Zangvogels en jonge gierzwaluwen gaan gebukt onder de steeds hetere zomers, merken ze bij de dierenambulance in Rotterdam. ‘Het was echt niet fijn, we konden de meldingen bijna niet wegrijden.’
‘Leeft-ie nog?’ In een achtertuin in Krimpen aan den IJssel trekken Yolanda Dieke en Marieke van Bergen een kartonnen doos langzaam open. Erin ligt een kwakkelende ekster met een volledig kaalgeplukt kopje. ‘Aangevallen door een kauw of een kraai’, concludeert Dieke.
De vrouwen leggen de gemaltraiteerde ekster voorzichtig in een plastic doos en lopen terug naar hun dierenambulance. Daar wachten vijf andere onfortuinlijke exemplaren, elk in een eigen bak: twee jonge meeuwtjes, een aangevallen stadsduif, een halsbandparkiet en een kauw, verzameld in ruim drie uur in de regio groot-Rotterdam, waar zij de dierenambulance vandaag bemensen.
Het display van die ambulance geeft om 11.00 ’s ochtends al 27 graden aan. Met een grote kans op een nieuwe hittegolf begin volgende week halen de dames herinneringen op aan de code rood van twee weken geleden. ‘Het was echt niet fijn. We konden de meldingen bijna niet wegrijden’, zegt Van Bergen. Eén ding viel beide vrijwilligers op: het moment dat het heet werd, stroomden de belletjes voor vogels binnen. Waarom zijn juist die dieren zo vatbaar voor hitte?
‘Vooral zangvogels zijn extreem vatbaar voor oververhitting’, vertelt Andreas Nord, vogelonderzoeker aan de Universiteit van Lund, Zweden. Zijn bijzondere aandacht gaat uit naar de hittetolerantie van vogels – hij is net terug van veldwerk in Finland, waar hij die van koolmezen bestudeerd heeft.
‘Dat heeft alles te maken met hun lichaamsbouw’, legt hij uit. Veel vogels kunnen hitte kwijtraken door water via hun veren te verdampen of door hun stembanden te laten trillen. Zangvogels kunnen alleen door te hijgen warmte via waterdamp kwijtraken. ‘In Nederland is dat nog lastiger, omdat de Noordzee voor een hoge luchtvochtigheid zorgt, waardoor water minder makkelijk verdampt.’
De bekendste Nederlandse zangvogels zijn de merel, huismus en spreeuw. Kleine zangvogels hebben nog een probleem: door hun beperkte lichaamsomvang hebben ze weinig waterreserves. Daarnaast heeft de hitte ook indirect invloed: insecten zoeken extra beschutting op en laten zich daardoor moeilijker vangen door de vogels die het toch al te warm hebben om te jagen.
Zo krijgen hun kuikens tijdens hittegolven ook minder te eten. ‘In Zweden zagen we dat als je het makkelijker maakt voor vogels om warmte kwijt te raken, hun kuikentjes groter worden’, vertelt Nord.
Volgens hem weten we nog veel te weinig over de invloed van hitte op vogels om ze echt goed te kunnen beschermen. ‘Hittegolven zijn in Europa een relatief nieuw probleem en de aandacht ging tot voor kort vooral naar de zuidelijke subtropen’.
Eenmaal aangekomen bij vogelopvang Karel Schot in de Afrikaanderwijk moet Yolanda Dieke aanbellen: alle postbussen om dieren in over te dragen zijn vol. Binnen staat paraveterinair Ragna Marckmann bakken vol kleine gierzwaluwen insectenpapjes te voeren. ‘Dit doen hun ouders ook, ze kunnen nog niet uit zichzelf eten.’
Een gierzwaluw is geen zangvogel (de huiszwaluw wel, de naam is misleidend; de gierzwaluw is meer verwant aan de kolibrie), maar heeft met de hitte een ander probleem. Hij is een dakbroeder, en juist op de dakpannen en de nestkasten waar gierzwaluwen gezinnetjes stichten staat op warme dagen de zon te branden.
‘De kuikens krijgen het te heet, en springen uit pure nood dan maar het nest uit’, zegt Sonja Weeda, beleidsmedewerker bij vogelbescherming. Normaal raken ze dan jaren geen grond meer aan, tot ze zelf weer gaan broeden. Als de kuikens door de hitte te vroeg springen, zijn hun vleugels onderontwikkeld en vallen ze op de grond – gewond en hulpeloos, prooi voor een hongerige kat.
Waar normaal het advies dus ook luidt om gevonden vogels nog even met rust te laten omdat de ouders nog in de buurt zijn, is Weeda resoluut over gierzwaluwen: ‘Bel de dierenambulance of breng het dier naar de vogelopvang.’ Meerdere opvangcentra in Nederland lopen inmiddels over met uit het nest gesprongen gierzwaluwen, zegt ook Amadea Boneschansker, persvoorlichter bij de Vogelbescherming.
Dat is ook het geval bij Karel Schot. ‘Tijdens de hittegolf hadden we er tussen de 150 en 200, nu nog 70’, zegt beheerder Iris van der Eerden. Ook andere dakbroeders, zoals de kauw, zijn er door de hitte oververtegenwoordigd. De vogels sterken er meestal een paar weken aan, en worden periodiek op hun vliegkunsten beoordeeld.
Ook vandaag. Een collega lanceert de gierzwaluwen vanaf een kant van de opvangruimte, terwijl Marckmann aan de andere kant met een schepnet klaarstaat. Als de vogels de 6 meter weten te overbruggen zonder zwalken of vallen, mogen ze de wijde wereld in. Vier van de zes afvliegers slagen voor de test, één vliegt tegen een stellingkast en een ander strijkt neer op de grond.
Ondertussen rijden Dieke en Van Bergen weer uit; ze hebben drie nieuwe vogelmeldingen binnen, waarvan een op het Weena, in het midden van de stad. De hitte heeft van hun dierenambulance tijdelijk een vogelambulance gemaakt. Bij vogelopvang Karel Schot is beheerder Van Der Eerden intussen ook niet helemaal gerust op de aankomende hitte. ‘We zullen ons schrap moeten zetten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant