is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
De Tour de France is een vorm van openluchttheater waarvan elk jaar maar weer moet worden afgewacht hoe het verhaal afloopt. Het decor wisselt jaarlijks doordat de parcoursbouwer, een man die Thierry Gouvenou heet, gebonden is aan de beschikbare vertrek- en aankomstplaatsen. Gouvenou ziet er ook op toe dat het traject van de Tour de kans op een spannend en amusant koersverloop zo groot mogelijk maakt: hier en daar een aankomst bergop, een tijdrit, wat iconische beklimmingen, een stuk of wat sprintetappes.
In de loop der jaren is de dramatische opbouw van de Tour de France sterk veranderd. Heel lang werd de Ronde in de tweede week beslist en viel iedereen vervolgens tot Parijs in een diepe slaap. De laatste jaren is dat veranderd. De Tour nam een voorbeeld aan de Ronde van Italië. De Italianen, met hun grote talent voor drama, zorgen er altijd voor dat de climax van hun wedstrijd ligt waar een climax hoort te liggen: aan het eind. Dat hebben ze in Frankrijk langzamerhand ook onder de knie gekregen: dit jaar wordt de Tour beslist op de laatste zaterdag.
De vijftiende etappe voert aan het begin van de derde week naar het Plateau de Solaison (afschuwelijke klim) en Gouvenou bedacht een adembenemend slotakkoord van drie bergetappes. Op zaterdag voert de koninginne-etappe over Croix de Fer (gemene puist), Télégraphe (vals loeder), Galibier (weerzinwekkend monster) en Sarenne (brrr) naar Alpe d’Huez (dronken gespuis).
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Gouvenou houdt bij zijn koersontwerp rekening met de krachtsverhoudingen in het peloton. Het laatste waar de Tour op zit te wachten is een voorspelbaar koersverloop: dat willen sponsoren en tv-zenders niet. Wat Gouvenou vooral wilde voorkomen is dat de grote favoriet, Tadej Pogacar, de Tour vroegtijdig zou beslissen en dat hij zodoende zijn droomfinale zou degraderen tot een neporgasme.
Deze Tour moest een tweegevecht worden tussen Pogacar en Vingegaard, met daarnaast kansen voor een paar outsiders als Evenepoel en Seixas. (Toen Gouvenou de Tour van 2026 op papier zette, was van een Seixas-hype nog geen sprake, dus kon hij er nog geen op Seixas’ kwaliteiten toegesneden Tour van maken, dat komt volgend jaar.)
Omdat Barcelona de Tourstart had gekocht, kon Gouvenou een vroege rit door de Pyreneeën moeilijk vermijden. Maar de etappe over Aspin en Tourmalet eindigde donderdag niet toevallig met een lange en gemakkelijke klim. Daar, verwachtte hij, zou Pogacar Vingegaard geen pijn kunnen doen. Daarna zou de Deen anderhalve week de tijd krijgen om lekker warm te draaien, waarna zijn terrein, de lange Alpenklimmen, wachtte en hij Pogacar het vuur aan de schenen kon leggen.
Prijswinnend scenario.
Alleen zijn de deelnemers aan de Tour nog niet verplicht zich aan hun rol te houden. Pogacar had na bestudering van het etappeschema Gouvenous bedoeling in de gaten en besloot tot tegenmaatregelen: Vingegaard al na de eerste bergetappe in een kansloze positie manoeuvreren.
Dat plan slaagde: heel Thierry’s Tourspektakel naar de gallemiezen, heel dat schitterende plan in duigen, moord met voorbedachte rade op de Ronde van Frankrijk. Vingegaard mompelde na de dreun dat hij alle hoop nog niet had verloren en dat hij misschien nog betere benen zou krijgen. Gouvenou weende zacht in een hoekje.
Hoe sneu dat voor iedereen ook is, de Tour de France 2026 is beslist terwijl die amper is begonnen. Het decor is als vanouds prachtig, maar de hoofdrolspeler is een beroerde acteur die het verhaal verpest en niet eens een wielrenner die vreselijk afziet kan neerzetten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant