In Bordeaux beloonde sprinter Tim Merlier het werk dat zijn ploeggenoten leverden. En met terugwerkende kracht ook de inspanningen van twee dagen eerder.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Ergens in de lome uren tussen Hagetmau en Bordeaux schieten plots drie renners van Uno-X uit het peloton naar voren. De grijnzen op hun gezichten verraden dat dit geen serieuze aanval is, maar de mannen van Soudal-QuickStep zien dat niet. Die zien alleen de derrières van de drie. Snel herstellen de ploegmakkers van sprinter Tim Merlier de orde.
En laat op vrijdagmiddag is het Merlier die aan de aankomst in Bordeaux met een grijns voor de camera van de organisatie verschijnt. Hij heeft gewonnen.
Merlier hield zich met enige moeite staande in de chaotische aanloop naar de eindsprint. Hij vergelijkt het met een bokswedstrijd, waarin hij probeerde zijn grote concurrent Jasper Philipsen, van Alpecin-Premier Tech, te volgen. ‘Ik kon Jasper lang volgen, maar werd weggebeukt. Toen was er een moment dat ik meer ruimte kreeg, even kon bijkomen. Maar daarna was het weer boksen en moest ik weer terugkomen.’
Het was de ploeg van Philipsen die de trein het beste op de rails leek te hebben in de slotkilometer, maar hun timing pakte net verkeerd uit. Mathieu van der Poel moest als laatste gangmaker voor zijn kopman al iets te vroeg zijn werk doen. Het gevolg: ook Philipsen begint er te vroeg aan en dat bood Merlier de kans om van achteruit de sprint te winnen. ‘De perfecte timing was het niet. Ik weet niet eens hoever het nog was toen ik aanging. Het was een rommeltje om in positie te komen, maar het is wel gelukt’, zei Merlier.
Olav Kooij, die twee dagen geleden de eerste sprintetappe had gewonnen, hoopte op een herhaling. Hij had in Bordeaux de dertiende Nederlander kunnen worden die in deze stad een rit had gewonnen. Maar Kooij raakte in de laatste paar honderd meter opgesloten aan de rechterkant van de weg. Hij zag dat er geen enkele mogelijkheid was om de renners voor hem nog te passeren en hield zijn benen stil.
In de reactie van Merlier na afloop zat nog een kleine sneer verstopt naar Kooij en zijn ploeg. ‘Samen met Alpecin reden wij als enige ploegen om de kopgroep terug te halen. Ik ben blij dat er niet een ander team gewonnen heeft.’
Vanaf het moment dat vroege vluchters Baptiste Veistroffer en Jakub Otruba in de eerste meters van de etappe ervandoor gingen voor een kansloze ontsnapping die tot iets minder dan twintig kilometer voor de finish zou duren, deed Kooijs ploeg Decathlon niets. Het was Dylan van Baarle die namens Soudal-QuickStep de achtervolging leidde, later bijgestaan door de mannen van Alpecin-Premier Tech. Met de overvloed aan punten voor de groene trui was er geen denken aan dat zij de kans op een massasprint zouden laten lopen.
Die twee ploegen hielden het gat bijzonder klein, slechts anderhalve minuut maximaal. De minimale kans die Veistroffer en Otruba hadden op dagsucces werd daarmee al direct gesmoord. In het verleden zou zo’n duo minuten voorsprong hebben gekregen en zouden de sprintersploegen het gat in de laatste twee uur in razende vaart hebben gedicht. Maar tegenwoordig wordt vaker gekozen voor een andere benadering: wie de vluchters weinig ruimte geeft, heeft later weinig in te halen.
Het was ook de reden dat de Uno-X-renners, die gisteren hun ploeggenoot en geletruidrager Torstein Træen zagen uitvallen, zich even lieten zien. Het koersverloop was voorspelbaar, saai misschien zelfs voor de mannen in het peloton. Toen oud-renner Jens Voigt, die namens Eurosport op de motor in de karavaan rijdt, ging informeren bij de ploegleiding van Uno-X wat de gedachte achter die aanval halverwege was, bleek dat zij het ook niet wisten. Het was, zo concludeerde Voigt in het Engels met een dik Duits accent, ‘for shits and giggles’. Voor de lol dus.
Decathlon bemoeide zich ondertussen niet met de achtervolging. Dat is niet verwonderlijk. De Franse ploeg heeft met Paul Seixas een klassementsrenner met podiumambities en dus een groepje knechten om hem heen meegekregen. Voor Kooij is er niet een heel treintje. Hij wordt door twee man, de Nederlanders Daan Hoole en Cees Bol, vergezeld in de angstwekkende slotkilometers.
Twee etappes geleden, afgelopen woensdag, profiteerde Kooij van het werk dat onder andere de ploeg van Merlier die dag had geleverd. Toen hadden zij Veistroffer, die die dag in zijn eentje op avontuur was, ook al binnen schootsafstand gehouden. Die arbeid werd nu met terugwerkende kracht opnieuw beloond, vond Merlier, die in Bordeaux voor de vierde keer in zijn loopbaan een touretappe won. ‘Dit is pas mijn derde Tour en ik heb elke keer een rit gewonnen. Dat maakt me trots.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant