Xandra Brood was het gewend dat ze haar man met de halve wereld moest delen, want Herman Brood was de meest aanraakbare ster van Nederland. Na zijn dood, nu 25 jaar geleden, had dochter Lola moeite haar identiteit te vinden. Een terugblik op het leven van de kunstenaar, zanger, dichter en knuffeljunk.
is columnist en verslaggever bij de Volkskrant. Voor Volkskrant Magazine schrijft hij geregeld interviews.
Deze zaterdag is het precies vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood van het dak van het Hilton-hotel in Amsterdam sprong. Een daad die als een schokgolf door het land trok, en het startschot vormde voor een tot dan toe ongekende stroom van aandacht, emotie en publieke rouw. Het Hilton veranderde spoorslags in een bedevaartsoord, alle tv-zenders en kranten waren wekenlang in de ban van het drama, gesprekken op straat gingen nergens anders over. ‘Heel wat mensen zullen zich over 25 jaar nog herinneren waar ze waren toen ze het nieuws hoorden’, schreef Martin Bril in een ronkend eerbetoon in Het Parool.
‘Klopt’, zegt Xandra Brood (67). ‘Ik krijg die verhalen nog altijd heel vaak te horen.’ Zelf was ze in het circus met haar dochter Holly (destijds 6) en pleegdochter Brenda. ‘Op de weg erheen waren we langs het Hilton gekomen. Er stond een helikopter, er was gedoe. Holly riep: ‘Mogen we gaan kijken?’ Ik zei: nee, we hebben haast. Maar toen was het dus al gebeurd. Achteraf bedacht ik dat Herman die ochtend zonder iets te zeggen het huis had verlaten, wat een beetje raar was. Meestal zei hij wel even gedag, kregen we een kusje. Ik weet zeker dat hij toen al wist wat hij zou gaan doen. Kan bijna niet anders; vanaf de plek waar hij sprong zag je ons huis. Hij kon zo Lola’s kamer in kijken.’
Lola Brood (40, destijds 15) was thuis toen de politie aanbelde. ‘Ze kwamen omdat ze mijn moeder niet konden bereiken’, zegt ze. ‘Ik was met een paar vriendinnen een act aan het oefenen voor een playbackshow op de camping. Het thema was ‘Moulin Rouge’, dus we hadden van die kittige pakjes aan. ‘Ga maar even zitten’, zei de agent. En toen: ‘Je vader heeft zich van het leven beroofd.’ Ik weet nog dat ik niet meteen begreep wat dat precies betekende. Wel dat het niet goed was. Toen werd ik in de politieauto naar het circus gereden. Daar hebben ze in de pauze mijn moeder en mijn zusjes opgespoord.’
Xandra: ‘Ik zag Lola huilend komen aanlopen, en wist meteen hoe laat het was. En toen begon die hele storm. In mijn herinnering ben ik diezelfde dag nog met de kinderen naar het dak van het Hilton geweest, om te zien wat Hermans laatste uitzicht was geweest. Dat wilde Lola graag, en ik denk dat het goed is geweest voor de verwerking. Anders wordt het iets engs en onbespreekbaars, terwijl ze toch al wisten wat er was gebeurd. Ik moest ook naar het mortuarium. Het nieuws kon pas officieel naar buiten worden gebracht nadat ik Herman had geïdentificeerd, maar dat begreep ik pas later. Toen ging het allemaal in een roes. Ik herinner me dat een vriendin van me alle ramen in ons huis heeft afgeplakt, er stond al heel snel een groep fotografen voor onze deur.’
Ze vertelt het met een mengeling van nuchterheid en trots. Xandra was het gewend dat ze haar man met de halve wereld moest delen, want Brood was de meest aanraakbare ster die Nederland ooit had. Eind jaren zeventig werd hij mateloos populair als rockzanger, met hits als Saturday Night, Never be clever en Love you like I Iove myself. Met de opwindende rockband The Wild Romance, waarvan alle oorspronkelijke leden inmiddels zijn overleden, vertolkte Brood als geen ander het rock-’n-roll-gevoel; honderden optredens waarbij hij er in hoog tempo tientallen nummers doorheen joeg, groupies, drank en drugs. Ook maakte hij fijne Nederlandstalige uitstapjes met carnavalskrakers als Maak van uw scheet een donderslag of het aandoenlijke Als je wint (heb je vrienden), een duet met Henny Vrienten.
Xandra kwam pas halverwege de jaren tachtig in zijn leven, toen Brood was uitgegroeid tot een alom geliefd fenomeen. Als kunstenaar, zanger, dichter en knuffeljunk trok hij het begrip publiek bezit naar een hoger plan. Zijn uit duizenden herkenbare schilderijen waren overal, net als de tekeningen die hij op bierviltjes maakte en aan iedereen uitdeelde.
Interviews met hem waren gedenkwaardige en ontregelende gebeurtenissen. Mede dankzij de inname van een onvoorstelbare hoeveelheid drugs en drank (2 gram speed en tot 2 liter sterke drank per dag) was Brood altijd vlijmscherp, gevat en zeer geestig. Als je in de binnenstad van Amsterdam woonde, was het niet ongewoon om hem tegen te komen – zelden te beroerd voor een praatje of een kwinkslag, altijd aardig.
‘Herman was van iedereen’, zegt Xandra. ‘Bij zijn uitvaart stonden er langs de hele route die de lijkwagen aflegde mensen te applaudisseren. Zoiets had ik nog nooit gezien. Maar ik begreep het heel goed. Iedereen wilde wel een beetje zijn zoals hij. Vooral mannen; snel leven, vrij leven, gewoon doen wat je wil. En hij was natuurlijk in veel opzichten geniaal. Dus ik vond het eervol, ik weet ook zeker dat Herman het geweldig had gevonden. Maar goed, er was natuurlijk ook een andere kant, die alleen wij kenden.’
In haar sfeervolle huis in Amstelveen is Brood nog altijd sterk aanwezig. Aan de muur hangt een levensgroot portret, in de hoek staan vier als jerrycan vermomde speakers, in dozen die verfraaid zijn met zijn kunstwerken - een nieuw ‘Brood-product’, dat nog op de markt moet komen. Naast de boekenkast prijkt een collage die Lola maakte; het gezin Brood als stripfiguren, een polaroid van hun oude huis, daarboven de woorden ‘When I get home’ - de titel van een van de laatste liedjes die Brood opnam.
Ook sterk aanwezig is de nieuwe generatie: Lola’s kinderen Lua (3,5) en Rio (negen maanden), die even aanbiddelijk als lastig zijn en het gesprek dusdanig bemoeilijken dat fotograaf Martijn van de Griendt zijn oppaskwaliteiten in de strijd moet gooien. ‘Ze herkennen hun opa inmiddels als ze een foto van hem zien’, zegt Lola. ‘Lua begint allemaal vragen te stellen. ‘Wil opa ook met mij tekenen? Waar is opa? Op een wolk hè.’ Best lastig om dat eerlijk en begrijpelijk uit te leggen.’
Een kwart eeuw is lang. Praten over de fatale sprong is niet langer pijnlijk, zegt Xandra. ‘Ik ben inmiddels ook veel langer zonder Herman dan dat ik met hem ben geweest, hè. En dat geldt ook voor Lola. Toen het net gebeurd was heb ik één keer heel hard geroepen: jezus, lul! Daarna was het ook klaar. Want ik was totaal niet verrast, ik besefte al een hele tijd dat hij niet lang meer had. En ik snapte heel goed dat hij het deed.’
Brood was al een paar jaar ziek. De cocktail waar hij decennialang zijn ontembare energie aan had ontleend, werkte niet meer. ‘Zelf zei hij dat hij gewoon geen goede speed meer kon krijgen, maar dat was niet zo. De drank en de drugs hieven elkaar altijd op, waardoor hij scherp en energiek was. Toen dat evenwicht wegviel, gaf zijn lichaam het op. Dagenlang lag hij in bed, zwaar depressief. Hij wist dat hij nooit meer de Herman zou worden die hij geweest was, vond dat hij een karikatuur van zichzelf was geworden. Dat hij naar het Hilton kon lopen, betekende dat hij toen een goeie dag had. Dus in mijn ogen heeft hij geen zelfmoord gepleegd, maar euthanasie.’
Voor Lola was het anders. ‘Ik wist wel dat het slecht met hem ging, maar ik wilde het gewoon niet zien. Logisch misschien; hij was al een paar keer opgenomen in het ziekenhuis met een slokdarmbloeding. Maar als we dan op bezoek gingen, was hij altijd weer vrolijk. Dus ik had het idee: mijn vader kan niet dood. Ergens in die laatste maanden had ik stiften en een nieuw schetsboek voor hem gekocht. ‘Kijk pap’, zei ik. ‘Nou kun je weer lekker gaan tekenen, net als vroeger.’ Toen antwoordde hij met tranen in zijn ogen: ‘Ik zou echt graag willen, maar ik kan het gewoon niet meer.’ En toch bleef ik denken dat het wel weer goed zou komen.’
Xandra: ‘Je was nog heel jong natuurlijk. En jullie hadden een sterke band.’
Lola: ‘Ja. Als hij thuis was, was hij een hele lieve, leuke vader. Veel warmer en huiselijker dan mensen zouden verwachten van de grootste rock-’n-roll-junkie van Nederland. Hij vond het geweldig om met mij te tekenen. Dan kreeg hij iets kinderlijks. Hij kon net zo blij zijn met een nieuw pak stiften als ik. En hij was dol op spelletjes. Pimpampet, Rummikub – alles met woorden.’
Xandra: ‘Ja, zoiets verwacht je misschien niet van hem. Hij maakte me weleens om vier uur ’s nachts wakker. Of ik zin had in een potje Rummikub. Dan zei ik: laat me slapen man, ik moet al bijna op om de kinderen naar school te brengen. Hij kon trouwens wel slecht tegen zijn verlies. Toen ik een keer van hem dreigde te winnen met schaken, gooide hij het bord omver.’
Lola: ‘Mijn vader maakte overal een avontuur van. Andere kinderen gingen naar zo’n familiezwembad, hij boekte een chique hotelkamer in het Holiday Inn. Mocht ik een vriendinnetje meenemen, gingen we daar zwemmen, was het feest. Op die leeftijd had ik een gewoon zwembad ook leuk gevonden. Maar ja, daar kon je geen dubbele Grand Marnier krijgen.’
Nu ze zelf kinderen heeft, bekijkt ze haar opvoeding met andere ogen. ‘Ik heb een hele gelukkige jeugd gehad, maar dat kon natuurlijk alleen maar omdat mijn moeder alles opving wat mijn vader niet deed, zonder over hem te oordelen. Hij deed geen boodschappen, zorgde nooit dat er eten op tafel stond. Toen ik moest afzwemmen, zat ik in Duitsland, omdat hij me zomaar mee op tournee had genomen.’
Xandra, glimlachend: ‘Ja, het was rommelig. Maar op de een of andere manier werkte het. Ik was zelf ook makkelijk met de kinderen. Herman heeft ook een paar jaar in zijn atelier gewoond. Toen had ik hem de deur uitgezet, omdat hij steeds vreemdging en ik het gedoe met die meisjes spuugzat was. Maar goed, in die tijd had ik zelf ook vriendjes. En Herman kon altijd thuiskomen om mij en de kinderen te zien.’
Lola: ‘Volgens mij was dat bijna elke dag. Achteraf gezien vind ik het best bijzonder dat mijn moeder dat altijd toestond. Als mijn vader veel verantwoordelijkheid had moeten nemen, had hij nooit zo’n leuke vader kunnen zijn. Ik ken veel verhalen over kinderen die hun vader niet meer mogen zien. En als mijn moeder kwaad had gewild, had ze daar genoeg redenen voor. Maar ze hebben het samen heel liefdevol opgelost.’
Xandra: ‘Ach. Als je de persoon met wie je samenleeft wilt veranderen, kan je beter op zoek gaan naar een ander. En dat deed ik niet. Ik denk dat ik het ook wel in me heb. Ik zorg graag voor mensen, vind het leuk om boodschappen te doen en lekker te koken.’
Lola: ‘Toch lijkt het mij wel irritant, hoor. Ik zou zeggen: sta jij ook eens vroeg op om de kinderen naar school te brengen.’
Xandra: ‘Ja, maar dan gingen jullie naar het terras, om lekker samen te tekenen. Belde de school me waar je was. ‘Maar dat wilde ze!’, zei Herman dan achteraf. Ja, dag! Als hij zich met de opvoeding ging bemoeien, trok ik een grens. Ik weet nog dat Lola een bril moest en er een oog werd afgeplakt. Dat had Herman als kind ook gehad, en daar was-ie mee gepest. Dus het was een beetje traumatisch voor hem. ‘Het is kindermishandeling’, riep hij. Dan zei ik: ik kan er niets aan doen dat jij het moeilijk hebt met vroeger, en ik ga niet met je in discussie. Dit gebeurt gewoon zoals ik wil. Maar verder vertrouwde ik hem volledig met de kinderen. Ik maakte me nooit zorgen om hun veiligheid. Hij ging ook weleens alleen met Lola op vakantie.’
Lola: ‘Naar Israël, naar Sicilië. Eén keer was op een gegeven moment het geld op, en in die tijd duurde het wel even om dat vanuit Nederland over te maken. Dus stelde hij voor om samen heel veel tekeningen te maken, en zijn we op een marktje gaan staan om die te verkopen. Ging voor geen meter, tot er een paar Belgen langsliepen die bijna alles kochten. Toen konden we weer eten en kon hij een flesje wodka halen. Maar we zijn wel in het hotel stiekem onder de balie doorgekropen, omdat hij geen zin had om de rekening te betalen. Hij zei: als we dat doen zijn we weer blut, dus dat doe ik later in Nederland wel.’ Ze lacht: ‘Ik vond dat allemaal heel normaal, en heel leuk ook. Mijn vader toonde nooit een spoor van paniek, dus voelde ik dat ook niet.’
Lola was al bekend voordat ze werd geboren. Xandra: ‘Een uur nadat ik Herman had verteld dat ik zwanger was, riep hij in een radioprogramma al dat hij vader werd. Terwijl ik hem echt op het hart had gedrukt: hou het nou nog een tijdje stil.’ In de maanden daarna banjerde Brood regelmatig door de Amsterdamse binnenstad met een pop in zijn armen, ter voorbereiding op het vaderschap. ‘Best een gek idee’, zegt Lola. ‘Zelfs mijn schoonmoeder zegt: ik kende jou al toen je er nog niet eens wás. Maar goed, wel grappig toch?’
Pas na haar vaders dood begon Lola het gewicht van haar bekende achternaam te voelen. ‘Toen hij er niet meer was, verschoof de aandacht naar ons. Ik heb dat omarmd, maar achteraf gezien ben ik er soms ook wel een beetje van in de war geweest. Misschien was het voor mij wel wat moeilijker om mijn eigen identiteit te ontdekken, omdat die toch heel erg gelinkt is aan mijn vader.’
Op een herdenkingsbijeenkomst in Paradiso zong ze een liedje op het podium. ‘Vond ik hartstikke leuk, maar ik ben totaal niet muzikaal. Ik klap zelfs uit de maat. Dus dat was niet zo goed voor de naam, haha. Maar ik ben wel heel creatief, en dat heb ik van hem. Als ik een schilderij maakte, zeiden mensen al snel: het is een echte Brood, dat kan je makkelijk verkopen. Ik dacht dan: ze vinden het lelijk, en alleen maar interessant vanwege mijn achternaam. Dat maakte me weleens onzeker. Stelt het nou iets voor of niet?’
Een tijd had ze een kledinglijn met jasjes die ze zelf beschilderde en T-shirts met prints van haar vaders kunstwerken erop. ‘Daar verdiende ik best goed mee, en ik vond het fijn om te doen. Het gaf me het gevoel dat, ook al was mijn vader er niet meer, we toch samen kunst aan het maken waren. Tegelijkertijd was er altijd een stemmetje in mijn hoofd dat zei: kom nou eens los. Mijn zusje Holly heeft dat veel meer gedaan dan ik. Zij heeft haar carrière als actrice, en die bewaakt ze. Bij belangrijke herdenkingen van mijn vader is ze er wel, maar als ze interviews geeft over een film waar ze in speelt, wil ze niet dat het hele stuk over papa gaat. Dat snap ik heel goed. Maar voor mij ligt het toch anders. Als ‘dochter van’ legde ik de lat hoog voor mezelf. Ik heb lang gedacht: ik moet net als hij alles uit het leven halen. Ik moet scoren! Tegelijkertijd heb ik ook lang gewoon in de horeca gewerkt, en dat vond ik erg leuk. Uiteindelijk heeft mijn vader helemaal niet alles uit het leven gehaald, want hij is maar 54 geworden.’
Inmiddels heeft ze zich erbij neergelegd dat ze altijd met haar vader geassocieerd zal worden, zegt Lola. Haar moeder knikt instemmend. ‘Dat ik de ‘weduwe van’ ben, is voor mij nooit heel bepalend geweest. Ik heb gewoon mijn leven geleid, veel gewerkt als styliste en de kinderen grootgebracht. Maar het is iets dat altijd weer op je pad komt.’
Lola: ‘Ik vind het weleens vervelend als mensen mijn vader claimen, en doen alsof ze zijn beste vriend zijn geweest.’
Xandra: ‘Ja, haha. Gaan ze vertellen dat ze een avond lang biertjes met hem hebben gedronken en jointjes gerookt. Tja: hij dronk veel, maar geen bier. Hij gebruikte veel drugs, maar geen jointjes. ‘Maar goed verhaal verder’, zeg ik dan.’
Lola: ‘Of mensen die dolenthousiast vertellen dat ze iets héél bijzonders met hem hebben meegemaakt. ‘Ooit heb ik je vader in een café ontmoet, en toen was-ie lekker aan het tekenen! Op een bierviltje!’ Dat vind ik dan wel schattig, maar ja: hij tekende elke dag wel dertig bierviltjes vol, dus voor mij is dat niet zo bijzonder.’
Xandra: ‘Maar voor hen wel. Zo moet je het ook zien. Ik vind het mooi dat hij in ere wordt gehouden, daar wil ik graag aan bijdragen. Ook nu, met zo’n jubileum. Dan is er nog altijd veel aandacht van de media, krijgen we meerdere aanvragen voor interviews. In zekere zin blijft Herman zo in leven, en dat gun ik hem van harte.’
Allebei houden ze zich bezig met Broods nalatenschap. ‘Er zijn genoeg mensen geweest die er een slaatje uit wilden slaan’, zegt Xandra. ‘Dat was al zo toen hij nog leefde. Er zijn schilderijen op de markt gebracht die vervalst waren. Dus je moet het echt in de gaten houden. Daarbij vind ik het ook belangrijk dat we zijn naam alleen verbinden aan iets dat een beetje smaakvol is, en klopt met wie hij was.’
Op 11 juli gaan ze gewoon eten met de familie bij Xandra thuis. Vermoedelijk zullen ze ‘When I get home’ draaien, Lola’s lievelingsliedje, met de dubbelzinnige tekstregels die na zijn dood zoveel meer betekenis kregen: When I get home I’m gonna see my girls / When I get home I’m gonna buy them a toy / When I get home they’re gonna jump with joy / But right now, right now, I’m flying alone. Ongetwijfeld zal de dag van die fatale sprong ter sprake komen, maar de tijd heeft de schok verzacht.
Xandra: ‘Herman heeft het heft in eigen handen genomen, en daar heb ik bewondering voor. Het was veel erger geweest als hij een hersenbloeding of zoiets had gekregen, en als een plant verder had moeten leven. Hij had natuurlijk heus wel aan pilletjes kunnen komen, maar dan was dit toch een mooiere dood, vind ik. Die hoogte... Ik vind het ongelooflijk dat je zoiets durft. Maar hij had altijd al iets met vliegen. Ik weet nog dat hij in een zwembad een keertje zomaar ineens een salto van de hoge duikplank maakte. Als ik zoiets kon, zou ik daar trots op zijn, maar hij had het nooit verteld. Bungee-jumping vond hij ook te gek. Hij heeft ooit de hoogste bungeejump-locatie in Amsterdam geopend met een sprong.’
Lola, droog: ‘Maar dan zit je wel aan een elastiek, hè.’
Xandra: ‘Ja, dat is waar.’
Lola: ‘Bij mij gaat het altijd heen en weer. Aan de ene kant begrijp ik goed dat hij geleefd heeft zoals hij wilde, en accepteer ik zijn keuze. Ook de manier waarop. Het was zoals Jules Deelder zei: hij heeft geen punt achter zijn leven gezet, maar een uitroepteken. Toch kan ik soms ineens boos zijn en denken: als je het anders had geleefd, had je nu waarschijnlijk als een tweederangs Herman Brood met een plofkop op de bank gezeten, maar dan had ik nog wel een vader gehad, die zijn kleinkinderen had leren kennen. Snap je?’
Dan staat ze op om de fotograaf van zijn oppas-taken te ontheffen. Lua heeft aandacht nodig, Rio een slaapje.
Een foto-expositie over Herman Brood is vanaf 12 juli te zien in het American Hotel in Amsterdam met werk van Patricia Steur, Govert de Roos, Paul Bergen, Gijsbert Hanekroot en Rob Verhorst.
8 augustus 1958 Geboren in Breda, opgegroeid in Ulvenhout.
1970 -1976 Onze Lieve Vrouwe Lyceum te Breda.
1982-1986 Barvrouw in discotheek Richter, waar haar oom Gert-Jan Dröge manager was. Daar ontmoette ze Brood begin jaren tachtig.
1985 Huwelijk met Herman Brood. Geboorte van dochter Lola Pop.
Begin jaren ’90-2002 Werkt als stylist bij RTL.
1994 Geboorte van dochter Holly Mae.
11 juli 2001 Overlijden Herman Brood.
2002-2022 Werkzaam als zelfstandig stylist voor onder meer Nance, Ruud de Wild en de vorig jaar overleden Manuëla Kemp, de tv-programma’s en Idols en Lingo, en
glamourblad Beau Monde en diverse kappersshows.
2004 Deelnemer aan het Yorin-programma Bobo’s in the Bush.
2016 Publicatie van haar biografie Rock-’n-roll-widow, geschreven door Rutger Vahl.
2019 Deelnemer aan het RTL4-programma Groeten uit 19XX, samen met Lola, Holly en haar aangenomen dochter Brenda.
18 juli 1985 Geboren in Amsterdam.
1994 Optreden in de Mini Playback Show.
1998-2003 Zuiderlicht College Amsterdam.
1994 Te zien als zichzelf in Rock ‘n’ roll junkie, documentaire over het leven van haar vader.
2007 Deelnemer aan het SBS6-programma Sterren dansen op het ijs.
2011 Maakt met presentator Art Rooijakkers het tv-programma Lola zoekt Brood, waarin ze mensen en plekken bezocht die belangrijk waren in het leven van haar vader.
2013 Presenteert de kledinglijn Rock ‘n’ roll junkie.
2016 Naaktreportage in Playboy.
2016 Te zien als zichzelf in de documentaire Unknown Brood, geregisseerd door Dennis Alink.
2022 Geboorte van Lua Novi Rae.
2025 Geboorte van Rio Rogér Herman.
Praten over zelfdoding kan gratis, anoniem en 24/7 bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon: 0800-0113. Of chat op www.113.nl.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant