In vrijwel elk verhoor van de parlementaire enquête kwam ‘coronaminister’ Hugo de Jonge voorbij. Vrijdag kwam hij zelf aan het woord. De kritiek blijkt niet veel vat op hem te hebben. ‘Een minister kan toch geen Zwitserland zijn?’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Hij was er de afgelopen zes weken steevast bij, zonder zelf aanwezig te zijn. Vrijwel niemand die langskwam bij de parlementaire enquêtecommissie corona kon om oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) heen. Het ging over zijn tomeloze inzet en ambitie om uit de crisis te komen, maar ook over de ‘dagelijkse ideeën van Hugo’ waarmee hij zijn ambtenaren belastte, en over zijn stevige uitspraken om mensen aan te sporen tot vaccinatie.
Dat hij vrijdagmiddag, net voor de zomerstop, dan uiteindelijk ook zelf het woord mocht nemen, is dan ook een passende tussentijdse afsluiting. Na de zomer wordt de oud-minister nog een keer verhoord.
Tijdens de pandemie was De Jonge een van de hoofdrolspelers. Hij werd al snel de ‘coronaminister’ nadat hij begin 2020 de taken van de uitgevallen Bruno Bruins had overgenomen. In persconferenties verdedigde De Jonge de maatregelen en strategie om het virus te bestrijden, en ook achter de schermen was zijn rol groot.
Zijn werklust leverde De Jonge veel lof op, maar hij lag ook onder vuur. Al tijdens de pandemie bleek dat hij in zijn communicatie veelal te optimistisch is. Een berucht voorbeeld was De Jonges boodschap aan jongeren in 2021: als zij zich snel zouden laten inenten met het Janssen-vaccin, konden zij een zomer vol feest verwachten. ‘Dansen met Janssen’, noemde de minister het. Twee weken later liepen de besmettingen weer op en moesten de clubs dicht.
Het is in lijn met een van de conclusies die de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) begin 2022 trok. Bij De Jonge zou sprake zijn geweest van een ‘terugkerend patroon’, waarin hij toezeggingen deed waarvan de haalbaarheid onduidelijk was. Volgens de OVV zette De Jonge daarmee ‘grote druk’ op de uitvoerders van zijn beleid. Bovendien nam hij het risico dat de samenleving het vertrouwen zou verliezen als ambities niet werden waargemaakt.
Voorafgaand aan het verhoor met De Jonge was de grote vraag hoe kritisch hij op zijn eigen rol zou terugkijken. In interviews heeft hij vooral benadrukt dat de situatie uitzonderlijk was, en dat hij en andere bestuurders moesten ‘improviseren’.
De Jonge toonde diezelfde houding in zijn reactie op het eerste OVV-rapport. In een brief erkende hij dat er fouten waren gemaakt, maar benadrukte hij ook dat er in de conclusies niet voldoende rekening was gehouden met ‘de context destijds’, waarin er sprake was van ‘grote onzekerheid, enorme schaarste, hoge verwachtingen, paniek en emotie’. Volgens hem heeft de onderzoeksraad geen concrete belofte genoemd die het kabinet ‘niet nagekomen is’.
Aan het begin van De Jonges verhoor wordt duidelijk dat hij daar niet anders over is gaan denken. ‘Het was twee jaar balanceren’, zegt hij vrijdag over de crisisaanpak. Hij spreekt over ‘een balanceeract’ en ‘lopen op een koord’.
Meerdere getuigen hebben tot nu toe naar voren gebracht dat het kabinet te eenzijdig probeerde het aantal besmettingen en de ziekenhuisopnamen te beperken, en dat het te weinig rekening hield met de gevolgen van die maatregelen voor de samenleving.
Toch benadrukt De Jonge dat hij zich wel degelijk bewust was van ‘de prijs’ van maatregelen. Als voorbeeld noemt hij het ‘vreselijke’ bezoekverbod in verpleeghuizen, dat volgens hem wel noodzakelijk was. Hij wijst de commissie erop dat op dat moment een ‘dramatische’ situatie ontstond in verpleeghuizen, waar kwetsbare mensen overleden aan het virus. ‘We hebben de onvermijdelijkheid onder ogen gezien.’
Dat ‘onvermijdelijke’ gold voor meerdere vrijheidsbeperkende maatregelen. ‘Alle maatregelen tegen het virus waren ondermijnend voor het samenleven’, zegt De Jonge. Toch zou het tegengaan van overbelasting van de zorg en sterfte het ook bij een volgende pandemie ‘in zwaarte winnen’, aldus de oud-minister.
Ook op andere onderwerpen houdt De Jonge zijn poot stijf. Zo vindt hij het nog steeds geoorloofd dat hij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd aanspoorde om huisarts Rob Elens aan te pakken. Elens, die al eerder als getuige langskwam, schreef een onbewezen mix van medicijnen voor tegen corona.
De Jonge noemt dat ‘heel ondermijnend’ voor de aanpak van de crisis. Hij vindt niet dat hij zich met zijn aansporing met ‘individuele gevallen’ bemoeide, maar enkel ‘toetste of het systeem werkte zoals het moest werken’.
Hetzelfde gaat op als De Jonge terugblikt op zijn uitspraken om mensen aan te sporen zich te laten vaccineren. Zo zei hij in 2021 onder meer dat de overheid ‘wijk voor wijk, deur voor deur en arm voor arm’ mensen zou vaccineren. Ook wees hij er in die periode op dat ziekenhuizen met name vol lagen met mensen die niet gevaccineerd waren.
Volgens De Jonge was het soms nodig om scherp te zijn, omdat hij zag dat de vaccinatiegraad, die destijds rond de 85 procent lag, omhoog moest om uit de crisis te komen. Hij zag het als zijn verantwoordelijkheid om die graad op te krikken. Bovendien zag hij in de samenleving veel ‘desinformatie’ over vaccins. ‘Een minister kan toch geen Zwitserland zijn?’
Zijn drang om meer mensen gevaccineerd te krijgen kwam ook terug in de bekritiseerde ‘Dansen met Janssen’-uitspraak. Volgens De Jonge leek dit een goede manier om de Janssen-vaccins weg te prikken, maar nu noemt hij dat een ‘inschattingsfout’.
De commissie komt in het verhoor ook op de hoge verwachtingen die De Jonge schiep. De oud-minister communiceerde dat hij streefde naar een vaccinatiegraad van 90 procent, terwijl zijn eigen ambtenaren dat niet realistisch vonden. ‘Ik voelde me zo verantwoordelijk om die crisis achter ons te laten’, zegt De Jonge. ‘Ik wilde dat we er alles zouden uitpersen om dat ook te bereiken.’
De uiteindelijke vaccinatiegraad – ongeveer 89 procent van de volwassenen had minimaal één prik – noemde De Jonge ‘een waanzinnig eindresultaat’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant