Ellen ontmoet tijdens een zomerse groepsreis een muzikant op Mallorca. Ze valt voor zijn combinatie van verlegenheid en ambitie. Maanden schrijven ze elkaar brieven, tot de brievenbus op een dag leeg blijft. Decennia later krijgt het zomerse geluk een onvoorzien vervolg.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Hij speelde trompet in een band op Mallorca. Covers van Deep Purple en Santana. Ik was 16 en verbaasde me over de bescheidenheid waarmee hij even later aan de bar over zijn muziek sprak. Hij leek er niet op uit om als artiest te worden bewonderd, de drang om te spelen kwam van binnenuit. Tony was vier jaar ouder dan ik, en meer dan een kop kleiner. Zijn band had die zomer van 1974 een contract van vijf maanden in de bar van het hostel waar ik logeerde: iedere avond een optreden op dezelfde plek.
Het maakte hem niet uit waar hij speelde en hoeveel hij verdiende, als hij zijn trompet maar had. En al had hij op het strand moeten slapen, alles beter dan de baan op het postkantoor die een familielid hem had aangeboden, zei hij. Ik benijdde hem, zelf had ik na mijn mavo-diploma vlak voor mijn vakantie wel gewoon een kantoorbaan genomen. Ik had liever schrijver of journalist willen worden, maar had geen idee hoe.
In de veertien dagen dat ik op groepsreis op Mallorca was, hebben we gezoend en één nacht samen doorgebracht. Hij had donkere krullen en bruine ogen die vonkjes leken te spatten. Maar het was niet zijn typische Spaanse uiterlijk, zijn onbeholpen Engels, zelfs niet de trompet waar ik voor viel, maar die combinatie van verlegenheid en ambitie. Was ik zelf maar zo overtuigd van wat ik wilde.
Na mijn vakantie begonnen we te schrijven, hij moest in militaire dienst en koos voor het Vreemdelingenlegioen omdat hij daar trompet kon blijven spelen. Ik schreef in het Engels, hij in het Spaans. Ik woog iedere brief, deed er de juiste postzegel op en als ik ’s ochtends naar mijn werk ging, deed mijn moeder de brief op de bus. Zo ging het maanden door, toen stopte hij met schrijven. Ik was ontroostbaar, maar verweet mezelf naïviteit, want in Spanje waren natuurlijk genoeg blonde meiden met een wild kloppend hart voor een knappe trompettist.
Mijn moeder reageerde opgelucht toen het uit was met ‘die Spaanse muzikant en zijn onzekere toekomst’. Ze wist dat ik me nooit door haar had laten stoppen, en was blij dat alles met een sisser was afgelopen nu hij de relatie had gestopt. Het leven ging door, ik vond een leuke jongen op de Albert Cuyp in Amsterdam met wie ik getrouwd ben. Zevenentwintig jaar heb ik schoenen verkocht op de markt. Mijn dochter werd geboren toen ik 21 was en zeven jaar later kreeg ik een zoon. Al die jaren heb ik regelmatig aan Tony gedacht.
Mijn vriendinnen spoorden me aan mee te doen met tv-programma’s als Memories, maar dat wilde ik niet, ik had een gezin. En toen gebeurde het. Niet lang voor zijn dood riep mijn 90-jarige vader me bij zich. ‘Weet jij nog die Spaanse vriend?’, begon hij. ‘Natuurlijk’, antwoordde ik, ‘ik ken zijn adres nog uit mijn hoofd.’ ‘Ik moet je iets vertellen’, zei hij. ‘Mama heeft je laatste brieven nooit verstuurd. Die man heeft je nog maanden geschreven, maar ook die brieven heeft ze weggegooid, net zo lang tot hij het opgaf.’ Mijn vader had haar beloofd mij dit nooit te vertellen, maar ze was al een tijdje dood en zelf wilde hij het geheim niet meenemen in zijn graf.
Ik was verbijsterd, maar ook blij. Ik had me vaak afgevraagd of ik me had vergist. Niet te geloven, die moeder van mij. Het zou toen nog acht jaar duren voor ik ging scheiden. De herinneringen aan Tony zaten al jaren in een doosje met een strik eromheen, en daar zaten ze goed. Bovendien: zoveel mannen die Antonio Cortes Diez heten in Spanje, waar moest ik beginnen? Pas toen ik na die scheiding onder mijn meisjesnaam in een bungalowpark ging wonen en op Facebook ging, kreeg ik op een dag een bericht. Het was in het voorjaar van 2013. Ik belde het nummer dat eronder stond en herkende meteen zijn stem.
Waarom heb je me nooit meer teruggeschreven?, was zijn eerste vraag. Toen hij hoorde wat er was gebeurd, lachte hij en nodigde hij me in een adem uit voor zijn verjaardag in augustus. Hij bleek verhuisd naar Tenerife. ‘Zijn daar ook hotels?’, vroeg ik. ‘Jazeker, maar die heb jij niet nodig’, was zijn antwoord.
Op de luchthaven haalde hij me op met de bus. Ik keek naar de mannen die uitstapten, de eerste was een heel oude man, de tweede een jongen en toen kwam nummer drie. Ik was 57 en weer helemaal die meid van 16. Hij was nog precies dezelfde. Zijn brede lach, de manier waarop hij liep. Alleen zijn haar was kort en grijs. En ineens hoorde ik mezelf denken: hier en nu begint mijn leven opnieuw. Onderweg in de bus naar zijn appartement pakten we de draad moeiteloos op. Ik bleef maar naar opzij kijken en wist: dit is mijn man.
Na mijn pensioen ben ik naar Tenerife verhuisd. Ik ben eindelijk gaan schrijven, heb zelfs een paar boeken uitgegeven, en hij speelt niet langer trompet maar is nu een fanatieke hardloper. De wereld ligt in puin, maar in ons kleine wereldje is het altijd vrede. Ik maak ontbijt voor ons, kijk hoe hij de keuken binnenkomt na het rennen en denk: ik heb geen wensen meer.’
‘Ik speelde in 1974 met mijn band in de club van het hotel waar we ’s nachts ook sliepen, en ik zag een prachtig meisje dansen voor mijn neus. Er waren daar veel jonge mensen, vooral toeristen, maar zij stak er bovenuit. Letterlijk. Wat was ze lang, en wat had ze mooi lang blond haar. Tijdens de break liep ik naar de bar om wat te drinken en daar zat ze. Hoewel ik best verlegen ben, begonnen we wat te flirten. Ik maakte me geen enkele illusie, toeristenmeisjes in Mallorca komen en gaan, maar na elkaar daar een aantal avonden tussen de optredens door gezien te hebben, begon ik toch wat te voelen.
Ze was te mooi voor me, en het lengteverschil maakte ons tot een raar koppel. Toch beloofde ze te gaan schrijven. Kort na haar vertrek terug naar haar leven in Nederland moest ik in militaire dienst, omdat ik hoorde dat ik daar trompet kon blijven spelen. Ik werd gestationeerd in een Spaanse enclave in de Sahara en had me nog nooit zo ver verwijderd gevoeld van de zee. De brieven van Ellen hielden me op de been, ze schreef veel en vurig, ik miste haar, maar het was een zoet gemis, want telkens als ik een brief opende zat ze weer even naast me.
Na een paar maanden hielden haar brieven op, zonder aankondiging. Het ene moment nog prachtige lieve woorden vol hoop elkaar snel weer te zien, het volgende moment niets. Telkens liep ik met de andere jongens naar de plek waar wekelijks de post werd uitgedeeld, iedereen leek iets te krijgen van hun meisje, behalve ik. Ik was in de rouw, maar snapte ook dat onze achtergronden misschien te zeer uiteenliepen, de taal waarin we ons beiden uitdrukten was niet elkaars taal, ik schreef haar in het Spaans, zij mij in het Engels, de landen waar we waren geboren hadden zulke uiteenlopende geschiedenissen. En we waren allebei nog zo jong, dat begreep ik zelfs toen, op mijn 19de.
Ik ben altijd van haar blijven houden, altijd aan haar blijven denken, ook na mijn huwelijk in 1980 met een Engels meisje dat ik ook in het hotel had ontmoet. Niet dat ik ongelukkig was, het missen was niet ondraaglijk, meer een zacht knagen dat af en toe de kop opstak als ik een liedje hoorde van Deep Purple of Santana, of als ik in de club iemand Nederlands hoorde praten. Hoe zou het met haar zijn, waarom had ze het contact zo plotseling verbroken? Was ze toch minder verliefd op mij dan andersom? Twaalf jaar ben ik getrouwd gebleven, na de scheiding ben ik opnieuw getrouwd, weer met een toeristenmeisje dat ik ontmoette in de bar. Pas toen ook dat huwelijk stopte, en sociale media hun entree hadden gemaakt, vond ik Ellen weer.
Ik zat op Facebook die avond, ik had haar naam wel vaker ingetikt, maar zonder resultaat. Nu, ineens, lukte het. Ik zag haar foto, onmiskenbaar Ellen met de lange haren, Ellen met de lange benen. Nadat ik haar een bericht had gestuurd, belde ze meteen. Waarom ben je gestopt met schrijven?, vroeg ik, nog steeds een beetje gekwetst. Toen ik haar antwoord hoorde, begreep ik het meteen. Natuurlijk, de moeder, geef haar eens ongelijk. Een arme muzikant uit een coverband op Mallorca is niet bepaald een droomcatch voor je dochter.
Eerlijk gezegd nam ik de moeder niets kwalijk. Iedereen doet wat het beste is voor zijn kinderen. En stel dat we op die jonge leeftijd wel samen waren gebleven, hoe groot was dan de kans op blijvend geluk? We hadden nog zoveel te ontdekken, vooral onszelf.
Nu, veertig jaar later, is het anders, nu zijn we in de herfst van ons leven. Op mijn uitnodiging kwam ze een paar maanden later naar Tenerife. Ik had geen auto, alleen een scooter en haalde haar op met de bus. Ik zag haar staan, bij de bushalte, en nog voor ik uitstapte hield ik weer van haar. Zij was het, de vrouw op wie ik zo verliefd was geweest en ze was niets veranderd, alleen misschien iets ouder geworden. Mijn Engels was intussen wat verbeterd en onderweg naar mijn appartement praatten we elkaar bij over de tussenliggende jaren, voor zover dat in onze telefoongesprekken nog niet was gebeurd.
Ze is zo bescheiden, zo anders dan veel andere grote blonde vrouwen die ik heb ontmoet. Sinds een tijdje woont ze op Tenerife, waar ze een berghuis heeft gekocht, ik heb een appartement aan zee, maar we zijn altijd samen. Na twee huwelijken en veel omzwervingen heb ik mijn bestemming gevonden. Elke dag met haar is even goed. We vieren ieder moment samen, ons bewust van de wonderlijke speling van het lot.’
Vakantieliefde is de zomerrubriek over een vakantieliefde van kort of langer geleden. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant