Jens van Tricht heeft van ‘mannenemancipatie’ zijn levensmissie gemaakt. Hij begon als twintiger het patriarchaat als het kwaad van alle grote wereldproblemen te zien. Om gendergelijkheid te bereiken moeten mannen veranderen, stelt hij.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Mensen zijn geneigd de manosfeer als iets volkomen nieuws af te schilderen, maar dat is het niet. Al in de jaren tachtig was er een tegenreactie op vrouwenemancipatie – Susan Faludi (Amerikaanse journalist, red.) schreef daarover in 1991 in haar boek Backlash, waarin ze ‘de niet-verklaarde oorlog tegen Amerikaanse vrouwen’ aan de kaak stelde. Door algoritmen zien we nu een versnelling en uitvergroting van het beeld dat mannen met vrouwen denken te kunnen doen wat ze maar willen, maar dat beeld bestond al ver voor internet. De manosfeer zie ik als een paddenstoel die groeit op het wortelstelsel van het patriarchale denken. Dat zit niet alleen in die geradicaliseerde jongens die er deel van uitmaken, maar in ieder van ons. Weldenkend Nederland is geneigd afkeurend over die jongens te doen, maar het gaat henzelf evengoed aan.’
De 57-jarige Jens van Tricht houdt wel van een provocatie, met ‘weldenkend Nederland’ als favoriet doelwit. Hij is oprichter van Emancipator, een organisatie waarmee hij sinds 2013 het debat over ‘mannenemancipatie’ wil aanjagen. Die term roept bij zijn doelgroep verwarring op, tot zijn genoegen: ‘Het is een woord dat schuurt en wringt en altijd tot ongemak leidt. Dat is goed, want zonder ongemak geen verandering. Je hebt mannen die denken dat het betekent: ‘Nu zijn wij aan de beurt!’ Anderen begrijpen dat het mij gaat om vragen als: wat kunnen mannen bijdragen aan emancipatie? En: wat hebben zij daar zelf bij te winnen?’ In zijn boek Wat voor man wil jij zijn? uit 2018 maakt hij duidelijk dat die beloning wat hem betreft bestaat uit ‘je tot mens ontwikkelen’, voorbij ‘stereotype opvattingen over wat we denken dat mannelijk en vrouwelijk gedrag zou moeten zijn’.
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Als middelbare scholier was Van Tricht ‘een geradicaliseerde jongere’ – niet in de manosfeer, maar in de punkscene: ‘Ik had een hekel aan de hypocrisie om me heen: mensen deden alsof de wereld mooi was, terwijl ik alleen maar zag dat we ten onder gingen. Het was de tijd waarin Doe Maar zong over de bom die zou vallen, waarin het over het klimaat en de uitputting van de aarde ging en over de eerste intifada van Palestijnen. Ik dacht: fuck, wat voor wereld is dit? Ik hoefde niet oud te worden.’
Boektip: The Will To Change van bell hooks
‘Met patriarchaal denken doen mannen allereerst zichzelf tekort, omdat het hen afsnijdt van hun gevoelens. Het boek van bell hooks was een eyeopener voor me. Ze is kritisch over alle problemen die mannen in de wereld veroorzaken, maar nodigt hen ook zeer empathisch uit zichzelf te bevrijden van patriarchale mannelijkheid.’
Als zoon van een kernfysicus en een fysiotherapeute in Reeuwijk groeide hij op ‘in een tamelijk beschermd, links-intellectueel milieu’. Praten over gevoelens was lastig. ‘Mijn vader had er niks mee, hij vond dat niet rationeel; mijn moeder kon er niet tegen wanneer ik ongelukkig was, wat mij het gevoel gaf dat haar verdriet mijn gevoelens overschaduwde.’ Zijn jongere zus was hem verbaal geregeld de baas. Bij een ruzie sloeg de 16-jarige Jens haar een blauw oog, tot zijn eigen schrik.
Wat gebeurde er?
‘We hadden een onbenullige ruzie over welke tv-zender op moest staan. Ze haalde het bloed onder mijn nagels vandaan; dat is iets wat je plegers van huiselijk geweld vaker hoort zeggen. Ik zie nog mijn vuist tegen haar gezicht vliegen. Ik realiseerde me meteen: dit moet stoppen. Het was de laatste keer dat we hebben gevochten. Daarna ben ik in eerste instantie vooral geïmplodeerd, ik zocht de zelfdestructie op, met drank en drugs. Daarna werd ik activistisch bij de jongerenbeweging van de FNV. Na mijn middelbare school ben ik in Amsterdam in de kraakbeweging terechtgekomen. Daar kwam ik in aanraking met vrouwen die spraken over het geweld dat ze hadden meegemaakt. Hun ervaringen sloten aan bij mijn schuldgevoel over wat ik mijn zus had aangedaan. Zij maakten me hardhandig duidelijk dat ik deel van het probleem was, dat het gewelddadige waar zij last van hadden gehad in mij zat.’
Hoe deden ze dat?
‘Ik maakte deel uit van een woongroep met vier vrouwen en nog een man en we discussieerden dagelijks. Ze hebben mij de ogen geopend door ze dicht te slaan, het ging er hard aan toe. Er zaten twee Duitse vrouwen bij die me een dikke pil gaven om te lezen, Seksismus, waarin het patriarchaat als het kwaad van alle grote wereldproblemen werd neergezet – militarisme, uitbuiting, ongelijkheid, overal valt het in te ontwaren. Voor mij was dat echt een eyeopener, het was tot dan toe een blinde vlek voor me geweest. Als 23-jarige raakte ik ervan overtuigd dat we alle problemen uit de wereld zouden kunnen helpen als we maar collectief zouden inzien hoeveel ellende in de wereld door patriarchaal denken wordt veroorzaakt. Als we allemaal feminist zouden worden, was alles opgelost. Ik werd een bekeerder: ik had het licht gezien, nu moesten anderen daarvan worden doordrongen. Maar dat werkte natuurlijk niet. Ik verloor veel kameraden die me vooral lastig vonden.’
Ging u het vervolgens anders aanpakken?
‘Ik ontdekte dat je beter vragen kunt stellen dan zenden, dat ben ik in workshops van Emancipator gaan doen. Ik stelde vragen als: wat verstaan we onder mannelijkheid, hoe kunnen we onszelf van stereotypen bevrijden? Eigenschappen die we als mannelijk zien, zijn op zich positief: daadkrachtig, rationeel, anderen beschermen, daar is niks mis mee. Het probleem is dat mannen aangeleerd krijgen zich alleen maar daarop toe te leggen. Dat leidt tot overdrijving, daadkracht ontaardt dan in agressie. Bovendien wordt ze ook voorgehouden dat ze vooral niet moeten zijn als vrouwen - van eigenschappen als lief, zacht, invoelend en zorgzaam horen ze zich verre te houden. Dan zitten ze in hun man-box opgesloten. Terwijl ze die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen ook hebben, die zouden hen juist kunnen helpen als volwaardig mens te functioneren.
‘Wie daadkracht aan inlevingsvermogen weet te koppelen, ontwikkelt zich. Maar overdrijf je daadkracht en laat je het inlevingsvermogen weg, dan riskeer je grensoverschrijdend gedrag. Mijn ideaal is dat mannen een betere balans weten te vinden tussen hun zogenaamd mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Dat het voor hen belangrijker wordt mens te zijn dan man.’
Is aandacht voor mannelijke eigenschappen dan niet contraproductief?
‘Dat is het probleem waar veel emancipatiebewegingen mee worstelen: het onderscheid waar je van af wil, moet je eerst benoemen om er daarna afstand van te kunnen nemen. In de discussie over racisme kun je wel voor kleurenblindheid zijn, want we zijn toch allemaal mensen, maar dan zien we nog altijd kleurverschillen. Met gender is het niet anders.
‘We staan voor een precaire zoektocht: hoe kunnen we ons bewust zijn van verschillen én hun invloed minder groot maken? Als je jongens eigenschappen als empathie of zorgzaamheid wilt bijbrengen, kun je erop rekenen dat ze van hun omgeving te horen krijgen: je bent toch geen mietje of wijf. Met dat soort scheldwoorden worden ze in hun man-box gehouden. Tegelijkertijd merk ik in gesprekken op scholen dat jongens behoefte hebben aan praten over hun gevoelens. Ze willen met hun onzekerheid en kwetsbaarheid ergens terecht kunnen.’
Hoe speelt de manosfeer daarop in?
‘Die wordt bevolkt door mannen die de onzekerheid van jongens exploiteren met verdienmodellen. Er zijn allerlei groepen: finfluencers die snelle rijkdom via crypto en daghandel beloven; fitbro’s die producten voor je lichaam aanraden; incels die gefrustreerd zijn over hun relaties met vrouwen en er zijn politiek radicale clubs, inclusief neonazi’s. Allen zijn het ‘onzekerheidsentrepreneurs’, de onzekerheid van jongens wordt uitgebuit, of het nu om hun relaties met vrouwen gaat of om hun financiële toekomst. De onzekerheid daarover is groot, want in onze neoliberale samenleving krijg je als jongen de boodschap: je moet het geheel op eigen kracht doen en succesvoller zijn dan anderen. De manosfeer biedt daarvoor van alles aan, zowel op materieel als politiek vlak.’
Met Emancipator doet u mee aan het Europese project Men4Dem, dat erop is gericht ‘antidemocratische mannelijkheid’ te bestrijden. Hoe werkt dat?
‘De EU wilde dat we met reeds geradicaliseerde jongens aan de slag gingen om hen uit hun konijnenholen te halen. Daarvan hebben we gezegd: dat gaat nooit lukken. Donald Trump kun je ook niet van zijn ongelijk overtuigen, het heeft geen zin dat te proberen.
‘Maar we kunnen wel werken met de contextuele omstanders van jongens die dreigen te radicaliseren – ouders, professionals, scholen. Die kunnen de kans verkleinen dat ook deze groep antidemocratische en vrouwonvriendelijke overtuigingen krijgt. Toen we dit in 2023 bedachten, hadden we nog de indruk dat het om marginale verschijnselen ging. Maar met de herverkiezing van Trump (in november 2024, red.) werd duidelijk dat de manosfeer tot de mainstream van het publieke debat is gaan behoren.’
Is dat niet overdreven?
‘Nee, dat vind ik niet. De aanhangers ervan zijn uit hun konijnenholen gekomen en zitten nu in allerlei landen, waaronder Nederland, in het parlement. De machtigste mannen ter wereld huldigen dit soort opvattingen, een van hen riep over vrouwen: ‘Grab them by the pussy’. In Nederland kun je dit soort opvattingen op televisie horen, bij een programma als Vandaag Inside. Het patriarchaat toont momenteel op allerlei vlakken zijn dominantie, ook in het bedrijfsleven waar allerlei beleid op het vlak van diversiteit is teruggedraaid. Het is beangstigend, maar het is ook een uitnodiging aan de zwijgende meerderheid om een einde te maken aan de patriarchale, witte suprematie.’
Is zo’n meerderheid er?
‘De meeste mannen vinden wel degelijk dat mannen en vrouwen gelijk moeten worden behandeld. Dat zag je in de tijd van #MeToo, toen mannen geschokt reageerden op alle ervaringen op het vlak van seksuele intimidatie en geweld waarmee hun partners, moeders, dochters en vriendinnen te maken bleken te hebben gekregen. Die mannen vroegen zich af wat ze eraan konden doen, zij willen een minder gewelddadige samenleving voor hun partners en kinderen, ze willen ook hun vaderschap volop kunnen beleven.
‘Maar ze leiden tegelijkertijd ook een dubbel bestaan, ze staan in een spagaat: met één been op de emancipatoire aardplaat, met het andere op de patriarchale aardplaat. Op die laatste blijven staan, levert hen voordelen op, zoals carrièrekansen, terwijl afstand ervan nemen tot uitsluiting kan leiden. Wie seksistische grapjes in een appgroep hekelt, loopt dat risico.
‘Die zwijgende meerderheid moet zich meer gaan uitspreken voor gendergelijkheid en tegen allerlei vormen van geweld tegen vrouwen. Ze moet zich afvragen: welke patriarchale opvattingen en gedragingen heb ik zelf nog en hoe kan ik die veranderen? Weldenkend Nederland heeft last van mannelijke onschuld, het probleem wordt altijd bij anderen gelegd. Ik heb vaak te horen gekregen: wat goed dat jullie aan de slag gaan met die Marokkaanse jongens, of met die vluchtelingen, bouwvakkers, mannen in die sportschool. Want nee, bij ons zit het niet. Terwijl we weten dat huiselijk en seksueel geweld in alle lagen van de bevolking zich voordoet. Als we dat niet serieus nemen, gaan we nooit iets echt veranderen. Ik hoop dat mannen hun been van die patriarchale aardplaat afhalen. Op den duur kunnen we dan gender als dwingend frame loslaten en de wereld eerlijker met elkaar delen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant