Hoewel het nieuwbouwaanbod naar het hoogste niveau sinds 2015 is gestegen, daalde de verkoop van nieuwbouwwoningen met ongeveer 7 procent. Volgens makelaars gaat de discussie te veel over hoeveel woningen worden gebouwd en te weinig over welke woningen nodig zijn.
"Er is nog altijd onvoldoende passend aanbod voor bijvoorbeeld starters of senioren", zegt Lana Goutsmits-Gerssen, voorzitter van makelaarsvereniging NVM. Volgens haar moet de aandacht minder naar het aantal woningen en meer naar het type woningen dat wordt gebouwd. Dat is niet alleen nodig om het woningtekort terug te dringen, maar vooral om de doorstroming op de woningmarkt te stimuleren. Daarom moet er volgens Goutsmits-Gerssen meer aandacht komen voor waar lokaal behoefte aan is.
Gemeenten zijn daar al langer alert op, reageert een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). "Dat doen zij in de vorm van woonvisies en omgevingsvisies, waarin de koers van de lokale woningbouw wordt uitgestippeld." Zij hebben tenslotte beter zicht op welke woningen worden gezocht, welke typen nauwelijks beschikbaar zijn, welke prijssegmenten ontbreken en welke huishoudens niet kunnen doorstromen.
"Om woonruimten te creëren zul je inderdaad niet alleen moeten bouwen, maar ook moeten kijken naar optoppen, splitsen en ombouwen van bijvoorbeeld kantoren", zegt de woordvoerder. Verder moet ook gericht worden gekeken naar welke nieuwbouw nodig is. Zo kan het best zijn dat er in een bepaalde gemeente meer behoefte is aan studio's, omdat daar meer starters wonen.
Er wordt dus over nagedacht, maar de daadwerkelijke uitvoering levert soms nog problemen op. Er is misschien wel meer behoefte aan studio's en goedkopere koopwoningen, maar die brengen financieel minder op. De woningbouw is voor gemeenten niet alleen een kwestie van hoe ze de ruimte beter benutten, maar gaat vooral ook over het financiële plaatje.
Bij veel projecten is sprake van een onrendabele top: hiervan is sprake als de totale opbrengsten uit de verkoop of verhuur van de woningen niet opwegen tegen de totale bouwkosten en de kosten voor publieke voorzieningen. Denk aan investeringen in wegen, openbaar vervoer, groen, water, scholen en andere maatschappelijke voorzieningen.
Gemeenten nemen een deel van deze kosten op zich, maar kunnen deze tekorten niet onbeperkt opvangen. "Zeker omdat gemeenten onder financiële druk staan, is het noodzakelijk dat het Rijk structureel meebetaalt aan de publieke kosten van woningbouw. Anders komen woningbouwprojecten onder druk te staan of lopen ze vertraging op", zegt de woordvoerder.
Vooral bij de ontwikkeling van betaalbare woningen brengt de verkoop van grond en andere inkomsten vaak niet genoeg op om alle kosten voor bijvoorbeeld wegen, riolering en andere publieke voorzieningen te betalen. Het Rijk heeft inmiddels extra middelen beschikbaar gesteld en dat vindt de VNG positief, maar er blijft stabiele en toereikende financiering nodig om de woningbouwopgave daadwerkelijk te realiseren.
Volgens hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer zijn er nu nog te grote verschillen tussen regio's. "Buiten de Randstad zijn de woningprijzen bijvoorbeeld een stuk lager. Daar is het voor sommige starters misschien nog mogelijk om een woning te kopen, terwijl dat in de stad absoluut niet het geval is", zegt Boelhouwer. Meer maatwerk kan volgens hem dus een oplossing zijn.
Al vindt Boelhouwer dat er niet alleen moet worden gekeken naar wat er wordt gebouwd. "Als er behoefte is aan goedkopere woningen, moeten er niet alleen maar goedkopere woningen worden gebouwd. Kijk goed naar welke doorstroommogelijkheden een woning oplevert en wat voor effect het heeft op de totale voorraad."
Source: Nu.nl economisch