De eerste dag van de 50ste editie van het North Sea Jazz Festival is snikheet en druk, maar de muziek maakt alles goed. Het aanbod aan interessante artiesten is zo groot, dat het moeilijk kiezen is. Absolute hoogtepunten: saxofonist Ben van Gelder en vibrafonist Patricia Brennan.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Geen overbodige luxe, die waaiers voor 15 euro te koop in de merchandise stands op het jubilerende North Sea Jazz Festival. Zelden was het het er zo warm, sinds de eerste editie in 1976 in Den Haag plaatsvond. Het is er binnen, in de zalen van het Rotterdamse Ahoy complex waar het festival sinds 2006 plaatsvindt, vaak warmer dan buiten.
Maar vrijdagmiddag om vier uur is het in de Missouri-zaal aangenaam koel als het eerste festivalhoogtepunt zich aandient. Nadat koningin Máxima het festival elders in het zestien podia tellende complex had geopend, is het de eer aan saxofonist Ben van Gelder om de compositie-opdracht die door het festival jaarlijks aan een Nederlandse jazzmuzikant wordt toegekend, uit te voeren.
Een vrije opdracht, waarvan alleen de lengte van vijf kwartier vaststaat. Van Gelder heeft voor zijn meerdelige compositie The Whole Wide World is Round een geweldige band geformeerd, deels bestaande uit muzikanten met wie hij in zijn New Yorkse studententijd vijftien jaar geleden al speelde, zoals drummer Craig Weinrib en vibrafonist Peter Schlamb.
Heel knap hoe Van Gelder drie thema’s met elkaar verbindt: 50 jaar North Sea Jazz, de dood van zijn vader en zangeres Abbey Lincoln, dankzij wie zijn ouders elkaar vonden.
Van Gelder werkte aan zijn compositie, toen zijn onlangs overleden vader ziek was. Sem van Gelder was eigenaar van jazz speciaalzaak Swingmaster waarmee hij jarenlang een stand had op het festival, en dankzij een album van Abbey Lincoln, de latere moeder van Ben ontmoette.
‘Pap, deze is voor jou’, begint Ben zijn optreden. Prachtig die naar troost zoekende altsax en dwarsfluit van Van Gelder. Haast bevrijdend klinkt de energiek ratelende Schlamb op zijn vibrafoon. Terwijl de Braziliaans gekleurde noten op akoestische gitaar van Nelson Veras de stukken een zekere lichtheid geven.
Als tot slot Bens broer Reinier plaatsneemt achter de vleugel en het nog even flink laat donderen voordat zich een wonderschone ballad ontvouwt, weet je dat je iets bijzonders hebt meegemaakt.
Het festival is inmiddels in volle gang maar eerder weggaan was geen optie. Nu even op adem komen in de heerlijk koele Amazon, waar Cécile McLorin Salvant haar eerste van vier optredens verzorgt als Artist in Residence dit jaar. Vanmiddag belicht ze de pop- en soulkant van haar werk. En dat is precies waar je nu even zin in hebt. Toetsenist Sullivan Fortner roept het jaren zeventig-geluid van Stevie Wonder in herinnering en Salvant ontroert even met fraaie melodische stembuigingen in het kleine Take a Stone.
Als vervangers voor de Isley Brothers doet rap-crew De La Soul het in de grote Nile best aardig. Die blazers erbij hadden niet gehoeven, maar Me Myself & I en Ring Ring Ring (Ha Ha Hey) worden onthaald als evergreens van de hiphop.
Daarvan geven The Roots er aan het eind van de eerste festivaldag nog meer. Ook een hiphop-act die na vier decennia vooral nostalgische gevoelens oproept, en vanavond een paar extra gasten meeneemt. Zanger/toetsenist Jon Batiste bijvoorbeeld die eerder op de avond al een even lichtvoetige als afwisselende soulshow gaf, en zanger Bilal. Ook hij was vrijdag al eerder te zien, en hij herinnert er in een snikhete Darling nog even aan dat hij in 2002 ook al te gast was op North Sea Jazz.
Maar de grote soul-belofte van weleer is verworden tot een leverancier van fletse liedjes die je niet lang binnen in de snikhete Darling houden.
Het aanbod aan wél interessante bands en artiesten is daarvoor op deze eerste festivaldag domweg te groot. De keuzestress maakt je tijdens het allervermakelijkste reünieconcert van pianist Robert Glasper met zijn akoestische trio zelfs zo onrustig dat je de Darling verlaat voor het trio van Esperanza Spaulding (bas en zang). Het lijkt wel alsof iedereen hier wil zijn, zo druk is het. Eenmaal binnen en even betoverd door het knappe samenspel, is er al snel weer die onrust. Goed, toch maar even naar Jon Batiste. Heerlijke niks-aan-de-hand muziek, maar misschien ook wel iets te gezellig.
North Sea Jazz bezoek je toch ook om meegesleept te worden in een uitdagender narratief. Zoals van tenorsaxofonist James Brandon Lewis. Al zo vaak gezien, dus nu maar eens overslaan? Ja, maar onverstandig, zo blijkt achteraf.
Ach, je mist altijd meer dan je ziet. Maar de keuze voor het septet van vibrafonist Patricia Brennan boven tegelijkertijd geprogrammeerde Nederlandse topmuzikanten als tenorsaxofonist Yuri Honing en het sextet van een van de grote beloftes, trompettist Suzan Veneman, stemt meer dan tevreden.
Een weergaloos concert, met Brennan die het tempo steeds meer opvoert en geweldig samenspel met de blazerssectie zuigen je, net als als Van Gelder dat eerder op de dag deed, een muzikaal universum in waarin geen noot voorspelbaar klinkt. Meeslepend, verrassend en overlopend van de muzikale creativiteit. Dat kenmerkt de beste jazzconcerten als die van Brennen en Van Gelder, die je nog lang zullen bijblijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant