Home

Sprinters vechten in Bergerac om elke meter, terwijl klassementsmannen zich veilig wanen achterin

Terwijl de sprinters vol spanning, adrenaline en ellebogenwerk aan hun finale beginnen, rijden de klassementsmannen al kilometers lang ergens achterin het peloton. Wat is het idee achter deze nieuwe tactiek, met mogelijk veel tijdverlies tot gevolg?

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.

Al lang voordat Tim Merlier slingerend langs de hekken in Bergerac naar zijn tweede ritzege sprintte, hebben Jonas Vingegaard, Tadej Pogacar en nog wat meer klassementsmannen iets met elkaar afgesproken. Bij de vlakke sprintetappes gaan ze het anders aanpakken.

Jarenlang hoorde de finale van een vlakke Tourrit ook tot het werkterrein van de klassementsploegen. Terwijl de sprinttreinen zich opmaakten voor de massasprint, vochten de helpers van de geletruidenkandidaten om hun kopman veilig af te zetten bij de vijf-kilometer-zone.

Elke rit is potentieel een dag voor het klassement, waar niet alleen secondes te winnen, maar ook te verliezen zijn. Maar vandaag gaan ze dat niet doen. Niet langer zullen de klassementsmannen zich mengen in de zenuwslopende strijd om posities op weg naar de meet. Ze kiezen er juist bewust voor zich veel eerder terug te laten zakken.

Bij Visma-Lease a Bike hebben ze onderzocht hoe vaak klassementsrenners daadwerkelijk tijd verliezen doordat ze achter een valpartij terecht waren gekomen in een sprintfinale. ‘We zagen dat dat de afgelopen jaren nauwelijks gebeurde’, vertelt ploegleider Marc Reef voor de teambus in Bergerac. ‘Terwijl we wel veel energie aan het geven waren, uit angst dat er iets zou gebeuren.’

Veilig achterin

‘Dan ga je een afweging maken. Achterin heb je overzicht, daar gebeuren de valpartijen niet.’ En dus werd de beslissing gemaakt om voortaan bij sprintetappes, waar ze met hun kopman niks te zoeken hebben, veilig achterin te blijven. ‘Wanneer we voelen dat de stress toeneemt, geeft Jonas een call en dan gaan we naar achteren.’

Daarmee nemen ze dus wel een risico om tijd te verliezen, als er een breuk in het peloton ontstaat. ‘Maar vaak heb je wel genoeg tijd om terug te komen’, meent Reef. Daarnaast was hij van mening dat, als een van de favorieten het voortouw zou nemen, de rest zou volgen. Zeker nu niet alleen teambazen, maar ook renners onderling erover praten.

De laatste jaren zagen we op weg naar de vijf-kilometer-zone een soort sprint voor de echte finalesprint. Vanaf dat punt wisten de klassementsmannen immers dat ze veilig zouden zijn. Bij pech, een valpartij of een lekke band, krijgt de renner dezelfde tijd als de groep waarin hij rijdt. Eerst was dat bij 3 kilometer, maar vanwege de veiligheid werd het opgerekt naar 5 kilometer.

Visma testte de nieuwe tactiek voor het eerst tijdens Parijs-Nice, al vonden ze het daar nog wat spannend. Maar nadat ze in een finale met valpartijen merkten hoe snel de groep daarachter weer terug kon rijden, en daardoor geen tijdsverlies werd opgelopen, was al snel duidelijk: dit gaan we blijven doen. In de Giro deden ze het bij vrijwel alle vlakken etappes. Voorkomen is beter dan genezen.

‘We blijven als groep bij elkaar, en als er iets gebeurt, dan kunnen we dat samen rechtzetten’, vertelt Victor Campenaerts als hij voor de teambus aan het uitfietsen is. ‘Als we allemaal vooraan rijden, bestaat de kans dat iemand van ons valt en dat we hem de rest van de Tour kwijt zijn. Dat risico willen we absoluut vermijden.’

De Belg benoemt naast de veiligheid ook een ander voordeel van de tactiek. ‘Het scheelt ook heel veel mentale energie gedurende de dag. Alleen aan het einde is het misschien wel iets lastiger achteraan, omdat het dan meer op het lint gaat.’

Bijna verkeerd uitgepakt

Een paar dagen terug, toen Olav Kooij tijdens de vijfde etappe in Pau naar de zege sprintte, leek de strategie bijna verkeerd uit te pakken. Op een paar honderd meter voor de boog van de 5 kilometer was er een valpartij. Hoewel onder meer Paul Seixas voor de valpartij reed, werd Vingegaard door de crash opgehouden. Hij dreigde kostbare seconden te verliezen, maar zijn ploeg reed hem terug naar het peloton, en daarmee finishte de Deen in dezelfde tijd als de andere klassementsmannen.

Reef: ‘Er zijn dan genoeg man om hem terug te rijden. En je ziet ook door die 3-seconden-regel bij de finish (pas als er een gat van méér dan drie seconden valt in het peloton, worden de tijdsverschillen geteld, red.), dat daardoor de verschillen tussen groepen ook redelijk wordt opgelost.’

Hoewel deze tactiek de afgelopen jaren vrijwel niet voorkwam – we zagen de klassementsmannen altijd voor elke seconde strijden – is het ook geen nieuw idee. Van Marco Pantani is bekend dat hij tijdens massasprints in de Tour ook van achteren koerste. Geen nerveus elleboog werk, geen verspilde energie.

Gentlemen’s agreement

Na drie sprintetappes in de Tour zijn steeds meer kopmannen aan de achterkant van het peloton te vinden. ‘Er is nu een soort gentlemen’s agreement om rustig te blijven en achterin het peloton te rijden,’ vertelde Pogacar in Bergerac. ‘Er is respect tussen de klassementsrenners.’

Al lijkt deze nieuwe tactiek ook invloed te hebben op het verloop van de sprintetappe. Tijdens de zevende etappe, van Périgueux naar Bergerac, leek het peloton in de finale minder hard te rijden. De Belgische vluchter Liam Slock bleef daardoor verrassend lang vooruit en werd pas op 1.300 meter van de finish gegrepen. Pas daarna konden de grote mannen toch aan hun sprint beginnen.

‘Ik zat wat ingesloten en crashte bijna’ vertelde Merlier na afloop. Met overmacht sprintte de Belg naar zijn tweede etappezege. Biniam Girmay werd tweede, voor Olav Kooij. ‘Met nog 250 meter te gaan dacht ik eigenlijk dat het voorbij was. Toen dacht ik: ik ga het gewoon proberen en dan zien we wel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next