Home

Opinie: Neem Altmans universeel AI-kapitalisme serieus

Het voorstel van OpenAI-CEO Sam Altman om het publiek aandelen in AI-bedrijven te geven krijgt terecht veel kritiek. Toch wijst Altman ons op een misschien wel cruciale methode om ervoor te zorgen dat de democratische rechtsstaat de opkomst van AI kan overleven.

Begin deze maand stelde Sam Altman, CEO van OpenAI, voor om 5 procent van de aandelen van OpenAI aan de Amerikaanse regering te geven. Daarbij riep hij andere grote AI-bedrijven, zoals Anthropic, Alphabet en Meta, op om hetzelfde te doen. Het plan zou moeten uitmonden in een soort publiek AI-Sovereign Wealth Fund. Daarmee zouden de (potentiële) opbrengsten van AI beter over de samenleving kunnen worden verdeeld.

Natuurlijk krijgt Altmans plan terecht kritiek. Altman pleit weliswaar al langere tijd voor een veel groter publieksaandeel in AI-bedrijven. Maar zijn concretisering hiervan komt wel heel toevallig op het moment dat de Amerikaanse regering zich zorgen lijkt te maken over een aantal veiligheidskwesties rond AI en overweegt de introductie van nieuwe AI-modellen te blokkeren of alleen onder voorwaarden toe te staan.

Door de Amerikaanse regering een substantieel aandelenbelang te geven in AI-bedrijven zouden de belangen van de Amerikaanse regering en AI-bedrijven (verder) samensmelten en zou de Amerikaanse regering waarschijnlijk nog minder geneigd zijn dan zij nu al is om AI en AI-bedrijven strenger te reguleren.

Over de auteur

Reijer Passchier is als hoogleraar Digitalisering en de democratische rechtsstaat verbonden aan de Open Universiteit en als UD-Staatsrecht aan de Universiteit Leiden

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Eigenaarschap

Tegelijkertijd stipt Altman wel degelijk een probleem aan dat burgers en beleidsmakers inderdaad eindelijk echt serieus zouden moeten nemen: het eigenaarschap van belangrijke productiemiddelen – inclusief het aandeelhouderschap daarvan – was al veel te veel geconcentreerd in handen van enkelen, maar met digitalisering en AI neemt de concentratie van de welvaart en macht die hieruit voortvloeit nog verder toe. Politiek gezien zijn sommige landen vooralsnog min of meer democratisch. Maar in economisch opzicht leeft elke wereldburger, zeker na de opkomst van AI, in een volstrekt oligarchische situatie.

Allereerst is dat slecht voor de economie zelf. Grote, centraal geleide bedrijven nemen snelle beslissingen, maken technologie breed beschikbaar en slagen er, mede dankzij enorme schaalvoordelen, doorgaans in om veel en relatief goedkoop te produceren. Maar wat als de meeste mensen – uitgesloten door welvaartsconcentratie – zelfs die relatief goedkope producten straks niet meer kunnen betalen? Zoals Adam Smith al wist, heeft elke economie uiteindelijk een dubbele boekhouding: zonder consumenten geen producenten. Als welvaart zich samenbalt bij enkelen loopt de economie uiteindelijk vast.

Ten tweede is concentratie slecht voor innovatie. Natuurlijk zorgen AI-giganten voor technologische vernieuwing. Maar wel vooral hun vernieuwing; vernieuwing die in hun verdienmodel en ideeënwereld past. Innovaties die hun minder goed uitkomen – hoe nuttig die maatschappelijk ook mogen zijn – drukken zij weg, bijvoorbeeld door hun standaarden daarmee incompatibel te maken, door hun eventuele concurrenten uit te putten met eindeloze rechtszaken of door concurrenten op te kopen via zogenoemde killer acquisitions. Die anti-innovatieve kant van de AI-oligarchie wordt in het maatschappelijke denken nogal eens vergeten.

Ten derde is economische concentratie slecht voor duurzaamheid. Niet alleen omdat grote beursgenoteerde bedrijven typisch geneigd zijn om – ten koste van vrijwel alles – te streven naar kortetermijnwinst, groei en macht. Maar ook omdat welvaartsconcentratie verdere uitbreiding van de economische taart – en dus verdere exploitatie van de aarde – noodzakelijk maakt om voor iedereen alsnog voldoende welvaart te behouden.

Neem bijvoorbeeld al die mensen die door AI de waarde van hun arbeid geleidelijk achteruit zien gaan of zelfs werkloos worden. Voor hen moeten, als de welvaart gegenereerd door AI niet goed wordt verdeeld, weer nieuwe economische mogelijkheden worden gecreëerd. Desnoods ten koste van het klimaat.

En tot slot is economische oligarchie uiteindelijk funest voor politieke democratie. Oligarchische lobby’s, partijfinanciering en (sociale) media corrumperen het politieke proces. Extreme afhankelijkheden van grote bedrijven maken het vrijwel onmogelijk die bedrijven effectief aan publieke regels te houden. Mondiale oligarchieën spelen nationale democratieën bovendien tegen elkaar uit om een voor henzelf zo gunstig mogelijk ‘vestigingsklimaat’, waarbij de rechten en voorzieningen van gewone mensen – die in een democratie centraal zouden moeten staan – steeds verder in de verdrukking komen.

Belangrijke vragen

Welke technologie ontwikkelt zich, en met het oog op welk doel? Welke risico’s zijn daarbij aanvaardbaar? Welk werk blijft relevant? Wat blijft er over van de mogelijkheden van overheden om belasting te heffen en publieke voorzieningen te garanderen? Wie heeft de beste papieren bij de volgende verkiezingen?

Dat soort belangrijke vragen worden steeds vaker niet beantwoord door burgers zelf of hun gekozen vertegenwoordigers in Den Haag, Brussel of desnoods Washington, maar in bestuurskamers in Silicon Valley of Seattle, waar CEO-grootaandeelhouders als Altman, Elon Musk en Mark Zuckerberg vrijwel de absolute dienst uitmaken.

Gewone mensen staan als niet-eigenaar van AI en niet- of nauwelijks-aandeelhouder van AI-bedrijven grotendeels buitenspel. Zij moeten maar afwachten wat de AI-oligarchie voor hen in petto heeft, of er in een wereld met AI nog iets van sociaal-culturele, ecologische of politieke ruimte voor hen overblijft en of hun staat nog iets voor hen kan betekenen.

Zo gek is Altmans idee dus nog niet. Misschien moeten we het bestaan van grote AI-bedrijven noodgedwongen accepteren, maar dan hun macht en rendement democratiseren via een vorm van publiek aandelenbezit. Toegegeven: 5 procent is dan wel wat karig. Filantropie is verre van ideaal. En of een Sovereign Wealth Fund bij de Amerikaanse regering in goede handen is, valt te betwijfelen.

Maar het zogenoemde ‘universele kapitalisme’ waar Altman in feite voor pleit, kent een rijke intellectuele traditie. Verschillende varianten daarvan kennen door de tijd heen een verrassend brede toepassing. Kennis daarvan, al dan niet in een
Europese soevereine contex
t, kan ons helpen om nader te bepalen hoe van Altmans idee een democratisch succes kan worden gemaakt.

Eerlijk is eerlijk: in een wereld van enorme economische concentratie en snelle technologische ontwikkeling wijst Altman ons op een belangrijke, misschien wel cruciale manier waarop democratie, rechtsstaat en hun fundamentele waarden – against all odds – wellicht toch nog kunnen overleven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next