De regels voor de groene trui zijn aangepast. Deze editie van de Tour moet de ‘maillot vert’ weer een echte sprinterstrui worden, en niet makkelijk naar Tadej Pogacar kunnen gaan.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
78 punten. In de strijd om de groene trui was dat vorig jaar het verschil tussen Jonathan Milan en Tadej Pogacar. De Sloveen, die in 2025 het geel, de bollentrui en het ploegenklassement had gewonnen, kwam ook akelig dichtbij de winst in het puntenklassement. De nieuwe puntentelling van de Tour-organisator ASO, die online al tot de ‘anti-Pogi-regel’ is gedoopt, moet de ‘maillot vert’ weer in de eerste plaats een prijs voor sprinters maken.
Twee weken voor de start van de Tour deelde de organisatie een aangepaste puntentelling. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: hoe vlakker de etappe, hoe meer punten er te verdienen zijn. Maar op de vlakste ritten, die veelal uitlopen op massasprints, is de beloning fors verhoogd. Waar de winnaar voorheen 50 punten kreeg, zijn dat er nu 70. Ook de overige ereplaatsen leveren meer punten op.
Hoewel Olav Kooij de eerste sprinter was die op een vlakke etappe de volle 70 punten binnenhaalde, liet de Nederlander weten dat de groene trui dit jaar voor hem geen doel zou zijn. Met de klassementsambities rond Paul Seixas was het simpelweg te veel van het goede voor de ploeg. Op het groen konden ze bij het Franse Decathlon niet ook nog gaan focussen, er waren genoeg anderen die voor het puntenklassement wilden gaan.
De afgelopen jaren ging de groene trui naar onder meer Milan, Biniam Girmay en Jasper Philipsen. Toch zullen veel wielervolgers bij het groen ook denken aan Peter Sagan: de Slowaakse renner domineerde het klassement jarenlang en nam maar liefst zeven keer de groene trui mee naar huis. Of aan Wout van Aert, die in 2022 niet alleen het puntenklassement won, maar vanuit het groen ook een sleutelrol vervulde in de Tourzege van Jonas Vingegaard.
Dat de organisatie het puntensysteem juist nu aanpast, lijkt geen toeval. Met de nieuwe regels wordt een herhaling van het scenario van vorig jaar, waarin Pogacar zonder echt moeite te doen tweede werd in het klassement, een stuk minder waarschijnlijk. Volgens berekeningen zou Milan met de nieuwe regels vorig jaar geen 78 maar 139 punten voorsprong hebben gehad op de geletruidrager.
Voor de volledigheid: punten voor de groene trui worden uitgedeeld aan de eerste vijftien (en met de nieuwe regel voor vlakke etappes twintig) renners van iedere etappe. De winnaar van een vlakke etappe krijgt dus voortaan 70 punten, tegenover 50 punten op een heuvelachtige rit, 30 punten op een zwaardere heuvelrit en 20 punten op de zwaarste bergetappes en tijdritten.
Er is nog altijd slechts één renner die er ooit in slaagde om in dezelfde Tour het algemeen klassement, het bergklassement en het puntenklassement te winnen. In 1969 was het Eddy Merckx die alle truien mee naar huis nam. Pogacar kwam vorig jaar onbedoeld erg dicht in de buurt, en ook Vingegaard eindigde in het puntenklassement als vierde. Met de nieuwe regels moeten de kopmannen in de bergen wel heel vaak winnen, willen ze kans maken op het groen.
Al is het ook niet zo dat de groene trui onder de nieuwe regeling een makkie wordt voor een goede sprinter. De pure sprinters moeten nog altijd de bergen zien te overleven en binnen de tijdslimieten finishen om vervolgens bij de vlakkere etappes zoveel mogelijk punten te halen op de meet.
Het betekent in elk geval wel dat het puntenklassement niet alleen voor klimmers, maar ook voor renners als Mads Pedersen een stuk lastiger is geworden. Hoewel de Deen, met het grote doel ooit het groen in de Tour te winnen, in de heuvelachtige etappes zeker mee kan doen om de punten, zal hij het in de massasprints toch altijd blijven afleggen tegen topsprinters als Philipsen, Kooij en Tim Merlier.
‘Soms moet ik tijdens een etappe hier, daar en overal zijn om zo veel mogelijk punten te sprokkelen, zodat ik in Parijs in het groen kan staan’, vertelde Pedersen na zijn overwinning in de vierde etappe, waarin hij bij de finish 50 punten meepikte en toen de groene trui van Pogacar overnam. ‘Iedereen weet dat het in pure sprintdagen om schadebeperking gaat en punten sprokkelen. Op dagen als deze kan ik punten pakken.’
Niet alleen bij de finish op het vlakste terrein zijn meer punten te verdienen. Bij de etappes die vallen onder de categorie vlak – deze Tour zijn dat er vijf (etappe 5, 7, 8, 11 en 12) – zijn er onderweg bij de tussensprint niet 20 maar 25 punten te verdienen.
En dus was de Deen in de eerste week vaak al vroeg in de etappes actief van voren om bij die tussensprints punten te pakken. En terwijl pure sprinters in bergetappes voorzichtig met hun krachten om moeten gaan – zij hebben alle energie nodig om de beklimmingen over te raken – is Pedersen sterk genoeg om ook in die ritten, zoals de zesde etappe met de Tourmalet, voor de tussensprints te gaan.
Pedersen kan daar een verschil maken, zeker met de kennis dat sommige sprinters vooraf al aangaven überhaupt rustig aan te willen doen bij de tussensprints. De Belgische topspurter Merlier gaf al aan dat de tussensprints veel energie zouden kosten. Hij wilde vooral bezig zijn met etappes winnen, en zou dan wel zien of de groene trui mogelijk is.
‘We hebben in het verleden al gezien dat je groen kunt pakken zonder ritwinst, maar nu lijkt dat onmogelijk’, zegt Philipsen, wellicht Merliers grootste concurrent vanuit het sprinterskamp. ‘Nu zal het nodig zijn om een rit te winnen.’ Al ziet de Belg, die in 2023 het puntenklassement won, wel het belang van tussensprints. ‘Ook daar kan je meer punten verdienen dan vroeger. Die verschillen lopen op, al blijft ritwinst natuurlijk belangrijk.’
Voorlopig is de strijd om het groen in elk geval nog spannender dan die om het geel. Al biedt ‘anti-Pogi-regel’ geen garantie: als Pogacar etappes blijft winnen zoals hij deze Tour al heeft gedaan, blijven de punten voor het groen ook vanzelf binnenstromen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant