De geschiedenis van het WK voetbal zit vol verhalen. Elke dag vertellen we er eentje. Vandaag: de eerste meevoetballende keeper die werd opgepakt door de geheime dienst.
In de jaren vijftig ontketende Gyula Grosics een revolutie in het keepersvak. De Hongaar verliet regelmatig zijn doelgebied om aanvallen vroegtijdig te onderscheppen en de opbouw van zijn ploeg te verzorgen. Daarmee veranderde hij het voetbal voorgoed.
Grosics was de sluitpost van de legendarische 'Gouden Elf' van Hongarije. Met sterren als Ferenc Puskás, Sándor Kocsis en Nándor Hidegkuti domineerde die ploeg het internationale voetbal. Hongarije veroverde in 1952 olympisch goud, versloeg Engeland een jaar later met liefst 6-3 op Wembley en begon als topfavoriet aan het WK van 1954.
Die favorietenrol maakte Hongarije aanvankelijk volledig waar. Zuid-Korea werd met 9-0 verslagen, West-Duitsland ging met 8-3 onderuit en ook Brazilië en titelverdediger Uruguay moesten eraan geloven. In de WK-finale leek de wereldtitel binnen handbereik toen Hongarije al na acht minuten met 2-0 leidde tegen de West-Duitsers.
Maar het liep anders. West-Duitsland knokte zich terug en won met 3-2. De wedstrijd ging de geschiedenis in als het 'Wonder van Bern' en geldt nog altijd als een van de grootste verrassingen uit de WK-geschiedenis. Grosics droeg de nederlaag zijn hele leven met zich mee. "Ik draag de bitterheid met me mee tot de dag dat ik sterf", zei 'De Zwarte Panter' vijftig jaar later. "Ik had nooit gedacht dat één doelpunt zo'n impact op een leven kon hebben."
Die impact reikte verder dan het voetbal. De communistische regering gebruikte de successen van de nationale ploeg als propaganda. De verloren finale werd daardoor ook gezien als een flinke afgang voor het regime. Hoewel de spelers na terugkomst kritiek kregen, was de politieke druk voor Grosics niet nieuw.
Al in 1949 werd de doelman opgepakt door de communistische geheime dienst, nadat hij had geprobeerd naar het buitenland te vluchten. Hij werd verdacht van spionage en antistaatsactiviteiten. Volgens sommige historici werd hij zelfs verdacht van landverraad. Bewijs werd nooit gevonden en Grosics kwam na enige tijd weer vrij, maar hij bleef jarenlang onder toezicht van de autoriteiten. Wel werd hij voor twee jaar uit het nationale elftal gezet, al keerde hij na één seizoen alweer terug.
Ook tijdens de Hongaarse Opstand van 1956 kwam Grosics in aanvaring met het regime. Hij bevond zich tussen de demonstranten toen Sovjettroepen het vuur openden en stelde zijn huis beschikbaar aan opstandelingen om wapens op te slaan.
Ondanks alles bleef Grosics de eerste doelman van Hongarije en stond hij ook op de WK's van 1958 en 1962 onder de lat. Na het neerslaan van de Hongaarse Opstand viel de 'Gouden Elf' langzaam uiteen, mede doordat meerdere internationals, onder wie Puskás, niet terugkeerden naar hun vaderland.
Grosics liet uiteindelijk een veel grotere erfenis na dan zijn prijzenkast doet vermoeden. Zijn actieve manier van keepen vormde de basis voor de moderne sweeper-keeper. De doelman die ooit door zijn eigen overheid werd gewantrouwd, groeide uit tot een van de invloedrijkste keepers uit de voetbalgeschiedenis.
Source: Nu.nl algemeen