Het mislukte op Wall Street, het mislukte in Londen, dus trok Shein naar de beurs van Hongkong. De Chinese webwinkel kreeg daar vrijdag groen licht. Waarom duurde het zo lang?
is economieredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over (web)winkels, afval en hergebruik.
Shein – uit te spreken als She In – is een van de grootste kledingbedrijven ter wereld. Het werd opgericht in 2008 door de Chinese ondernemer Chris Xu als online bruidswinkel, maar richt zich sinds 2012 vooral op de Amerikaanse en Europese markt.
Met zijn vernieuwende bedrijfsmodel ging het de afgelopen jaren als een sloopkogel door de retailmarkt: duizenden nieuwe spotgoedkope producten per dag lanceren, in kleine voorraden produceren tot iets een hit is en kleding per vliegtuig opsturen. In 2022 verkocht Shein meer kleding dan Inditex, het bedrijf achter Zara.
Schandalen en tegenwerking vanuit Washington en Peking verhinderden echter de ambities voor een beursgang. Tot afgelopen vrijdag.
Dat Shein de beurs op wilde, werd bekend in 2022. Net als andere grote Chinese spelers JD.com en Alibaba, die in 2014 in de Verenigde Staten miljarden dollars binnenhaalden door de beurs te betreden, wilde ook Xu naar Wall Street.
Maar de tijden zijn veranderd, vertelt John Lin, deskundige in Chinese e-commerce. Rond 2014 wilden Amerikaanse beleggers dolgraag beleggen in Chinese bedrijven omdat die enorme groei doormaakten die ze in de VS nauwelijks zagen. ‘Maar toen kwam de covid-pandemie en werd de toegenomen macht van China steeds meer duidelijk. Tegen de tijd dat Shein het probeerde, was het anti-China-sentiment flink gegroeid.’
Daarnaast is Shein controversiëler dan andere Chinese spelers, vertelt Ed Sander, retaildeskundige gespecialiseerd in China. Shein verkoopt vooral online, niet in China en de producten staan bekend om de lage kwaliteit, ze zijn vooral gemaakt van polyester. Ook klinkt er kritiek uit de hoek van consumenten en mensenrechtenorganisaties, die spreken over slechte arbeidsomstandigheden.
Toen Shein eind 2023 de stukken indiende voor de Amerikaans beursgang, stuitte dit dan ook op weerstand. Verschillende Congresleden eisten een onderzoek van de Amerikaanse beursautoriteit naar oneerlijke concurrentie en dwangarbeid in de productieketen van het bedrijf. De beursgang ging niet door.
Sinds 2022 heeft Shein zijn hoofdkantoor in Singapore, maar omdat alle schoenen, jurkjes en lipglosses in China worden gemaakt, valt het alsnog onder de Chinese toezichthouder, de CSRC. Het is deze commissie die de doorslag geeft of en waar Shein naar de beurs mag. En het was deze commissie die in 2025 de beursgang in Londen blokkeerde.
Dat valt niet los te zien van de toegenomen geopolitieke spanningen en China dat grote Chinese bedrijven meer is gaan reguleren. Sinds 2023 kan de toezichthouder beursnoteringen in het buitenland beoordelen en aanbiedingen blokkeren ‘die in strijd zijn met de nationale belangen’. In het geval van Shein ging het mogelijk om het beschermen van Chinese klant- en bedrijfsdata en de structuur van de toeleveringsketen.
Tegelijkertijd zit niet iedereen in Europa te wachten op Shein. De Europese Commissie is een formeel onderzoek gestart naar Shein, vanwege de verkoop van gevaarlijke en onveilige producten maar ook het verslavende ontwerp van de app. Daarnaast kwam het bedrijf in opspraak omdat op het platform sekspoppen werden verkocht die op kleine kinderen leken. ook was er veel tumult om de opening van de eerste fysieke winkel van Shein in Parijs – met spotgoedkope spullen van lage kwaliteit in de stad van de haute couture.
Het is voor Shein dus schipperen tussen Europese en Chinese druk, zegt Sander. Voor China ligt het gevoelig dat Shein in Singapore is gevestigd. ‘De Chinese overheid is niet erg gecharmeerd van bedrijven die omwille van hun reputatie hun Chinese afkomst verdoezelen.’ Als charmeoffensief naar Peking prees Chris Xu in februari uitvoerig de Chinese industriële regio Guangdong. De tekst van de speech lekte uit en riep binnen China kritiek op over hielenlikkerij.
De Chinese goedkeuring voor de beursgang deze week wijst erop dat Shein zijn Chinese identiteit verder omarmt, denkt Sheng Lu, hoogleraar mode- en kledingstudies aan de University of Delaware. ‘In plaats van de afhankelijkheid van China te verminderen – zoals westerse modebedrijven doen – is Shein doorgegaan met het uitbreiden en versterken van zijn aanwezigheid in de Chinese toeleveringsketen’, zei hij tegen persbureau Reuters.
Retaildeskundige Sander vermoedt dat de beursgang vooral nodig is om te innoveren en zo de concurrenten uit eigen land voor te blijven. ‘Vooral Temu en misschien ook AliExpress en TikTok Shop. Shein zal de miljarden nodig hebben om hen voor te blijven, of misschien in het geval van Temu, bij te blijven.’
Temu is onderdeel van het Chinese bedrijf PDD Holdings, dat in China het succesvolle e-commerceplatform Pinduoduo exploiteert. Het bedrijf heeft een beurswaarde van 110 miljard dollar, en heeft volgens Sander ‘diepe zakken’.
Een beursnotering van Shein – waarvan de beurswaarde tussen de 40 en 50 miljard dollar wordt geschat – kan hoe dan ook een flinke impuls zijn voor Hongkong, dat dit jaar opnieuw is uitgegroeid tot een van de drukste beurslocaties ter wereld. ‘Ze mogen 341 miljoen aandelen gaan verkopen, dat is erg veel. Het geeft ook aan dat Hongkong nog steeds een strategische poort is naar en van China’, zegt John Lin.
Tegelijkertijd ziet Lin in het nieuws toch vooral een bevestiging van de steeds verdergaande verwijdering tussen China, en Amerika en Europa. ‘Dat het niet is gelukt met die beursgang op Wall Street en in Londen geeft voor mij aan dat de globalisering steeds verder terugdraait.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant