‘Het klinkt ongeloofwaardig uit de mond van iemand die zolang geen nieuw album heeft geschreven, maar ik schrijf altijd songs. Ze komen vaak in clusters van drie of vier. Een voorbeeld: ik schrijf drie of vier countryachtige liedjes, die veel op elkaar lijken. Met het beste ervan ga ik verder en dat wordt uiteindelijk Ringing Hollow. We hebben onszelf, denk ik, niet zozeer gedwongen tot creativiteit, als wel tot de praktische stap die daarna komt: uitwerken, studio boeken, aan het werk. Zorgen dat er ook echt een album van komt.’

Sleutelrol

Producer Andrew Watt (echte naam: Andrew Wotman) speelde daarbij een sleutelrol. Collega Paul McCartney beval hem aan Jagger aan. De Amerikaan werd geboren in 1990: hij was begin 30 toen hij voor het eerst met de Stones aan de slag ging.

Watt produceerde popalbums van kanonnen als Justin Bieber, Miley Cyrus en Lady Gaga, maar ontwikkelde een tweede specialiteit: nieuw elan uit rockveteranen wringen door ze uit te dagen en tijdsdruk op te leggen. Hij flikte het met Ozzy Osbourne, Iggy Pop en Pearl Jam, maar ook met McCartney op diens recente, nostalgische album The Boys of Dungeon Lane. Watt produceerde zowel Hackney Diamonds als Foreign Tongues.

Jagger: ‘Dat deze twee albums er zijn gekomen, is voor een flink deel aan Andrew te danken. Hij neemt de leiding, houdt de vaart erin, dwingt je tot doorzetten en is ook nog een good chap, die zorgt dat iedereen er schik in heeft. Nee, Mick, zei hij soms, we doen ’m nog een keer, je kunt nog beter.’

Watt en Jagger waren het eens over het plan van aanpak: er moest een deadline worden gesteld, eerst voor het schrijven, daarna ook voor de opnamen. Tijdsdruk creëren bleek heilzaam.

‘In de jaren zestig was die er ook altijd, maar in de jaren zeventig zaten we vaak een eeuwigheid in studio’s te klooien. Máánden, soms járen, vaak ook nog op verschillende plekken. Denk aan een album als Exile on Main St. (1972). Nummers waren niet af, het moest allemaal in de studio gebeuren. We hadden een riff of een groove en gingen eindeloos zitten pielen. Dat werkte toen, maar nu zou het een uitputtingsslag worden. We zijn nu gebaat bij voorbereiding. En tempo.’

Voor de opnamen van Foreign Tongues namen ze vier weken, op de kop af. Twintig dagen netto, met tussendoor dagen waarop alleen de technici in de studio aan het werk waren.

‘Zo dwing je jezelf om to the point te komen en je voor te bereiden. Het maakte ons enthousiaster dan we in jaren waren geweest.’

Eenheid van plaats

Die aanpak leverde dus eerst Hackney Diamonds op. Toen dat album in oktober 2023 verscheen, lieten de Stones in interviews weten dat het niet de zwanenzang van de groep was: er was namelijk veel hoogwaardig restmateriaal, het volgende album was al voor twee derde voltooid.

‘Dat was waar’, zegt Jagger, ‘maar uiteindelijk hebben we maar drie van die nummers gebruikt. Tien zijn de voorbije winter opgenomen: acht van onszelf en twee covers, opgenomen in Londen.’

Het eerste voorproefje verscheen op 11 april van dit jaar: de ruige rocker Rough & Twisted, alleen op vinyl, onder de schuilnaam The Cockroaches. Op 5 mei verscheen dat nummer ook digitaal, nu met de Stones als afzender, gekoppeld aan In the Stars. Je zou het vroeger een single met een ‘dubbele A-kant’ hebben genoemd.

De albumtitel Hackney Diamonds verwijst naar hun oude thuisstad Londen, maar eigenlijk kent Foreign Tongues meer eenheid van plaats: de vrij kleine West-Londense Metropolis Studios in Chiswick, niet zo heel ver van Edith Grove, waar Jagger, Richards en de jonggestorven gitarist Brian Jones in 1962 en 1963 samenwoonden in een legendarisch smerig appartement. Richards heeft Foreign Tongues al een album met een ‘London vibe’ genoemd. Ze wonen nog maar af en toe in de stad. Jagger heeft er een huis, maar zit vaker in Frankrijk. Richards woont in de VS.

‘Het was lang geleden dat we zo intensief in Londen hebben gewerkt’, zegt Jagger. ‘Metropolis is een kleine studio, niet te modern. Samen in zo’n kleine ruimte, dat werkte verrassend goed. En dan naar buiten stappen en in Londen staan. Ouderwets. Tien nummers zijn dáár opgenomen, in die vier weken. Keith had een stuk of twee kant-en-klare liedjes. Ikzelf ook. Andere nummers hebben we samen afgemaakt.

‘Ik had met toetsenman Matt Clifford demoversies gemaakt van alle nummers, met een simpele drumcomputer, dus ik kende de songs goed. Toen de opnamen begonnen, wisten we wat we gingen doen. Vaak ging ik ’s ochtends de studio in met drummer Steve Jordan om de nummers van die dag door te spelen, om de groove te pakken te krijgen. Zo was het met Jealous Lover, Mr. Charm, Never Wanna Lose You en nog een paar andere. ’s Middags volgde dan de echte opname met de band.’

In Mr. Charm, een van de sterkste songs, krijgt ‘mad mogul Mr. Musk’ een sneer: een politiek statement van de Stones, nota bene. Over de volle breedte van het album (én het vorige) valt Jaggers goede, vurige zang op. Op Foreign Tongues verlaat hij zijn comfortzone nog wat vaker dan op Hackney Diamonds: falset in Jealous Lover, agressie in het punky Hit Me on the Head en een soort rap (‘mijn eigen variant ervan’) in het funky Covered in You.

Stem

‘Voor de uiteindelijke opnamen heb ik een maand dagelijks geoefend. Zo maakte ik me de liedjes eigen, maar gelijktijdig trainde ik mijn stem. Tegen de tijd dat je de studio in gaat, moet je drie, vier uur op een dag kunnen zingen. Zonder oefenen lukt dat niet meer, op mijn leeftijd. De opnamedagen zijn sowieso korter dan vroeger, ik kan niet meer van negen tot vijf zingen.’

Soms begaf zijn stem het, bijvoorbeeld tijdens het opnemen van de verrassende Amy Winehouse-cover You Know I’m No Good. De Stones stonden in 2007 met haar op het podium op het Isle of Wight Festival en waren geraakt door haar tragische en veel te vroege dood in 2011.

‘Jonge, getalenteerde muzikanten moeten niet zo vroeg sterven, maar we weten al sinds de dood van Brian Jones dat het dat soms toch gebeurt. Het idee om dat nummer van Amy op het album te zetten is spontaan in de studio ontstaan. Het was een van de laatste toevoegingen. We moesten er wat meer takes van opnemen, ik moest vrij hoog zingen en plotseling was mijn stem weg. Ouderdom. Je moet het accepteren. Andrew zei: oké, klaar voor vandaag, iedereen wegwezen, morgen verder.’

Uithalen

Covered in You bevat nóg een politieke uithaal, nu naar autocraten (‘they seem to be breeding like a swarm of dirty rats, with their missiles on parade’). De bassist van dienst in dat nummer is niet vaste kracht Darryl Jones, maar gastbassist Paul McCartney, die in 2021 in Los Angeles aan het werk was in de studio naast die van de Stones. Hij baste mee in drie nummers, waarvan er al twee op Hackney Diamonds verschenen.

Ook verstopt op het album, en je zou het kunnen missen: bijdragen van Robert Smith van The Cure (gitaar in twee nummers, waaronder het rockende Divine Intervention), Steve Winwood (her en der op toetsen) en Red Hot Chili Peppers-drummer Chad Smith.

‘Paul speelde steengoede punkbas in Bite My Head Off, maar ook een lekkere funky partij in Covered in You. Dat was allemaal op een en dezelfde dag. Wauw, eindelijk speel ik in The Rolling Stones, zei Paul.’

En dan is er nog het punky projectiel Hit Me in the Head, een song uit 2021 waarin we niet de huidige drummer Steve Jordan horen, maar good old Charlie Watts, de Stones-drummer van het eerste uur die in augustus 2021 op 80-jarige leeftijd overleed. Ook Hackney Diamonds bevatte twee nummers (Mess It Up en Live By the Sword) die Watts nog in 2021 had ingespeeld, kort voor zijn dood.

‘We wisten dat we nog een goede song hadden liggen met Charlie op drums en vonden dat hij ook op Foreign Tongues van de partij moest zijn. Wat moet ik er nog over zeggen? We missen Charlie. Hij was onze vriend. Maar we wilden wel verder. Hij zou dat ook hebben aangemoedigd.’

Tevreden

Voelde Jagger, als frontman van het bandje, trots toen hij merkte dat Hackney Diamonds en Foreign Tongues goed gingen worden? Zo van: sodeju, wat zijn we nog goed?

‘Ik vind ‘trots’ zo zelfvoldaan klinken. Ik ben tevreden. Niet proud, wel pleased. We hebben goed gewerkt en ik denk dat iedereen er mooi op staat. Ik vind het leuk dat deze twee albums zo afwisselend zijn. Ze zijn, denk ik, levendiger en interessanter dan sommige platen die we in het verleden hebben gemaakt.’

Of er grootse stadionconcerten komen van de band die de grootse stadionproductie zo ongeveer uitvond? Het is nog even de vraag. Ze willen graag, zegt Jagger, en er komt vast wel iets, maar concrete liveplannen zijn er op het moment van de ontmoeting nog niet. De geruchten dat dat met de broze gezondheid van met name Keith Richards te maken heeft (de gitarist heeft artrose), omzeilt hij een beetje: ‘De tijd zal het leren. Het zou mooi zijn.’

Symboliek

Als het laatste nummer van Foreign Tongues is afgelopen en het album afslaat, is de vraag of je zojuist naar het laatste liedje van het laatste Stones-album hebt geluisterd. Waar Hackney Diamonds eindigde met een Stones-versie van het Muddy Waters-nummer waarnaar de band zich vernoemde (Rolling Stone Blues) is het slotakkoord van Foreign Diamonds een ruwe, demoachtige uitvoering van Chuck Berry’s Beautiful Delilah.

Opnieuw een symbolische keuze: de allereerste Rolling Stones-single, Come On (1963), 63 jaar en een maand oud, was óók een Chuck Berry-cover. Het begon en eindigde met Chuck, je móét het wel denken. Of toch niet?

‘Als het zo uitpakt, zou het mooi symbolisch zijn, vind je niet?’

Het gegroefde gezicht lacht weer, jongensachtig en sluw, nu nog breder.

‘Ik herinner me dat ik tegen Keith zei: ik wil Beautiful Delilah spelen en zingen in de stijl van Mississippi Fred McDowell. Hij wist meteen precies wat ik bedoelde. Zo praten we al 64 jaar over die bluesmannen.’

De rode cijfers op de klok beginnen te knipperen, 00.00, 00.00, inpakken en wegwezen, maar Jagger wil de vraag wat hij van Chuck Berry opstak nog graag beantwoorden.

‘Chucks songs rocken als een tierelier, maar ze zijn ook altijd dansbaar én er zit altijd humor in. Dat werd ons uitgangspunt. Als je dát nog kunt horen, hebben we het goed gedaan.’

The Rolling Stones: Foreign Tongues. Universal.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next